Belgeninvasie


Verhaal door René van DensenNet voor de middag komt het berichtje binnen: de grootste gek van Gent is onderweg naar Tilburg. Ik twijfel direct tussen twee mensen: de meest fameuze gek en de écht idiootste gek. Ik vraag om meer informatie maar krijg geen antwoord. Ik bel de écht idiootste gek op. Die weet van niks. Daar is mijn vraag mee beantwoord: de man die verguisd wordt door zijn eigen stad, is onderhand bijna in mijn stad. Ik vraag me – onmiddellijk – af of ik hem ooit mijn adres heb gegeven. Het antwoord is niet helder. De rest van de dag wacht ik angstig af of mijn deurbel gaat.

De deurbel gaat niet. Wel bemerk ik een prachtig bijeffect van mijn bekendheid in mijn eigen stad: iemand stuurt mij een bericht dat er “mensen uit Gent” in mijn stamcafé (waar anders) zijn en op zoek zijn naar mij. Ik ga ze ophalen. Het zijn er, godzijdank, ditmaal slechts twee. Sinds ik in Gent woonde, komen er af en toe bewoners van de mooiste stad ter wereld naar de lelijkste stad ter wereld, puur om mij in mijn vroegere natuurlijke habitat te zien. Aapjeskijken. De sadisten. Ik heb de stad al deze mensen meermalen omschreven en tóch komen ze. Ze weten dat ze bloed zullen huilen bij de aanblik vanuit de trein al. Ze weten dat de inwoners vooral serviele mongolen zijn. Ze geloven me blijkbaar niet en willen het zelf zien. Een soort geestelijke armoedesafari.

Ik organiseer daarom inmiddels, met een jeep, een rondleiding. Ook voor mijn kersverse gasten. Mijn veelkleurig beschilderde Jeep staat klaar voor het station. Puffend rijdt de wagen hen langs de vele lelijkheden die hier te bezichtigen zijn. “Aan uw linkerkant ziet u een vadsig wijf dat frituur verorbert,” verduidelijk ik over de speakers. “Aan uw rechterkant ziet u een van de vele getalenteerde mensen die dacht dat hij nog ooit wel uit deze stad zou vertrekken.” Het Voormalig Talent loopt met een half verorberde fles wijn in de hand. “De wijn is gekocht bij de slijterij aan onze volgende halte,” spoor ik het gezelschap aan, “en is tegen groepstarief voordelig te verkrijgen. Het heeft een fruitige, hoopgevende maar vooral lokale smaak, rijk aan asfalt en verpulverde dromen.” De Belgeninvasie geeft me een staande ovatie. Van de fooi koop ik na de rondleiding zes flessen rampwijn.

Heenreis


Verhaal door René van DensenDe bus hobbelt over de weg. Meter voor meter vraag ik me af of dit wel zo’n strak plan was. Ja, het heet inderdaad vakantiegeld. Maar dat je het krijgt, betekent niet dat je het daaraan moet uitgeven. Veel mensen doen dat helemaal niet. En zeker niet als ze zo weinig gekregen hebben als ik. Mijn overgemaakte vakantiegeld werd berekend over één gewerkte dag. Het betaalt net de busreis naar het kleine Belgische plaatsje. De heenreis. Hoe ik terugkom, weet ik nog niet. Wat ik er ga doen, weet ik nog niet. Ik heb verstandigere plannen in mijn kop gehad. Niet veel, maar ze wáren er wel.

Misschien kom ik wel helemaal niet terug. Bekijken ze het allemaal maar, in dat Nederland. Op zich vind ik dat niet zo’n erg idee. Alleen ga ik mijn kat wel missen. Die heb ik vanaf mini. Niet dat ze nu erg groot is. Maar minder mini dan toen ze mini was. En ze is Belgisch. En ze blijft dwars door alle ellende tegen me aankruipen. Nee, als ik wegga en niet terugkom, moet zij meegaan. En ze is nu niet mee. Dat helemaal niet terugkomen, dat gaat hem dus niet worden. Ik brom wat en kijk uit het raam.

Het is veel te warm voor een vakantie. En morgen moet ik ook gewoon weer allerlei dingen. Dagjestrips zijn geen vakanties. Slappe hap. Voor durfniks. Op en neer, terrasje doen en weer naar huis. Ik vind deze vakantie nu al verschrikkelijk. Impulsief druk ik op de knop. De bus remt scherp. Ik drukte net voor de volgende halte. Demonstratief zwaaien de deuren open en ik stap uit. Ik was pas twee haltes onderweg, dus de terugreis is nog prima te lopen. Wat gaat mijn kat blij zijn om me te zien. Zeker vijf minuten weggeweest. Je maakt wat mee, als dappere wereldreiziger.

Eersteklas


Verhaal door René van DensenIk zwaai wat vaag met mijn mobiel. Natuurlijk heb ik netjes per SMS betaald, maar niet alle buschauffeurs hebben zin om dat te controleren. De chauffeur knikt en lacht. Wanneer hij me ziet worstelen met mijn valies, roept hij, als geschrokken van zijn onhoffelijkheid, dat hij de tweede deur wel even opent. Ik vind dit nu al een fantastische chauffeur. Vind die in Nederland nog maar.

Een kleine kilometer verder roept hij de bus in “Jongeman, moest jij lijn 9 hebben ?” Een jongen schrikt wakker uit zijn verzonken gedachten. “Dan kun je best nu naar voren komen,” roept de chauffeur. De jongen haast zich niet. “Stap hier uit en ga zo snel mogelijk naar de halte om de hoek, want hier komt hij al aan. Om de hoek. En snél !” De jongen stapt uit en slentert naar de straathoek. Dan ziet hij lijn 9 voor zich langs passeren en rent er verschrikt achteraan. De chauffeur lacht: “Ik heb het nochtans twee maal gezegd.” Als het stoplicht op groen springt en ook wij de hoek om kunnen, staat de jongen niet bij de halte.

Collegiaal zit de man met de kleurrijke stropdas te kletsen met een openbaarvervoerscollega. Ik wacht. Hij wenkt, dat dit geen klant is en hij me best wil helpen. De collega blijft doodleuk staan terwijl ik mijn kaartje vraag. Hij vraagt hoe het kan dat ze nog op Windows XP werken. “Ahja, dat marcheert nog wel,” zegt de man wiens stropdas vol met NMBS-logo’s staat, “maar de security wordt niet meer gepatched. Maar ja, we zijn toch al verantwoordelijk geweest voor het grootste datalek in de mensengeschiedenis, dus dat we pas in 2015 van XP afstappen…” Ik grinnik wat, hij grijnst: “Voor de liefhebbers: de volledige gegevens van álle abonnementhouders stonden open en bloot online. Zes maanden.” Ik pfoe wat. Het is in zulke gesprekken zaak eerst te reageren en dan pas na te denken. Bij het nadenken besef ik me dat dat inderdaad een enorm datalek is. Maar we lachen, want het is altijd wat met de wereld.

In de trein loopt een oude vrouw vertwijfeld de coupé in. Ze kijkt op haar kaartje, dan naar de ruime, luxueuze stoelen. “Pardon meneer,” vraagt ze aan me, “is dit tweede klasse ?” Ik snap haar verwarring. Deze ochtend is álles eersteklas.