Weet je wat ik zou doen, mocht ik ineens een groot bedrag winnen ?
Scène: mijn busgenoot kijkt me aan met een vermoeide ohneewatnuweer-blik. De blik is er één van iemand die me duidelijk al een tijd kent.
Ik zou die instrumentenwinkel daar binnen lopen, en dan zo’n ukelele van veertig euro kopen. Dan naar buiten lopen en die op de stoep voor de zaak aan gruzelementen slaan op de kasseien. Vervolgens terug naar binnen lopen en vragen om een nieuwe te kopen. Hoeveel denk je dat ik er zou kunnen kopen voor ze het niet leuk meer vinden ? Ik denk drie.
Scène: rollende ogen en een zucht, schouderophalen. Na een beetje twijfel een gok: vier ?
Het hangt er natuurlijk van af hoe de verkoop daar de laatste tijd is, ukeleles hebben ze voldoende in de etalage hangen, het is niet alsof ik een of andere superdure viool aan stukken loop te slaan. Maar op een bepaald punt is de lol er toch normaal gezien vanaf. Ik zou met dat geld dus testen hoe ver ik daarmee kan gaan. En weet je wat ik daarna zou doen ?
Scène: de meest vermoeide knik van de hele bus, al is het laat en donker en heeft iedereen zich voor deze laatste gerept.
Naar een boekhandel en dan steeds een boek van Harry Mulisch kopen en één aansteker. En dan buiten op straat dat boek verbranden. En terug naar binnen lopen en weer om een boek van Mulisch, en een aansteker vragen. Net zo lang tot die vraag ook beantwoord is. En dan bij een restaurant een tonijnsteak halen en buiten aan de straatkatten voeren. Hoe veel zou ik die kunnen kopen ? Zouden ze die blijven brengen, en wat zegt dat dan over het eergevoel bij hun tonijnsteaks vergeleken met die boeken en de ukeleles ? Playmobil, dat zou ik ook graag eens voor een speelgoedwinkel stuktrappen dan trouwens.
Scène: het hoofd hangt vermoeid, één oog halfblikt nog maar men snakt duidelijk naar de eindhalte of naar mijn zwijgen, welke van de twee het eerst komt.
Of alle tickets voor een bioscoopfilm kopen, middenin de lege zaal gaan zitten en dan door de film heen praten. Champagneglas na champagneglas voor de bar in het rioolputje leeggieten. Alle luiers en pampers in een supermarkt kopen en buiten in de container smijten, en dan wachten tot ze herstockeren en wéér alles opkopen. Een beeldhouwwerk in een galerij kopen, en de voorbijgangers buiten eromheen verzamelen en vragen het keihard uit te lachen. Medewerkers van een doehetzelfzaak omkopen om klusjes in en rond het huis te komen doen en dan klagen bij hun baas dat dit geen doehetzelven meer is als ze alles voor mij doen. Elk van de meiskes van K3 voor een reusachtig bedrag inhuren puur om ermee te klaverjassen.
Scène: goddank, de eindhalte, er wordt uitgestapt.
Misschien is het voor iedereen het beste als ik geen grote geldbedragen win.
Scène: twee mannelijke silhouetten slenteren achter lantaarnschijnsel weg, de nacht in.

