Ze zou ziek worden van de woorden als ze al niet zo vaak uitgesproken waren. Mooi hoor. Tegen vriendinnen die hun biologische plicht etaleerden, in de lucht klauwend met minitieuze worstvingertjes en een riekbaar volgekakte luier. Mooi hoor. Een beetje jouw ogen. Bla bla. Dan wat standaard vragen over hoe de bevalling ging, hoe groot en zwaar de baby was, alle clichés die je kunt vragen omdat het verdomme maar een baby is en er niet meer over valt te vragen.

Mooi hoor. Wanneer de luchtklauwers van gisteren ineens vandaag jengelkinderen zijn geworden die aan komen zetten met een A4’tje met daarop onherkenbaar iets in kleurenlijnen gekriebeld. Had ze de tijd om de tekening te bestuderen, dan zou ze wellicht veel over de psyche van het kutkind ontdekken, maar zowel moeder als kind wilden onmiddellijke feedback. Dus werd de mooi hoor maar weer uit de hoge hoed getoverd.

Geen idee wat het moet voorstellen, ook niet na deze feedback. Maar zo’n mooi hoor koopt je wat tijd om beter te kijken. Opvallend veel roze kleurtjes. Er schuilt nog een optimist in dit kind, wellicht. Met een zucht terzijde geschoven. Over de jaren heen slijt zo’n mooi hoor er diep in. Laatst zei ze het tegen een collectant aan haar deur. Schudderderammel met zijn collectebus. Mooi hoor. En de deur weer sluiten. Pas terwijl ze naar de keuken liep, had ze door wat ze gezegd had. En dan opendoen en verontschuldigingen aanbieden, dat kan dan vast niet meer. Beschaamd liep ze maar door en waste onwillekeurig haar handen.

Sindsdien ging het van kwaad tot erger. Aan de bar, wanneer ze haar bestelde wijntje kreeg. Mooi hoor. Tegen de politieagent die haar een bon overhandigde. Mooi hoor. En ineens stonden daar zowel een gelovige als een satirist aan haar deur. Allebei wilden ze hun visies laten zien. De satirist liet een krantje zien. Mooi hoor. En de gelovige toonde zijn god, en alles wat er van die god moest en mocht. Mooi hoor. Ze wilde de deur sluiten en doorgaan met haar dag. Maar ineens zaten er twee voeten tussen. En twee paar ogen keken haar dordringend aan door de kier.

Een mooi hoor zou niet volstaan, dit keer. Ze moest blijkbaar iets kiezen. Fraai was dat.

Dit ZKV verscheen in
“Prozacstad 2: Het houdt niet op”

Tien jaar na het eerste deel van Prozacstad, dat niet speciaal supergoed verkocht en geen rimpels veroorzaakte, vond René van Densen het ineens nodig om een vervolg te publiceren, en er zelfs twee keer zoveel verhalen in te steken. Niemand vroeg daarom, het kwam er toch. Nieuwe avonturen met de Opperpater en andere kleurrijke karakters in het stadje Prozacstad dat eerder een way of life is (alhoewel) dan een fysieke plaats.


Share Button

Door Rene van Densen

Schrijver, dichter en mafkees René van Densen publiceert niet alleen op internet. Er zijn ook boekjes van hem te koop in zeer gelimiteerde oplagen (en hij doet niet aan tweede drukken).

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *