Er hangt geen spiegel. Dat is wel zo prettig. Spiegels in liften mogen mij niet zo. Het is wederzijds. Natuurlijk had de bekleding wel iets leuker gekund. Mocht zeker weer niks kosten. Ik weet ook niet goed waarom ik de lift neem. Eigenlijk hoef ik maar twee trappen hoog. Makkelijk te lopen. Maar ja. Makkelijker in te drukken.
De lift stopt op haar verdieping. Zo vaak heb ik deze lift nog niet genomen, maar ik sta nu al routineus bij de deur. Met een schok zet de lift zich vast en de deur klikt los. Bij het schuiven gaat het mis. De deur opent tien centimeter en stopt.
Ik wacht even. Ik wacht altijd even. Geduld is mijn nieuwe natuur. Dan druk ik nog eens op het knopje. Niks gebeurt. Ik probeer voorzichtig of de deur niet met enig duwen tot openen aan te sporen valt. Mooi niet. De deur heeft gesproken. Ik blijf in de lift. Vertwijfeld vraag ik me af wat te doen.
Ik kan naar beneden gaan en dan de trap nemen. Maar ook het knopje omlaag doet niks. De lift gaat ook niet dicht. Ik ben een beetje buiten en binnen de lift. En mijn situatie gaat voorlopig niet veranderen, zo te zien. Daarom stuur ik haar een sms, dat ik vast zit. Ze opent haar deur en al snel staat ze hoofdschuddend in de deuropening te kijken. Want ik heb ook altijd wat.
Ik haal schaapachtig mijn schouders op. Eigenlijk heb ik enorme zin in een sigaret. Even rondkijken: ik zie geen opvallende sensoren. Of blussproeiers. Dus steek ik een sigaret aan. Er gaat geen alarm af. Zij is ondertussen even weg. Gelukkig heb ik een boek op zak. Tegenwoordig heb ik altijd een boek op zak. In de ene zak een leesboek, in de andere zak een schrijfboek. De lift vult zich met sigarettenrook.
Haar stem meldt door de liftopening dat de reparateur gebeld is. Maar het kan even duren want het is al laat. Ze ziet mijn boek en vraagt wat ik lees. Ik zeg dat ik dit boek gekocht heb omdat de auteur bij een presentatie in het publiek zat en daarna mee bier dronk. Gemiddeld koop ik na zes biertjes minimaal één boek van andere aanwezige auteurs. Vaak is het een miskoop. Van dit boek weet ik het nog niet.
Wegens gebrek aan interessantere gespreksstof vraag ik hoe haar dag was. Ze zegt dat dit het spannendste is dat er gebeurd was, maar dat de rest van de dag ook raar was. Ik hoor de verhalen aan en steek nog een sigaret op. Even is ze stil. Ik hoor haar weglopen. Zou ze geschrokken zijn van hoeveel ik rook ? Het is niet alsof ik in haar woning rook. Dit is een lift. En zolang ik er niet uit kan, is het mijn lift. Hier woon ik. De sigaret blijft gewoon aan.
Dan reikt haar hand me door de opening een biertje aan. Koud. Ze klinkt met haar eigen biertje en we drinken. Als ik wil, zegt ze, mag ik wel een boek van haar lenen als dit tegenvalt. Ik drink bier. Aan weerszijden van de liftdeur zitten we met de ruggen tegen elkaar. Wel gezellig dit, zegt ze. Als mijn bier op is, zegt ze, dan heeft ze nog wel meer. Ik antwoord dat dit een prima date is, zo.
Dit ZKV verscheen in
“Prozacstad 2: Het houdt niet op”
Tien jaar na het eerste deel van Prozacstad, dat niet speciaal supergoed verkocht en geen rimpels veroorzaakte, vond René van Densen het ineens nodig om een vervolg te publiceren, en er zelfs twee keer zoveel verhalen in te steken. Niemand vroeg daarom, het kwam er toch. Nieuwe avonturen met de Opperpater en andere kleurrijke karakters in het stadje Prozacstad dat eerder een way of life is (alhoewel) dan een fysieke plaats.

