Traag van in zicht, de Herfst hori
zont
Maar in deze stad zijn alle straten nog
blond
Tot in de vroegere avond
uren
Verhullen donkere megamont
uren
De ware leeftijden van hun
ziel
En flintere strakke stukjes
textiel
Omhullen de griezele liefdes
ravijnen
Geëtaleerd voor wie wil, maar niet de
mijne
Voor één jaar heeft er genoeg bewogen voor mijn
ogen
Hoog en droog boven het belogen, be
drogen
Vruchteloos aan me voorbij, uitvoerig uitge
dost
Geef ik enkel nog mijn lever en ogen de
kost
Tijdens de lockdown leest dichter René van Densen elke dag een gedicht voor uit zijn dichtbundels. In navolging van Gert Vanlerberghe’s Balkonnenvrees heeft hij deze reeks Keukenvrees gedoopt. Op deze manier kunnen blinden en slechtzienden ook wat van zijn poëzie meekrijgen en hebben het bijkomende voordeel dat ze René zelf niet kunnen zien. De bofferds.
Dit gedicht verscheen in
“Papierpulp In Spe”
Dichter René van Densen lag ooit volledig in de kreukels. Burn-out, heet zoiets. Hij kon niets meer, al zijn filters stonden uit, drie boodschappen bij de winkel waren teveel, hij ging door een hel. Noodgedwongen verbleef hij met zijn kat in een antikraakwoning en probeerde hij rust te nemen maar ook de situatie van zich af te schrijven. In 2014 vloeide uit honderden kleine en talloze keren herschreven tekstjes een dun dichtbundeltje als ode aan de kreukels. Want de bundel wist wat het was, nu wij nog: allemaal gewoon papierpulp in spe.
Tegelijk met deze tweede dichtbundel, verscheen ook een bundeltje ZKV’s (Zeer Korte Verhalen) uit dezelfde helse periode, getiteld Prozacstad: Je Bent Er.

