De jonge bevriende schrijver staat naast me in de Kringwinkel en bevestigt dat ze geel zijn. “Okergeel, ja. Ga je ze meenemen ?” We staren naar een poef, met daarop een extra kussen, en ernaast nog zo een. Ik vroeg wegens twijfel of ze geel waren. Ik wil zoveel mogelijk geel in mijn huis. Het is een zonnige kleur en ik hoop dat mijn gemoed ervan opklaart. Het valt niet mee om gele dingen te vinden. Wat het erger maakt is dat ik kleurenblind ben. Ik heb al veel gele dingen teruggebracht die groen bleken. Dus vroeg ik het de bevriende jonge schrijver die niet kleurenblind is. Je bent nooit te oud om om hulp te vragen.

Ik heb geen zin om met twee van die dingen over straat te slepen. Het jaar zit er bijna op en ik heb genoeg afgezien. De jonge schrijver stapt mee naar mijn huis maar spoort me toch nog aan of ik niet wil omdraaien. Hij wil wel helpen dragen. Ik schud nee. Hij is te gast en blijft logeren en de volgende ochtend, bij het inpakken van zijn tas, zegt hij dat ik er vandaag ook nog om kan gaan. Ik wil vandaag echter helemaal niet buitenkomen. Dus lig ik de hele dag op de bank na te denken dat twee okergele voetensteunen op zich leuk zouden kunnen zijn. Die vervangen dan de zwarte poef die ik heb, en de poef in ver verval waar ik steeds meer stukken van stofzuig.

De volgende dag besluit ik resoluut dat vandaag de dag is. Als ze er nog staan, ga ik ze halen. Ik wandel het pokke-eind naar de Kringwinkel en sta voor een gesloten poort. Want laatste dag van het jaar. Dat had ik natuurlijk voor mijn ruime wandeling kunnen opzoeken. Ach, ik heb wat beweging gehad. Morgen zijn ze ook dicht, dat is al wel goed om te weten. Twee dagen later zit ik met de Overbierman op café. Ik koffie, hij bier. Ik staar naar de klok tot openingstijd. Hij vraagt wat mijn plannen vandaag zijn. Ik zeg dat ik ga kijken of de gele poefen er nog staan. Poeven ? Poefen ? We denken er hardop over na maar hebben geen zin om het op te zoeken. Ons gevoel zegt poeven maar het zal wel weer poefen zijn want waarom zou een taal voor consistentie kiezen. Ik zeg dat ik het in een kortverhaal op zou lossen door eromheen te schrijven. Dus geen twijfel tussen poeven en poefen maar voetensteunen, of één poef beschrijven en dan zeggen dat er nog een is. Trucjes die ik hierboven heb toegepast en u heeft niets in de gaten gehad. Zo werken de trucs. Poef poef.

De Overbierman biedt aan te helpen dragen. Een poef weegt zo goed als niets, maar ik vind het wel gezellig als hij meegaat. Zeker omdat we niet weten of ze er nog staan. Ze kunnen verkocht zijn. Onderweg naar de Kringwinkel weten we het nog niet, of het poeven of poefen is. Een paar andere passagiers raken er ook over in discussie. En dan bemoeien zich er nog een paar mee. Al snel is de bus verdeeld in kamp poeven en kamp poefen. Ook nadat we uitstappen, gaat de discussie druk voort, horen we nog net voor de deuren sluiten.

Er staat nog maar één poef. De Overbierman vindt het belachelijk. Wie koopt er nu één poef als er twee staan ? Ik haal mijn schouders op en koop de poef. Eén is meer dan geen. Op de terugweg in de bus dragen we om de beurt de poef. Thuis zet ik hem naast de zwarte poef. Het jaar is alvast met een poef begonnen.

Share Button

Door Rene van Densen

Schrijver, dichter en mafkees René van Densen publiceert niet alleen op internet. Er zijn ook boekjes van hem te koop in zeer gelimiteerde oplagen (en hij doet niet aan tweede drukken).

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *