Eindelijk wordt het grote klein
Gretig hapt het diafragma toe en flitst
Het lelijke mooi en het mooie lelijk
Beeld na beeld voor de woordloze verteller
Die een verstommende wereld
Haar hapklare drama voorschotelt
Alles is te koop en alleen een dromer
blijft zoeken naar blijvende waardes in de
massale maalstroom van ontvluchtingen
En iedereen kent het lachen voor de lens
Behalve zij
In haar ogen vind je enkel spiegels
Maar wat ziet een spiegel in de spiegel –
Een Confusciaans raadsel wellicht
Of dan toch de liefde ?
Dit gedicht verscheen in
“U Mag Mij Wegstemmen”
In een reeks dichtbundels moet er altijd één het debuut zijn, en René van Densen besloot meteen van wal te steken met een titel die ironisch en zelfrelativerend is. Het is niet eens zijn dichtbundel maar een duo-dichtbundel samen met Bob ‘Bobadas’ Minne, die met zijn zevende dichtbundel al fors de diepgang in ging. De afbeeldingen op beide kaften tonen dan ook de stationstrap in Roosendaal – tussen Gent en Tilburg de halfweghalte – waar Bobadas’ kaft van boven naar beneden ‘kijkt’ en Van Densen’s kaft van onderaan naar boven.
Maar René had al een flink arsenaal aan podiumteksten en daar zitten achteraf nog best een paar aardige teksten bij, die de tand des tijds aardig doorstonden.


