In mijn achterhuis
Verstopt zich een komkommer
Opgejaagd en uitgespuugd
Kon hij nergens anders heen
Hij belde aan ik zei kom binnen
Voor ik het wist zat ik ermee
Ik loop zelf nu ook het risico
Geboycot te worden om EHEC
Het bleef niet slechts bij mijn ene komkommer
Al snel kwam zijn familie erbij
En toen een sla, een tomaat, paprika
Broccoli, venkel, selderij
Appels peren druiven pruimen
Aardbei patat en sperzieboon
Ik krijg hoe langer hoe meer het idee
dat ik in een moestuin woon
Op een dag kregen ze een brief
Waar ze erg blij mee waren
Bedankt voor alles, zei de komkommer,
Maar we kunnen nu weer weg
Wisten zij veel, arme zielen
Dat de brief hen niet verloste,
Nu liggen ze allemaal tezamen
Ecologisch te komkomposten.
Tijdens de lockdown leest dichter René van Densen elke dag een gedicht voor uit zijn dichtbundels. In navolging van Gert Vanlerberghe’s Balkonnenvrees heeft hij deze reeks Keukenvrees gedoopt. Op deze manier kunnen blinden en slechtzienden ook wat van zijn poëzie meekrijgen en hebben het bijkomende voordeel dat ze René zelf niet kunnen zien. De bofferds.
Dit gedicht verscheen in
“U Mag Mij Wegstemmen”
In een reeks dichtbundels moet er altijd één het debuut zijn, en René van Densen besloot meteen van wal te steken met een titel die ironisch en zelfrelativerend is. Het is niet eens zijn dichtbundel maar een duo-dichtbundel samen met Bob ‘Bobadas’ Minne, die met zijn zevende dichtbundel al fors de diepgang in ging. De afbeeldingen op beide kaften tonen dan ook de stationstrap in Roosendaal – tussen Gent en Tilburg de halfweghalte – waar Bobadas’ kaft van boven naar beneden ‘kijkt’ en Van Densen’s kaft van onderaan naar boven.
Maar René had al een flink arsenaal aan podiumteksten en daar zitten achteraf nog best een paar aardige teksten bij, die de tand des tijds aardig doorstonden.

