Slaapzak (2)


Verhaal door René van DensenInmiddels bezit ik zevenentwintig slaapzakken. Ik heb in alle kamers van mijn huis er forten mee gebouwd en kruip van fort tot fort voort. Ergens miauwt mijn kat, ze zoekt me. Ik kruip weg in een minifort, ze gaat me er wel vinden. Gewoon op de geur afgaan. Ik ruik naar maandenlang ongewassen. Het geeft niet want het huis stinkt erger. Ik ben vergeten waar ik mijn avondeten van enkele dagen geleden ook alweer had achtergelaten, maar ik eet al wekenlang amper. Met al dat rondkruipen in het slaapzakdoolhof en het weinige eten is mijn summer body alweer bijna gereed.

Alweer klinkt ergens in de verte de deurbel. Zelfs al zou ik de deur kunnen vinden, ik wil niet naar buiten. Er is brandend hete zon buiten en mijn huid is wit. Het is fijn in het fort. Ik kom zo nog eens op plekken waar ik bijna nooit kom. En ik kom ook dingen tegen die ik kwijt was. Wel is alles stuk, ik vind enkel de onderdelen, verspreid in de slaapzakkenwereld. De kat vindt ondertussen mij en heeft een veer meegebracht. Ik gooi hem omhoog, de kat jaagt op de dwarrelveer. Ze brengt hem opnieuw naar mij. Ik staar naar de veer. De poes heeft heel de veer tot iets onherkenbaars ondergekwijld. Voorzichtig recht ik de haartjes. Het lijkt weer op een veer. Ik gooi, maar de dwarrel wordt niet meer wat het was.

Ik heb denk ik wel genoeg slaapzakken. Ze waren allemaal niet goed. Niet om onder te slapen. Maar ze vormen prima muren van mijn schuilforten. De deurbel rinkelt nog eens, dwingend. Ik zucht, kruip via de forten naar de voorste slaapkamer en kijk uit het raam. De postbode heeft een slaapzak in zijn handen. Snel ga ik dieper de slaapzakkencocon in. De kat geeft mij een kopje. Ik steek mijn vingers in mijn oren. Hopelijk vinden ze me hier nooit meer terug.

Slaapzak


Verhaal door René van DensenFranky Bordo lacht me uit: “Met je slaapzak.” Zijn vrienden zijn nieuwsgierig waar hij het over heeft. Franky elleboogt me aan: “Kom, vertel het verhaal nog eens. Over je slaapzak.” Hij lacht smakelijk. Met een blik smeek ik het niet te hoeven vertellen, maar “komaan, man, vertel het nog eens, van je slaapzak.”

Ik heb al jaren een slaapzak. Hij leek perfect. De ideale dikte, niet te warm, niet te koud. Ik sliep gelukkig en diep met de slaapzak. Maar een perfecte slaapzak gaat idealiter ook nooit kapot en dat deed deze wel. Eerst maar een klein beetje, maar uiteindelijk scheurde hij helemaal kapot. Alles ligt open, de vulling valt eruit. Ik moet afscheid nemen van de slaapzak. Dus keek ik of ik een nieuwe ergens kon vinden, maar niets stond me aan. Misschien ben ik nog niet klaar voor een nieuwe slaapzak. Toch bleef ik zoeken. Op een tweedehandssite bood ik op een slaapzak, maar de eigenaar wou ‘m niet opsturen en ik heb geen eigen vervoer. Uiteindelijk werd er zelfs op mijn berichtjes niet eens meer gereageerd. Wanhopig begon ik dan maar te bieden op verscheidene andere slaapzakken. Ik heb er nu een boel ontvangen. Allemaal lijken ze fijn en mooi en nieuw maar ze zijn het niet. Te dun, of ze ruiken te fris, of de kleur staat me dan toch niet aan. Een voor een verhuizen ze naar de logeerbedden in mijn woning, ik hoef ze zelf niet. Niets kan tippen aan de oude slaapzak, zelfs de oude slaapzak niet. De meest recent ontvangen slaapzak zit zelfs nog ingepakt. Ik heb er geen vertrouwen meer in, ook die zal niet goed zijn. Ik twijfel of ik nog ooit een goede slaapzak zal vinden.

Franky lacht me nog altijd uit. Ik zeg dat ik ook wel weet wat een metafoor is.