Wanneer hij dreigend naar me toe buigt, kijk ik hem recht aan. Ik zie een enorme leegte. Maar ook een overweldigende honger. Ze zijn me nu al uren aan het verhoren, hij en zijn maat. Wat ik misdaan heb, geen idee, maar daar zit ik dan, bij de cijfers. Specifieker: bij een agressieve acht en zijn wat mildere maatje zeven. Wat waarschijnlijk een spel is. Good count, bad count.
Er waren natuurlijk stemmen geweest die gewaarschuwd hadden. Maar die wuifden we weg. Geen zinnig mens dacht immers dat het écht uit de hand zou lopen met de cijfers. En ineens waren ze overal. Cijfers hier, cijfers daar. Je kon de straat nog niet oversteken zonder achtervolgd te worden door de cijfers. En ze moesten alles van je weten. Wat misschien nog steeds niet het allerergste was want we hadden immers geen van allen iets te verbergen, toch ?
Maar vervolgens kwamen er wetten van de grote getallen. En toen was de hashtag van de dam. Alles en iedereen moest volledig in cijfers worden uitgedrukt. En zo verdwenen er ook ineens buren en vrienden. Door cijfers weggesmokkeld, was het vermoeden, maar dat zouden ze niet toegeven. De cijfers klopten immers altijd. En ondertussen ging hun overheersing op de werkelijkheid stug verder. Er was amper ruimte om nog mens te zijn.
Naar het schijnt zit ik daarom nu hier. Bij de acht en de zeven. Ze willen al uren weten waarom ik me niks van hen aantrek, van de cijfers. Waarom ik dwars tegen alle statistieken en rekenmodellen in ga. Ik frustreer hen. Het spijt me, want dat is niet mijn bedoeling. Ik doe gewoon wat ik doe. Het mag niet. Het mag niet van de cijfers.

