In het buurthuis wordt een cursus georganiseerd: “Eindigheid voor beginners”. De cursisten wordt geleerd om te gaan met hun uiteindelijk nietmeerzijn. Het vuistdikke cursusboek is alvast bijna dodelijk. Maar dat mag de pret niet drukken. De zaal zit vol met oudjes. Er is koffie en er zijn broodjes. Op de broodjes liggen enkel plakken dierenlijk. De cursusleider wil het broodbeleg gaan gebruiken als onderwerp. Dat het dode één een levend ander helpt, zoiets. Maar voor hij zijn naam op het schoolbord kan krijten, wordt de deur van het cursuslokaal ingetrapt.

Daar staat de Dood. Zijn schedelig aangelaat is uitdrukkingsloos. Iedereen staart hem geschrokken aan. Wat komt de Dood hier doen ? Dan kijken de cursisten naar de cursusleider. Of dit bij de les hoort. Wanneer ze zien dat hij lijkwit wegtrekt, slaat de onzekerheid toe in de groep. Alle ogen zwaaien terug naar de man met de zeis. Zijn zwart gewaad wappert wanneer hij door het klaslokaal beweegt. Iedereen is bang.  Voor wie is hij hier ? Misschien Theo, achterin de hoek, die ook na zijn derde hartoperatie zijn vijf hamburgers per dag blijft eten. Of Johanna, die twee pakjes per dag rookt. Is het Jan, die zich ook na zijn pensioen nog steeds zo druk maakt om zijn zaak ? Het zwarte textiel wappert terwijl iedereen zich afvraagt wanneer ze voor het laatst de belangrijke dingen gezegd hebben tegen hun geliefden.

Dan gaat de Dood aan een leeg burootje zitten. Hij pakt een pen en een schriftje uit zijn gewaad. Kalm staart hij naar de cursusleider. Die schraapt zijn keel. Het is zeer ongewoon, maar blijkbaar is de Dood hier om iets te leren. Over eindigheid. Het brein van de leerkracht werkt op volle toeren. Uiteraard wil de Dood daar iets over leren. Hij, júist hij, weet er niets van. Zelf. Logisch. Goed, denkt hij: dan gaan we ook lesgeven ook. Het is hoog tijd dat de Dood weet wat hij zoal teweegbrengt onder de mensen. De leraar slaat het cursusboek open. Dan steekt de Dood zijn benige vinger op. Hij vraagt of hij naar het toilet mag.

Dit ZKV verscheen in
“Prozacstad 2: Het houdt niet op”

Tien jaar na het eerste deel van Prozacstad, dat niet speciaal supergoed verkocht en geen rimpels veroorzaakte, vond René van Densen het ineens nodig om een vervolg te publiceren, en er zelfs twee keer zoveel verhalen in te steken. Niemand vroeg daarom, het kwam er toch. Nieuwe avonturen met de Opperpater en andere kleurrijke karakters in het stadje Prozacstad dat eerder een way of life is (alhoewel) dan een fysieke plaats.


Share Button

Door Rene van Densen

Schrijver, dichter en mafkees René van Densen publiceert niet alleen op internet. Er zijn ook boekjes van hem te koop in zeer gelimiteerde oplagen (en hij doet niet aan tweede drukken).

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *