Dat vergeten teveel mensen
Zelden zag ik een zonderlingere ziel dan de oude man ogenschijnlijk die per abuis in mijn tuin beland was. Hoé, dat is en blijft nog een vraag, aangezien een man in een rolstoel zoals hij toch moeilijk over een omheining heen kan klauteren. Rolstoel en al. Maar daar zat hij. Verward, rillend en schuddend, in de blakende en uitdrogende zon. Met zijn wiel precies op mijn prijswinnende kalebasplant geparkeerd. Het moes kleefde aan zijn wielen. Ik wist niet goed of ik kwaad of verbaasd moest zijn. Dus deed ik wat ieder redelijk mens in emotionele dubio doet: ik ging terug naar binnen, greep enkele biertjes, zette mij in de stoel tegenover hem en trok de dop van mijn fles. Zo moeten we daar minstens tien minuten gezeten hebben voor hij iets zei.
“Pijp 38,” sprak hij plechtig. Met een veelbetekenende, statige blik zweeg hij weer en keek me droog aan. Ik nam een slok van mijn bier en keek hem strak terug aan. Zo wederstaarden we zeker nóg vijf minuten voor ik mijn keel schraapte en vroeg: “Wat bedoelt u ?”
Lees meer