Klei

Verhaal door René van DensenMijn ogen proberen het wel, om de boeken te lezen van schrijvers met belangrijkere namen dan de mijne, die in hoge stapels op mijn toilet liggen, maar de woorden kunnen me volstrekt niet bekoren en zeker Campert vind ik een lul. Die sla ik dus rap over in de verzamelbundel, maar ook andere schrijvers willen er niet in. Dat kan aan mijn vermoeide ogen liggen, of aan het gerommel in mijn maag, dat klatsen boetseerklei oplevert die speels in het water onder mijn billen de eeuwigheid tegemoet plonzen.

Mijn kat legt ook onvaste plakken, constateerde ik bij thuiskomst. Ze hebben een ongezonde kleur en ook aan haar achterste kleeft een vochtige groene substantie. Mijn kat moet naar de dierenarts want ik heb geen dierengeneeskundige opleiding genoten en kan haar dus niet helpen. Ik kan wel de dierenarts aan een flinke zwik geld helpen zodat hij of zij mijn kat kan helpen. Van de kat krijg ik een kopje. Zelf kan ik alleen krakkemikkige korte verhaaltjes schrijven die andere mensen ongetwijfeld vol walging wegklikken omdat de woorden hen volstrekt niet kunnen bekoren en ze me een lul vinden.

Mijn kat is echter niet zielig, mijn kat is stoer en lief. Ze heeft geen pijn. Een. Ik ook niet. Twee. De plonzende klei ruikt en voelt anders dan de plakken die de kat legt. Dat is mooi, dan hoef ik zelf niet naar de dierenarts. Drie. Ik tel mijn zegeningen. Het ene na het andere boek leg ik ondertussen vol walging terug op de stapel: wat zijn er toch een hoop bomen zinloos gesneuveld. Ik neem veel toiletpapier.

U kunt lekker niks kopen

April 2014: RenevanDensen.nl gaat live !

Een jaartje of vier geleden schopte ik in relatief korte tijd deze website online en daar heb ik sindsdien vooral cosmetisch wat aan veranderd. Maar er zat een eenvoudig webshop-systeempje mee ingebakken dat toén nog werkte. Wel, in stijl met bovenstaande: inmiddels niet meer. Dat meldde me onlangs iemand die me aansprak om dan maar in persoon iets van me te kopen. Oei. Maar ik heb niet zomaar een nieuwe webshop in de site hangen. Zeker niet omdat ik het druk heb met o.a. Droef en eh, tja, een leven buiten prutsen aan deze website. KutBinnenlanders moet ook nog eens ooit terug online, ik wil nieuwe video’s en boekjes maken, en dan heb ik ook nog een fijn lief en een job waarmee ik de kost verdien (u dacht toch niet dat ik van het kunstenaarschap kon leven ?? U koopt nooit iets ! Oh wacht de webshop is ook kapot oh ja.) duuuuuuus voor nu kunt u even niks kopen. Of nja, kan wel, u kunt me natuurlijk gewoon een berichtje sturen. Dan regelen we het zo wel. Kan gewoon. Maar de shop gaat dus binnenkort op de schop. Voor nu: jammer de pammer, u kunt lekker niks kopen.

STEMMEN

Vier keer
per dag passeren
kindjes in bulk mijn deur

Naar school / van school
druk, in gesprek

Vier keer
per dag gaat mijn kat
ontspannen verliggen

De massa beangstigt haar
maar ze vindt de stemmen mooi.

Geiten

Verhaal door René van DensenHet is feest in Prozacstad en dat mag gevierd worden vinden de mensen. Ze staan in een dikke drom voor het doorkniplint de burgemeester aan te gapen. De burgemeester praat lang en vooral onverstaanbaar. De reusachtige dure speakers aan zijn weerszijden galmen dwars door elkaar heen. De mensen trappelen stilletjes en hopen dat hij snel de ceremoniële schaar zal pakken. Zodra het lint officiëel twee linten is gemaakt, stroomt de drom mensen toe. Ze moeten de winkel binnen.

In de reusachtige winkel verkoopt men vlees, in alle soorten en maten die je in de andere grotere steden ook vindt. Eindelijk, nu ook thuis verkrijgbaar, verzucht de drom. Een oudere man met droevig gelaat staat achterin de drom maar houdt zijn mond. Hij heeft geleerd enkel in stilte nog aan zijn winkeltje te denken dat tegen de vlakte moest. Hij verkocht ambachtelijke lariekoek. De laatste lariekoekbakker van het land. Maar de tijden zijn veranderd en de mensen kopen geen lariekoek meer. Zijn droom is verkruimeld en overwalst.

Blij verandert de drom in een rij voor de balie waar de welbekende worst verkocht wordt. Deze exclusieve worst wordt steeds, stuk voor stuk, uit één gehele geit vervaardigd. In elke worst zit vlees dat maar uit één geit tegelijk komt. Er wordt uit veilig- en gezondheidsoverwegingen geen vlees gemengd. Niet een beetje van die of een beetje van die. Het mag wat kosten. Maar dan heb je worst waar je het tenminste écht van weet.

En er wordt niets verspild: het beenmerg, de hoeven, de hoorns, alles wordt er op heerlijk smakelijke wijze doorheen gemalen. Lekker groffe portie zout en kruiden erbij en een strak worstenhuidje erom. Op de seconde nauwkeurig afgebakken in hypermoderne geautomatiseerde massaproductie. Zodat hij hetzelfde smaakt als in alle andere steden. Elke keer weer.

Speciaal voor de opening wordt een heel festival georganiseerd. Worsten overal. Broodje worst, worst uit het vuistje, worstentaartjes, worstensoep, worstensmoothies. De mensen in Prozacstad laten het zich allemaal goed smaken. Het oude mannetje ook. Na enkele happen al geeft hij toe, dit was wat de stad nodig had. Meer eengeitsworst.

In een ver land klinkt jammerlijk mekkerend geitengeschrei. Maar dat kun je in Prozacstad gelukkig boven het feestgewoel niet horen.

Badkuip

Verhaal door René van DensenAl sinds ik acht ben wil ik elke ochtend niet ontwaken. Ik wil dood. Ik moet door een kluwen van realiteit heen om mezelf uit bed te trekken. Daarna doorsta ik de dag op wilskracht. Weinig mensen weten dit. Als er uiteindelijk bedtijd aanbreekt wil ik niet slapen omdat er weer een worsteling om te leven op me wacht. Ik wil door op de kracht die ik heb en dan slapen en niet meer ontwaken. Dit is al mijn hele leven mijn strijd en ik word veertig dit jaar. Ongeveer maandelijks is er een week dat het extreem zwaar is. Mensen die geloven in de maan hebbben me ware dingen verteld over de flow van dingen en het merendeel van de tijd kan ik mijn leven daar inmiddels op inrichten.

Ik moet in een week dat ik verlof heb en bijna elke dag amper mijn bed uit kan komen naar een optreden van een vriend in een stad die ik haat. Ik zit in de trein erheen. De vriendin van een andere vriend zit mee in de trein. Ze praat opbeurend maar snapt de worsteling. Het is allemaal akkoord. Ik red dit. Ik kan dit. Ik weet dit omdat ik de hele week al mezelf zeg dat ik niks kan en waardeloos ben en er toch nog ben. Ik drink zo kalm ik kan een pintje uit blik. Ik probeer niet teveel te denken aan alles waar ik volstrekt waardeloos in ben. Want ik ben waardeloos in schrijven, waardeloos in mijn vriendschappen en relaties, ik zorg extreem slecht voor mijn kat waar anders niemand anders voor zorgt en laten we nooit spreken over hoe ik voor mezelf zorg.

Ik adem. Ik ben ergens heen onderweg. Ik ben aan het slagen daarheen te gaan. De trein doet het meeste werk maar ik ga toch maar mooi weer. Ik doe het toch maar mooi weer wel. Dat is mijn mantra als het niet gaat. Ik doe het toch maar mooi weer wel. Ik ben in mijn leven allang de tel kwijt hoevaak ik dat stilletjes in mezelf heb gezegd. Ik doe het toch maar mooi weer wel.

Mijn lief heeft mij nodig. Er zijn vrienden in beide steden waar ik verblijf die me nodig hebben. Mijn kat heeft zo’n verlatingsangst dat steeds als ik mijn jas aantrek. ze paniekerig op mij springt en springend en miauwend smeekt dat ik niet ga, zelfs al ga ik maar naar de supermarkt. Ik lig al de hele week minstens driekwart van de dag op bed, mezelf verwijtend dat ik er onvoldoende voor iedereen ben. Ik kan elke dag wel janken, maar na het janken trek ik me uit bed, zet koffie, en probeer nog iets van het laatste kwart van de dag te maken.

Ik zit in een stad die ik haat op een literaire avond. Ik haat dit soort avonden en het is zo karig bezocht dat als ik vertrek, ik een fors percentage van de opkomst uitmaak. Ik vertrek stilletjes naar het toilet. Er is een badkuip. Ik overweeg even om het bad te vullen en vanaf daar, kalmpjes tussen het badschuim, te luisteren naar het literaire interview. Maar ik weet dat elke schuimbubbel die popt me doet erkennen hoe weinig ik er toe doe. Als de bubbel zelf. Ik kijk in de spiegel bij het handenwassen. Til mijn shirt op. Ik word dik. Ik ben waardeloos en dik en zonde van alles wat er in mij geïnvesteerd is. Ik ben gewoon dik en stom. Boeie. Wie zou me missen.

Na de literaire avond die vooral draaide om een paar vrienden van me ga ik met hen naar een café. Het café heeft een draaitrap omlaag naar het toilet. Ik fantaseer alleen maar om eraf te storten. Maar dan denk ik aan alle shit die mijn vrienden zouden hebben als ze mij daar onderaan zouden vinden. Braaf doe ik mijn ding. Ik veeg mijn billen, was mijn handen, werk me de wenteltrap terug op.

Was het leven maar een badkuip. Of had ik het lef om daar in te liggen in mijn eigen vocht. Maar meestal lig ik er in in bubbels. Ik heb zelf een badkuip. De laatste keer dat ik er in lag, morste ik mijn koffie in het water en moest ik er uit. Dat was deze week. Ik ging er niet meteen uit. Vermoedelijk is er koffie in mijn huid getrokken. Ik ben nu vast veel zuiders dan ik was. In mijn huid. Niet moeilijk want ik ben een TL-albino. Witter kan ik toch niet meer worden. Mooi, dat white privilige.

Ik drink wat na met mijn vrienden. Ergens wil ik niet eens dat ze gaan. Maar na enige tijd ben ik thuis. Ik zie van verschillende mensen nare berichten. En spam over jobs en penisverlengingen. Even rook ik een sigaret. Roken, dat is het laffe zelfmoord plegen. Ik check. Ik heb een heel groot pak sigaretten gekocht. Over de sigarettenrook zeg ik het stilletjes. Ik doe het toch maar mooi weer wel.

Hoi lieverd

Verhaal door René van DensenIn een benauwde treincoupé bedenk ik me ineens dat ik mijn verzonden berichten nog niet opgeschoond had. Ik heb een nieuwe tweedehands GSM. De nummers en ontvangen sms’jes heb ik al netjes gewist. Mensen vergeten hun eerstehands berichten altijd te wissen wanneer de telefoon tweedehands gemaakt wordt. En jawel, er staat een flinke boel berichten in naar nummers die ik niet ken. Vrijwel allemaal naar hetzelfde nummer. Ene Guus. Guus, ik tel 127 lege stoelen. Guus, ik tel 87 lege stoelen. Guus, ik tel 104 lege stoelen. Iets over een lijnmanager. Ik lees de sms’jes niet maar je ziet wel steeds het begin in de lijst. 105 stoelen, 84 stoelen, 122 stoelen. Geen idee of het veel of weinig lege stoelen zijn. Was dit van een conducteur die doorgaf hoeveel ruimte er nog in een bepaald deel van de trein was ?

Ik wis me door de lijst heen. Heel af en toe andere berichten. We zitten in ‘Doebai’, groetjes Willem. Of het eten al klaar is. Dat het dak er mooi bijla. Steeds kleine stukjes. Afgekapt. Van hoe weinig woorden Willem als man ook is, ik krijg nergens een volledig bericht in beeld. Of toch. ‘Oke.’ Dat hij er nog een punt achter zet, ontroert me.

Dan veranderen de berichten. 121 stops 57 pct gr W. Ruud 58 st Willem 126 s. Centr 127 st 94 pct. De berichten blinken uit in raadselachtigheid. De stops, tja. Het zal wel een buschauffeur zijn. Treinen maken niet bijzonder veel afwijkende stops. Dat percentage zal wel zijn hoe vol de bus was. Zou hij dat met een rekenapparaat hebben berekend ? Op zijn dashboard ? Of zouden die mooie moderne in- en uitchecksystemen dat gewoon melden ? Misschien de stops ook wel. En dan nog per sms moeten doorgeven hoe de eindstand is. Van jou en de andere chauffeurs. Van Ruud. En Akiv. En van jezelf. Willem.

Langzaam wis ik Willem. En Ruud. Delete delete delete. Stops en percentages. Steeds andere nummers. Kalme dagen, drukke dagen. Een verdwaalde ‘Ben geveld door griep’ ertussen. De dag erop duidelijk weer dapper achter het stuur. Bravo Willem. Aan je werkethiek ligt het niet. Stops en percentages, stops en percentages. Dan iets over een nieuw abonnement. Dat hij de vraag van de baas niet snapt. Dat hij vanavond later thuis komt. ‘Slecht nieuws’.

En dan wis ik bijna ‘Hoi lieverd <3'. Ik staar verbaasd naar het bericht. Dit was het eind van Willem's verhaal en hier begint dat van haar en mij.

Volgende week dinsdag: Brussel !


Hier hoef ik in feite niets aan toe te voegen: wat een line-up ! En dan nog mijn naampje erbij. Een eer, kortom. En na Gent en Turnhout zowaar de derde Sprekende Ezels-locatie waar ik mijn teksten breng. Menigeen is me voorgegaan in het compleet maken van dit lijstje, maar het leuke van deze dinsdagavond in Jester is dat deze Brussel-Zuid locatie nog kersvers is. Pas kortgeleden toegevoegd aan de illustere podiumketen die de Sprekende Ezels vormt.
Ik ben, kijkend naar de poster, ook verscheurd tussen proberen alle andere optredens ook mee te krijgen of toch vroegtijdig vertrekken om zeker thuis te geraken – ik en station Brussel-Zuid kennen elkander inmiddels al iets te goed en we zijn geen vrienden.