“Proost knikker. Op je verjaardag he.”
Dank je, Opperpater. Op je gezondheid.
“Ja ja ja. Stabiel en soepel, knikker.”
En zo is het maar net.
“Ik heb geen nieuwe mop voor je, knikker. Ik heb Jan vandaag niet gezien. Die vertelt mij altijd moppen.”
Dat is jammer, Opperpater. Lees meer
Waar anderen een can-do attitude hebben, heb ik een krachtig no way Jose. Elke taak lijkt me al snel torenhoog. Niet uit luiheid, maar omdat ik onmiddellijk bedenk wat er nog bij komt kijken als ik de taak écht goed wil doen. En wat erbij komt kijken om die extra taken écht goed te doen. Enzovoorts. Zo dijt een taak al snel uit in een zee van belangrijke bijzaken, en tja, dan moet je keuzes gaan maken. Plannen, dat is natuurlijk hoofdzaak 1. Stel bijvoorbeeld, er moet worden stofgezogen. Dan moet er ook een nieuwe zak gehaald worden, voor de zekerheid, want halverwege moeten stoppen is stom. Dan kun je er net zo goed niét aan beginnen. En als ik een nieuwe zak ga halen, kan ik dat net zo goed meteen combineren met andere boodschappen. Maar daarvoor moeten mijn banden eigenlijk dringend opgepompt worden en mijn ketting geolied. Ja ga zo maar door. Lees meer
Het volgende programma is een piewpiewpiewfilm. Ik heb daar geen bezwaar tegen, een piewpiewpiewfilm op mijn beeldscherm. Je zou zelfs kunnen stellen dat als er tenminste een piewpiewpiewfilm op teevee is, ik de wereld een leukere plek vind. Dat, of een voetbalwedstrijd die het bekijken waardig is. De rest van de tijd is de teevee redelijk zinloos. Geef me echt maar een piewpiewpiewfilm of een goede balstrijd of het weerspiegelend zwart. Dan ben ik blij met het bakbeest van nutteloosheid. Lees meer
De benauwde zomernacht kruipt in mijn kop als een gekmakende koorts. Ik onderdruk de neiging om mijn haren af te scheren en schreeuwend in huis rond te rennen. Overal zijn mensen en muggen. Op straat kletsen twee vrouwen met elkaar. Elke klank kerft een brandende snee in mijn humeur. Ze moeten blijkbaar per se voor mijn woning praten. Ik ben gemaakt voor de herfst en de winter. Mijn huid glanst van het zweet. Voor de zeventiende keer dit uur zet ik mijn ventilator aan. En dan weer uit. En de vrouwen maar praten. Beesten fladderen door mijn kamer. Het zijn er maar een paar, maar in mijn kop is het een zwermende plaag. Een mug die zo dom was in mijn zicht op de muur te landen, sla ik dankbaar dood. Ik ben meestal een dierenvriend, maar nu even niet. Lees meer
Ditmaal is de Opperpater laat: wanneer ik mijn fiets voor zijn woning op slot zet, komt hij haastig aangepeddeld. Hij fietst sneller dan ik zou verwachten. Hij roept dat hij eraan komt, rijdt door een poort achterom. Ik wacht kalm. Daar komt hij. Minder imposant dan normaal, want een beetje schuchter lachend. Terecht: het is al bijna tien uur. Club P. begint normaal gezien om negen uur. De Opperpater steekt de sleutel in zijn slot en zegt: ‘Welkom in Club P, knikker.” Hij vertelt, terwijl we de trap oplopen, dat hij uit eten was gegaan bij de Scheplepel, en daarna met wat bekenden nog naar het café was gegaan. Lees meer
Soms zou je willen dat je een tekst kon schrijven als een melodietje. Dat mensen het niet meer uit hun kop kunnen krijgen. Heel de dag denken ze dan aan jouw tekst. Het is niet hetzelfde. Ze kunnen je tekst al niet woordeloos neuriën. Teksten zijn stomme dingen, eigenlijk. Misschien dat ik beter eens lessen ukelele spelen neem. Lees meer