Meer, meer, ik wil niets meer
Het kan me niet bekoren
Al wordt het nog zo mooi bekaft
Het raakt altijd verloren
In stapels en kasten en onder stof
Het loopt maar op te toren
Tot heel de leefruimte ingenomen is
En je loopt je snel verloren
Want waar je het allemaal laten moet
Maar weer een plankje boren
En waar je het nou weer gelaten hebt
Kan je danig verstoren
De vergaarzucht schaatst haar scheve schaats
Met kunstgrepen op je Noren
Tot je al het materieel reclamegeweld
Eigenlijk niet meer aan kunt horen
Het vele kun je prima velen
Je bent toch ook zonder geboren
Zonder dat bezeten bezitten
Dat je de dag rond wordt bezworen
Want hebben is verliezen en
Verliezen is niet verloren
Wat blijft is de herinnering
Van de Kafka en het koren.
Tijdens de lockdown leest dichter René van Densen elke dag een gedicht voor uit zijn dichtbundels. In navolging van Gert Vanlerberghe’s Balkonnenvrees heeft hij deze reeks Keukenvrees gedoopt. Op deze manier kunnen blinden en slechtzienden ook wat van zijn poëzie meekrijgen en hebben het bijkomende voordeel dat ze René zelf niet kunnen zien. De bofferds.
Dit gedicht verscheen in
“Papierpulp In Spe”
Dichter René van Densen lag ooit volledig in de kreukels. Burn-out, heet zoiets. Hij kon niets meer, al zijn filters stonden uit, drie boodschappen bij de winkel waren teveel, hij ging door een hel. Noodgedwongen verbleef hij met zijn kat in een antikraakwoning en probeerde hij rust te nemen maar ook de situatie van zich af te schrijven. In 2014 vloeide uit honderden kleine en talloze keren herschreven tekstjes een dun dichtbundeltje als ode aan de kreukels. Want de bundel wist wat het was, nu wij nog: allemaal gewoon papierpulp in spe.
Tegelijk met deze tweede dichtbundel, verscheen ook een bundeltje ZKV’s (Zeer Korte Verhalen) uit dezelfde helse periode, getiteld Prozacstad: Je Bent Er.

