Vanop de douchevloer lijkt mijn warmtekraan wat op een chromen pinguïn met een mening. Ik wil hem zeggen dat hij me niet zo moet aankijken, maar dan zou mijn douchekraan me op een mening betrappen. Hij staart op een zwak moment want ik kramp van de pijn. Niet aanstellen: van pijnlijk ongemak. Het is niet dat ik een kogelwond aan het desinfecteren ben of een been onverdoofd heb geamputeerd. Nee, er wil krampachtig iets niet uit dat mijn lijf er echter wél uit wil hebben. Ik zat eerst een half uur op de wc in dichtbundels te bijten maar er kwam geen beweging in. Daarom besloot ik dan maar in de douche te stappen. Helpt het niet, dan ben ik gewassen en geschoren, ook mooi.
Misschien heeft de pinguïnkop wel geen mening maar medelijden. Is het een bezorgde of zorgzame blik. Het zal er wat uitzien, hoe ik hurkend onder hete stralen me geen houding weet te geven. Er komt nog steeds niet uit, maar elke bocht waar ik me in buig geeft steken in de maag. Ik hou me al drie kwartier stoïsch kranig maar ineens kerm ik het uit. Geeft niet, ik vind dat je pijn moet kunnen uiten. Zelfs al is het naar een bestoomde chromen pinguïnkop toe.
Terwijl ik met mijn verkrampte mond open zit te piepen, wordt het licht in mijn hoofd. De pinguïnkop lijkt naar me toe te buigen. Dat is niet goed. Het is lang geleden dat ik lagebloeddrukduizelingen had, maar flauwvallen met een verstopt gat lijkt me niet goed. Misschien ga ik zo wel dood. Een vriend van mij stierf tijdens even een glas water pakken ‘s nachts. Een opa op zijn uitrustbankje onderweg naar het middageten. Zou mijn uiteindelijk heengaan pijn doen ? Stilletjes in de zon, uitrustend op een bankje, ineens vredig gaan, dat is idillisch mooi, maar de kans op zo’n einde is zo klein dat mijn opa dat, vrees ik, van ons allemaal afgepikt heeft.
Om me af te leiden schrijf ik in mijn hoofd een kortverhaal. Uiteraard onder de douche, ik zal het wel vergeten zijn tegen dat ik het kan opschrijven. Ik ben acht jaar, ik lees over lucide dromen. Ik lees veel als kind. In lucide dromen kun je bijvoorbeeld de macht over het narratief pakken door te leviteren. Ik ben acht jaar en terwijl ik daar, onderweg naar school over nadenk, leviteer ik plots. Maar verder verandert er niets. Ik ontwaak niet maar leviteer doodleuk het schoolgebouw binnen. Tijdens de les geeft de leerkracht het uiteindelijk op om mij te verzoeken niet meer te leviteren ondanks dat dat enorm afleidt. Bij elke sollicitatie en date is er initiële verbazing, maar ja oké, meneer leviteert blijkbaar. Ik leviteer eerst met de stagairklusjes, dan tijdens vergaderingen, ik sta er raar op in onze bruiloftfoto maar ik kan er niet aan doen.
Als ik stop met leviteren, ga ik dan in de droom geloven ? Ik zie leviterend Abraham en ga zwevend met pensioen, al is het moeiljk de eindjes aan elkaar te knopen. De geldzorgen drijven ons uiteindelijk uit elkaar en eenzaam zweef ik mijn dagen wat weg in de parkjes. De vogeltjes vinden het dan wel interessant en fladderen al decennialang nieuwsgierige rondjes om me heen. Mijn hart is gebroken en ik zwaai ze geërgerd wat weg. Meteen heb ik spijt en kramp en stort ik ter aarde. Ik leviteer wat boven mijn comateuze lijf, dat duurt verrekkes lang, zo’n coma. Eindelijk sterf ik, en de meesten van jullie waren niet eens op mijn begrafenis. Aan mijn ziekenbed trouwens ook niet. Soit, ik kwam ook bij jullie zelden op ziekenbezoek, maar dat was vooral omdat je al leviterend teveel de aandacht trekt in zo’n hospitaal.
Ik doe het niet om de aandacht te trekken, gewoon om de controle over de droom te houden. Maar nu ben ik begraven en mijn graf ligt er mooi bij, geef ik toe. Al hadden jullie me ook gewoon in de oven mogen steken hoor. Ik zag dat jij gehuild hebt. Na de laatste jaren dacht ik niet meer dat je nog om me gaf. Goed, dat was dat, tevreden leviteer ik als geest weg om alle klootzakken die ik gekend heb eens goed de stuipen op het lijf te jagen.
Ik grinnik kermend wat en zal al die onzin straks ongetwijfeld weer kwijt zijn voor ik het kan opschrijven. En de pijn gaat ook maar niet weg. Was het slim om onder de douche te gaan stomen ? Het duizelt me nog altijd. En dan ineens is de pinguïnkop vlakbij mijn mond. Hij opent zich en braakt voorzichtig mijn kermende mond vol voedsel. Dan nestelt de douche zich over mij en broedt me in een kokonnetje, weg van de wereld en het moeten.

