Waar drinken nooit een werkwoord werd
rotten zijn wortels zwart
Wat onvoltooid verleden tijdde
spoelde hem aan op land
Hij loopt in mijn schaduw
met ogen open
Waar liefde nooit persoonsvorm kreeg
werd zijn brein gevuld
Waar leven zich nooit in zinsvorm goot
bloeide hij zijn kracht
Hij loopt in mijn schaduw
met ogen open
Wat aangehaald door tekens werd
ging dwars langs hem heen
Wie punten tot paaltjes uitriepen
begrensden hem niet
Hij loopt in mijn schaduw
met ogen open
Vrienden in overleden tijd
draagt hij met zich mee
Zinsnedig geslepen en interpunctdief
onthoudt hij mijn alles
Hij loopt in mijn schaduw
met ogen open
Waar een komma steeds meer bijzin baarde
stak hij in mijn rug
Een naamval plots, lijdende vorm
en hij verstopt zich vlug
Hij loopt in mijn schaduw
met ogen open
Ik roep de tekens luid uit
en hij schreeuwt schril mee
Ik bladder grammatikaal
terwijl zijn haardos wappert
Hij loopt in mijn schaduw
met ogen open
Waar nog maar één vraag rest, kijk ik hem
eindelijk eens in de ogen
En zet wat thee voor twee.
Het wordt een lang gesprek.

