augustus 2014

Morgen bier halen

Waar anderen een can-do attitude hebben, heb ik een krachtig no way Jose. Elke taak lijkt me al snel torenhoog. Niet uit luiheid, maar omdat ik onmiddellijk bedenk wat er nog bij komt kijken als ik de taak écht goed wil doen. En wat erbij komt kijken om die extra taken écht goed te doen. Enzovoorts. Zo dijt een taak al snel uit in een zee van belangrijke bijzaken, en tja, dan moet je keuzes gaan maken. Plannen, dat is natuurlijk hoofdzaak 1. Stel bijvoorbeeld, er moet worden stofgezogen. Dan moet er ook een nieuwe zak gehaald worden, voor de zekerheid, want halverwege moeten stoppen is stom. Dan kun je er net zo goed niét aan beginnen. En als ik een nieuwe zak ga halen, kan ik dat net zo goed meteen combineren met andere boodschappen. Maar daarvoor moeten mijn banden eigenlijk dringend opgepompt worden en mijn ketting geolied. Ja ga zo maar door.
Lees meer

Piewpiewpiewfilm

Het volgende programma is een piewpiewpiewfilm. Ik heb daar geen bezwaar tegen, een piewpiewpiewfilm op mijn beeldscherm. Je zou zelfs kunnen stellen dat als er tenminste een piewpiewpiewfilm op teevee is, ik de wereld een leukere plek vind. Dat, of een voetbalwedstrijd die het bekijken waardig is. De rest van de tijd is de teevee redelijk zinloos. Geef me echt maar een piewpiewpiewfilm of een goede balstrijd of het weerspiegelend zwart. Dan ben ik blij met het bakbeest van nutteloosheid.
Lees meer

Midzomernacht haat

De benauwde zomernacht kruipt in mijn kop als een gekmakende koorts. Ik onderdruk de neiging om mijn haren af te scheren en schreeuwend in huis rond te rennen. Overal zijn mensen en muggen. Op straat kletsen twee vrouwen met elkaar. Elke klank kerft een brandende snee in mijn humeur. Ze moeten blijkbaar per se voor mijn woning praten. Ik ben gemaakt voor de herfst en de winter. Mijn huid glanst van het zweet. Voor de zeventiende keer dit uur zet ik mijn ventilator aan. En dan weer uit. En de vrouwen maar praten. Beesten fladderen door mijn kamer. Het zijn er maar een paar, maar in mijn kop is het een zwermende plaag. Een mug die zo dom was in mijn zicht op de muur te landen, sla ik dankbaar dood. Ik ben meestal een dierenvriend, maar nu even niet.
Lees meer

Ome Rob

Ditmaal is de Opperpater laat: wanneer ik mijn fiets voor zijn woning op slot zet, komt hij haastig aangepeddeld. Hij fietst sneller dan ik zou verwachten. Hij roept dat hij eraan komt, rijdt door een poort achterom. Ik wacht kalm. Daar komt hij. Minder imposant dan normaal, want een beetje schuchter lachend. Terecht: het is al bijna tien uur. Club P. begint normaal gezien om negen uur. De Opperpater steekt de sleutel in zijn slot en zegt: ‘Welkom in Club P, knikker.” Hij vertelt, terwijl we de trap oplopen, dat hij uit eten was gegaan bij de Scheplepel, en daarna met wat bekenden nog naar het café was gegaan.
Lees meer