Tien

Verhaal door René van DensenDat het geen verhaal was, dat zag ik meteen, ondanks het vroege tijdstip. Op mijn zetel, in het vroege zonlicht, zat triomfantelijk een besluit mij aan te kijken. Ik vond het te vroeg voor besluiten en besloot eerst een koffie te maken. “Aha,” betrapte het besluit mij onmiddellijk. Shit, dacht ik. Daar heeft hij me. Grijnzend klopte hij op de zetelplek naast hem. Timide ging ik dan maar zitten. Hij staarde weer naar het zonlicht. Ik staarde mee.

We zaten daar al een tijdje, toen hij zijn keel schraapte. Net op tijd, want ik begon het stilzitten een beetje beu te worden. Hij keek mij strak in de ogen. “Nog tien,” zei hij op berispende toon. Ik haalde mijn schouders op en zei, okee man. Hij schudde het hoofd en herhaalde: “Nog tien.” Ik knikte.

Mijn kat keek nieuwsgierig toe bij dit alles. Zij zei echter niks. “Driehonderdvijfenvijftig,” sprak hij stellig. Er ging mij wat dagen. Toch keek ik hem vragend aan. “Drie ! Hon ! Derd ! Vijf ! En ! Vijf ! Tig !” riep hij, ritmisch zijn vuist op tafel bonkend. Ik keek even naar mijn vingers, niet wetend hoe ik moest reageren. En toen daagde het. Driehonderdvijfenvijftig verhálen, uiteraard. Bijna een jaar rond. Op tien na, dus.

Ziend dat ik het begreep, schudde het besluit zijn hoofd. Hij reikte mij een glas aan en de rest van de dag deden we niets meer van belang. We hieven glas na glas, herdachten de verhalen die achter ons lagen. Mijn kat sliep op onze schoten of rende speels rond. Ik wou een geheelomvattende, relativerende kenmerking duiden, maar hij drukte streng zijn vinger op mijn lippen. En ik zweeg erover. We dronken door tot de volgende ochtend. Ik werd wakker en het besluit was verdwenen. Hij was niet langer nodig, want zo zou het gaan: Nog tien dagelijkse verhalen.

Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *