TO DO: DE WAS

Het erna verzuchtte: ik wou dat ik voor was
Dan kon ik met de eer gaan strijken
Maar eer het nu een nawee was
Had wat was allang het nakijken.

Bruggetjes


Verhaal door René van Densen
“Op de scooter.”
“Ja, met de scooter.”
“Heel dat eind op de scooter.”
“Ja, tot in Rotterdam, vier uur doorrijden.”
“Je bent gek.”
“Ja dat was koud, ik zweer het je. Tegen de wind over de Willemsbrug. Ik stond koffie te drinken in een tankstation, te rillen van de kou, echt niet gezond, maar ik ben wel keiblij dat ik het gedaan heb.”
“Je bent echt gek zo laat ’s avonds.”
“Ja maar het is mijn broer, weet je.”
“En hoe was dat gekomen dan ?”
“Ja gewoon, daar lag een plaat. En hij aan het lopen met zo’n pan met vet waar hij de hele dag frietjes in had gebakken.”
“Ja dat interesseert me dus helemaal niet. Maar hoezo de Willemsbrug dan ?”
“Ja daar moet ik toch over naar Rotterdam gek.”
“Niet.”
“Jawel dude.”
“Echt niet. Je moet over de Erasmusbrug.”
“Nee man ik zweer je, over de Willemsbrug.”
“Hier. Zo ziet de Erasmusbrug eruit. Het is deze.”
“Ja hallo wie reed er hier nou met de scooter ?”
“Maar goed. Hij liep dus met een pan.”
“Ja, met vet, en met nog zo’n vat met water in zijn klauwen, en dan over zo’n plaat-”
“Dat moet echt de Erasmusbrug zijn geweest jonguh.”
“Nee ik zweer het je, het was-”
“Nja goed whatever dus ja, zo’n plaat.”
“Ja en hij glijdt dus uit, en natuurlijk niet voorover-”
“Oh shit, dus al dat kokend spul-”
“Ja zo over hem heen. Wel niet in zijn gezicht.”
“Daar heeft hij dan toch nog veel geluk mee gehad in feite.”
“Ja man, nu is hij enkel overal verbrand waar je het niet ziet.”
“Echt kei mazzel. Maar goed, waarom kwam niemand hem helpen dan ?”
“Ja hij was daar alleen, hij was aan het afsluiten.”
“En dan belt hij niet 112 of zo.”
“Nee, hij belde zijn baas, zo van, ejo, ik lig hier weet je, kom effe helpen.”
“Hij is echt gek.”
“Ja dat is mijn broer he, super loyaal.”
“Dat is echt niet over de Willemsbrug geweest, maar goed.”
“Nee dat was de Erasmusbrug niet, gek, echt niet.”
“Goed maar was hij dan buiten bewustzijn toen de ambulance kwam ?”
“Nee hij zag alles nog, echt supervet, zo van -”
“Ja dat wou ik ook zeggen, dat lijkt me echt supervet dat je zo in die ambulance meegaat en alles ziet, zo zjoef wiewoewiewoe.”
“Dat had hij dus ook jo, zo van waah keivet. Heel de weg erheen trippen.”
“Maar had hij dan veel pijn of zo ?”
“Nee hij was na een halve dag al met rolstoel door het ziekenhuis aan het stunten en overal grappen aan het maken op elke afdeling, wheelies en al.”
“Het is ook echt jouw broer he.”
“Eej zo zou je zelf ook zijn, ik ken jou.”
“Dat is waar. Maar dat van die brug snap ik echt niet hoor.”
“Are you okay my love ?”
“Yes. Shhh. I’m enjoying my favourite show.”
“What’s that ?”
“Other people on the train.”

GEDICHT, DAG

Niet om het een of ander
Zie, alweer oordeel ik te snel
Ziet een ander een gedichtendag
Waan ik me in de hel

Want ik sloof me overdreven uit
Vlecht mijn woorden weldoorwrocht
Want men mag toch eens wat moeite doen
Echt mijn klinkers duur verkocht

Dus jullie mogen je dag houden:
Wouden buigen voor een een kus
Plus, ik ploeter te behouden
Ik waag me niet aan zo’n simpele klus

Bocht ! We keren hier de boel weer recht
Parkeer gerust eens aan de kant
Want in snelheid is inzicht slecht
En ziet niemand het verband

Dus ben ik erg aangedaan
Doet het me veel verdriet
Dat wegens te weinig fantasie
Niemand de echte rijm ziet.

Dag vrienden, dag vreugde


Verhaal door René van DensenMoet dit tegengeluid nu echt in deze tijd van narigheid ? Ja, het moet. Vrienden, vriendinnen, familieleden, ik moet aan jullie een ode brengen. Omdat het Europees Volkslied het zo zingt en omdat ik voel dat het moet. Verdomme, wat een kuttijden leven we toch.

Dus laat ons die ontvluchten. Ik hou van jullie. Jullie verbinden tot een fijne vleugel waaronder we samen kunnen verschuilen tegen de scherpe werkelijkheid. Met een glas geheven, met een knuffel, met een knipoog. Het kan zeker allemaal dwazer worden en laat dat zeker gebeuren. Niet de kant op van de harteloosheid, maar van de vriendschap. We zijn allemaal verbonden, en het meerstemmig koor van Beethoven schreeuwt dat door de laptopspeakers terwijl ik dit type. De toetsen slaan ritmisch met de pauken mee. Bam bam woord woord bam bam woord woord bam bam woord woord-woord. Bam, woord-woord.

Mijn kat kruipt onzeker op schoot, iets wat ze pas sinds afgelopen Kerst doet. Dan loopt ze er spinnend weer af en masseert de zetel, bijna paniekerig spinnend. Ga-niet-weg. Dat wil het zeggen als katten spinnen. Of het uit genot of doodsangst is. De speakers roepen FREUDE. Nog eens, FREUDE. Het klinkt als FREUNDE en ik denk terug aan iedereen die er voor mij was, niet alleen afgelopen jaar in mijn toenmalig dieptepunt maar in de eerdere dalen. Iedereen die me hielp, maar ook iedereen die ik zelf op wat voor manier dan ook kon helpen. FREUNDE. FREUDE. Ik hef een blik koelkastbier.

ACH VRIENDEN, NIET ZO. NIET DEZE TONEN. NIET DIT. EVEN GENIETEN. KOM OP. De violisten haasten zich, zoefzoef zoefzoef zoef zoef zoef zoef ZOEF. Een traan bolt in mijn ooghoek. Zeg van dit stom continent met millennia geschiedenis maar slechts decennia eenheid wat je wil, maar we proberen iets. Iets moois, iets waarbij iedereen aan tafel mag. Iedereen die identiteit probeert te behouden. Iedereen die zichzelf niet op orde heeft. Zelfs die ene trut die eigenlijk niet aan tafel wil. Iedereen mag aan tafel en meedrinken. Alle Menschen werden Brüder. Ik heb dit aan mijn nieuwe lief uit een ander continent proberen uit te leggen. Dat er een pas enkele decennia oud ideaal, dat echter al eeuwen gerealiseerd probeerde te worden, nu eindelijk iets wordt. Dat ik dat prachtig vindt. Dat ik bij het volkslied, gebaseerd op Beethovens’s muziek en deels Friedrich Schiller’s tekst (google daar de historie maar eens van) altijd mijn armen zwaai en ooghoeken dikke tranen laat vloeien. Als Harrison Bergeron in een belegerde bunker.

Want ik koester mijn vrienden. Iedereen die geluk had een vriend van een vriend te worden. Waar ze ook zijn op dit moment en wat ze ook belangrijk vinden. Wat hen ook aan mij bindt of juist vrij van mij houdt. Ik ben hun broeder. Net als die van mijn eigen broeder, waar ik bijna geen gesprek van meer dan drie uur mee kan voeren omdat we bijna geen gedeelde interesse hebben. Maar we zijn wel broers. We heffen het glas, we begrijpen elkaar, we horen bijeen. En we willen verbinding met de wereld. Alle mensen worden broeders. Of nu hun land brandt, of het door een idioot gebombadeerd wordt, of het gegijzeld wordt door een oudere garde die het roer wil omgooien. Onder de vleugel van Vreugde komen we bijeen. Ik zwaai nog meer met mijn armen, mijn kat kijkt spinnend toe. Ze kent mij onderhand bij deze muziek.

De muziek kalmeert. Nee, ze kalmeert niet. Ze siddert. Beethoven wist wat hij deed. De sequel stond open, we konden moeiteloos terug naar het oorverdovend refrein, zelfs vanaf het eind. Want alle mensen worden vrienden. Alle mensen houden van de vreugde. Geef het anders nog wat tijd. We komen er nog op terug.

OUDJAARSVERWENS

Het kalenderblad
trekt weer een grens
Het nieuwe jaar
duikt voorbij zijn plens
Rest nog slechts
een Oudjaarswens:
Vervloekt, stom jaar !
Groet, mijn dikke pens.