Ja lach maar, ik
heb inderdaad geweend
dikke biggels op een
dom mondmasker
om holle herbruikte woorden
routineus wampelend uit
overwerkte lippen
aan een gezicht van iemand
die jou niet heeft
gekend
Dus schraap die
grijs maar van jouw smoel
want hier zitten we dan
een beetje muziek te luisteren
in lelijke zeteltjes, starend
naar een groot scherm met
een veredelde diapresentatie
van jouw leven
los uit de pols geschoten
op momenten dat je
er nog was
en ik denk enkel
aan de momenten dat ik
er op zich toch had
kunnen zijn
Ja lach maar, ik
heb inderdaad geweend.
Dit gedicht verscheen in
“Onderop De Stapel Rechts”
De vierde dichtbundel van René van Densen verkent als thema verhuizen, transitie van één situatie naar een andere. Waarbij je altijd dingen kwijtraakt, maar er ook iets nieuws ontstaat, gesymboliseerd door kleine poëziedoosjes die je kunt uitknippen en die een nieuw gedicht vormen, maar waarbij je dan wel zes andere gedichten moet laten verdwijnen. Verdeeld in metaforische ruimtes in een nieuw huis verkent Van Densen wat je wel of niet mee moet nemen.
“Er lopen tig dichters rond in Nederland en Vlaanderen die al blij zouden zijn met de kruimels die van van Densens tafel vallen.” – Anton Voloshin


mooi