Toets

Verhaal door René van DensenIn mijn droom sjok ik door de gangen. Alles lijkt kleiner dan toen ik hier eerst was. Wat ik hier kom doen, weet ik niet goed. De conciërge groet me. Hij zegt dat hij met een boek bezig is. Ik groet terug en zeg dat hij na al die decennia vast veel te vertellen heeft. Eindelijk ben ik bij het klaslokaal. De leraar geeft me een mapje en een afstandsbediening. Daarna verlaat hij het lokaal. Ik ga maar aan een tafeltje zitten, die herinner ik me nog van mijn schooltijd. Ik sla het mapje open. Een gelijnd, leeg papier, waar ik datum en naam en nog wat dingen op kan invullen. Verder niks. Het ziet eruit als het antwoordvel van een toets. Jamaarho, ik kwam hier toch voor les ? Verbaasd kijk ik om me heen, maar geen schoolbord, niks. Enkel die afstandsbediening. Ik druk op een knop en in een muur schiet er plots beeld aan. Een stem én een reeks woorden leggen uit dat ik op het papier telkens twee dingen moet invullen op basis van de toets: een woord en een soort definitie of omschrijving.

Zonder te wachten start de toets. Haastig zoek ik een pen in mijn binnenzak. Het beeld toont zo te zien fragmenten uit films of muziekclips. Ik ken er niks van. Verdwaasd kijk ik naar het papier. Ik vul maar wat in, en zelfs dan nog laat ik de helft van het papier leeg. Dit gaat niet echt lekker. Ik dacht deze lessen even te volgen om het een en ander op te frissen, maar de wereld is volledig veranderd. Ik voel me heel dom. Tijdens de toets krab ik meermalen op mijn achterhoofd. De video is uiteindelijk afgelopen en ik krijg de vraag of ik die marteling nog een keer door wil zitten. Nee dank je, klik ik het beeld uit. Verschrikkelijk, wat een afgang dit. Met schroom in de poten zoek ik de leraar op om het vel papier aan te geven. Hij hmm-hmt wat terwijl hij vooral naar alle lege antwoorden kijkt. Hij draait het vel om en fronst. Hmm-hm. Ik dremmel wat.

Hij zegt dat er heus nog wel hoop voor me is. Maar er is veel werk te doen. Gelukkig heeft hij net een boek uitgebracht over precies mijn soort gevallen. Hij blijkt een expert op het gebied. Met intensieve begeleiding word ik uiteindelijk wel weer een relatief waardevol mens, verzekert hij me. Ik voel me niet enorm opgelucht en vraag me af waarom ik deze lessen wilde volgen. Moest ik soms, van iets of iemand ? Hij slaat me amicaal op mijn schouder en zegt dat we morgen gaan beginnen. Hij heeft het weliswaar druk, maar voor mij maakt hij wel wat tijd in zijn schema. Hij is bezig met een nieuw boek, moet ik weten. Zijn wenkbrauwen trekken er een heel geheimzinnige blik bij. Ik vraag me af wie er in deze droom niét met een nieuw boek bezig is, behalve ik dan.

Gwoon

Ejoooooo
Sup ? Jaaaajoh. Neeeprima.
Gwoon. Aandechillings. Jaaatog.
Jajezusgisterenman. Nienormaal.
Ja en die éne, djiez. Wutfuk.
Neeeeman.

Ja èpp me da effuh.
Jahoezoniet. Daskut. Janee.
Gister gekeken ? Vet, man.
Supershit, die koekwous.
Gwoon, op fèèsboek.

Die is gèk. Jadag echnie.
Hee-eh mallejopie. Neeje.
Ejoooooo later man.
Mazzels.

Gerbils Ate My Baby

empty_dvd_coverDe videotheekman blijft het vreemd vinden dat ik binnenloop nu in feite vrijwel al zijn klanten wegblijven. Maar ik hou er nog wel van om te snuffelen. En ik heb een pasje. Ik snuffel ook graag in de ‘volwassenenhoek’. Ik heb thuis enkel een kat, geen vrouw, dus ik mag alles. Waarom zou je jezelf dan de gekkigheden van de tettenplanken ontzeggen ? Ik geniet met enige regelmaat van de excessen die ik er aantref. Zo was er al eens een blond, getatoeëerd dwergmeisje dat door een enorme neger gepaald werd terwijl ze allerlei racistische kreten bleef slaken. Die film mag van mij in het werelderfgoed bewaard blijven. Stel je voor, dat toekomstige generaties deze beelden niet meer zouden kunnen absorberen. Of een ander juweel van een paar jaar geleden: Granny Is A Tranny III. Puur goud. U hoort het, ik kan mijn plezier wel op bij de videotheekman.

Maar vanmiddag trof ik iets dat al mijn verwachtingen oversteeg. Ik betastte het doosje voorzichtig. Ja, het was toch echt écht. Jemig. Dikke laag stof. Niemand heeft deze film durven huren. Ik snap het wel. Die titel schrikt af. En niet te weinig. Zeg nou zelf: Gerbils Ate My Baby. Zelfs een vunsveteraan als ik moet even slikken. Toch huur ik hem. De videotheekman kijkt even verbaasd dat hij deze film hééft. Maar vooruit, ik mag hem mee. Scheve blik. Nu ben ik, naast raar, ook een smeerlap. Och. De videotheekman mag van me denken wat hij wil. In een discreet zakje sleep ik het kleinood mee naar huis. Zo benieuwd.

Maar toen zag ik de film. Oei. Ik wil niet teveel in detail treden. Maar het is verdomd illegaal. Bestialiteit. Minderjarigenseks. Het was verschrikkelijk. Een marteling om naar te kijken. Ook slechte lenzen en belichting. En die téksten, man man. Ik heb er het allerbeste mee gedaan dat je voor de mensheid kunt doen: de dvd vernietigd. Ik riskeer nu een grote boete. Dus ga ik niet meer naar de videotheekman. Ik wacht geduldig tot hij op de fles gaat. Dan is die boete ook weg.

Joehoe


Verhaal door René van DensenMet een geïrriteerd gezicht, meestal, maar met het hart op de goede plek: “Je moet écht meer aan zelfpromotie gaan doen.” Dus op een grauwe maar droge waaromooknietdag besluit ik tot actie over te gaan. Zelfpromotie. Daar gaan we dan. Ik kraak mijn knokkels. Wereld, hou je vast. Vandaag ga je horen van de grote René van Densen. Hij gaat je versteld doen staan van zijn overweldigend talent. En vanaf heden zal de naam voorgoed in je oren geknoopt zitten. Daar helpt geen slaolie aan. Geloof me !

Het grootste probleem dat ik direct op mijn pad tref, is hoe je dat doet. Zelfpromotie. Het blijkt op grofweg twee manieren te kunnen. Of je doet het op de gedegen manier, zoals velen het doen. Het nadeel daarvan is dat velen dat al doen. Dan heb je de originele manier. Het nadeel daarvan is, dat velen al veel originele manieren voor je voeten weggemaaid hebben. Potverdorie, denk ik. Valt nog niet mee, die zelfpromotie. Ik krab even wat op mijn schedel. Ik wil best, hoor. Maar hoé. Jemig. Eerst maar een koffie. En een sigaretje.

Daarna trek ik schoenen en een jas aan. Deur uit. Even uitwaaien. Naar de mensen. Lopend door de wijken roep ik: “Joehoe !” Ik zwaai. “Joehoe ! Joehoe ! Joehoe !” Enzovoorts. De mensen kijken op. Kijken aan. Kijken na. Kijken om. Ze kijken. Yes ! Ik kan het wel, denk ik bij mezelf. Dus zo doe je dat, die zelfpromotie. Maar dit is wel tijdrovend. Er zijn heel veel wijken in dit land. De hoek omdraaiend, besluit ik te testen of het in iets grotere aantallen kan. Ik ga breed en opvallend in beeld staan en zwaai. Joehoe ! En jawel: de volle bus toetert terug. Indringend.

Eenmaal andermaal en hoe alles verdwijnt


Voor een hoop dingen in deze wereld ben ik eigenlijk niet helemaal goed in elkaar gestoken. Zo begrijp ik heel veel niet, door mijn onhebbelijke eigenschap ze niet klakkeloos aan te nemen. Over andere zaken wil ik dan weer niet nadenken omdat ze me domweg niet interesseren. Als ik niet kan werken, vreet de frustratie aan me, maar feitelijk vind ik alle arbeid vreselijk. En praat me niet van de vele systemen die andere mensen accepteren als hoe het nu eenmaal werkt. Ja, eenmaal andermaal, denk ik dan. Verkocht.

Als ze me nu aan het begin gewoon gezegd hadden dat alles verdwijnt, verrot en verzuurt. Elke dag iets meer. Met af en toe een dag dat het meevalt. Of dat iets even je gedachten verzet. Dan was ik voorbereid. Misschien wilden ze dat een teer kinderzieltje niet aandoen. Alsof je ziel als volwassene minder teer wordt. Wat een onzin. Eenmaal, andermaal verdomme ! Daarom ga ik met een houten hamer op de stoep zitten. Het is hoog tijd voor de afrekening. Ik sla. Eenmaal. Poef, daar verdwijnt een toevallige voorbijganger met een hond aan zijn riem. Ik sla. Andermaal. Poef, daar verdwijnt een vaalrood rijtjeshuis met versgemaaid gras.

Ik hamer door. Eenmaal, bam. Weg hypotheekaftrek. Andermaal, knal. Weg wegenbelasting. Eenmaal, pats. De gepatenteerde groente- en fruitzaden de wereld uit. Andermaal, kablam. Alle social media marketing gurus poefweg. Eenmaal, hatseflats knallerdeboem. Andermaal, hopperdekrak. Mijn hamer breekt. Maar de verdwijning is op gang gekomen en zet goed door. Er valt niks meer aan te stoppen. Alles vervaagt. Er resteert enkel wit, en ik. Ik groet het wit. Het wit groet terug. Het ziet er schoon en opgelucht uit. Na alle groezel die er was.

The Meatball Special

Verhaal door René van DensenNatuurlijk hebben onze bestellingen óók idiote namen. Maar als hij de zijne uitspreekt, zijn we direct gefascineerd. Kijken of het écht zo heet. Ja hoor, het staat er: Meatball Special. Het duurt ook nog eens langer om te maken omdat het eerst warmgeroosterd moet worden. Dus we hebben uitgebreid de gelegenheid om de arme kerel in ons gezelschap te plagen met zijn lunchkeus. De makkelijkste vondst is dat hij is wat hij eet. Oftewel dat hij zelf een Meatball Special is. In dat geval zijn wij zelf, respectievelijk, een… Nee, over onze bestellingen gaat het verhaal hier niet. Hoe kun je immers naast zoiets prachtigs als The Meatball Special nog met iets anders aankomen ?

Onze broodjes zijn bovendien al op. Het kostte moeite; de porties hier zijn royaal. We puffen nog een beetje na, wanneer hij dan plotseling arriveert: zijn Meatball Special. We kunnen het niet nalaten te zingen: Oh Meatball Special, shine a light on me, oh Meatball Special, its ever lovin’ light on me. Maar we bekijken het gearriveerde broodje jaloers: wat een joekel. En dampend warm. Ons slachtoffer gunt zich zeker niet het minste. Genietend neemt hij hap na hap terwijl wij onze bewondering verbergen achter verdere spot. Onze kerel stoort zich niet. Hij gunt zichzelf potverdorie zomaar de Meatball Special.

Dan blijkt hij ook nog eens de duizendste besteller te zijn van dit unieke broodje. Een fanfare zet in, twee mensen verkleed als gehaktballen dartelen rond onze tafel. Een stralende oudere dame komt aangeschoffeld met een reusachtige cheque. Als ze hem de cheque wil aanreiken, gromt de smullende eter. Het is zelfs niet overdreven om te spreken van bláffen. Hij jaagt de vrouw achter de balie en valt dan de dartele gehaktballen aan. Gillend verlaten ze het pand. Ook wij zijn van schrik achter een tafel weggedoken. Hij kalmeert en zet zijn tanden opnieuw in zijn broodje. Dit is zijn moment. Zijn Meatball Special moment.

AVS Regionale TV Gent over Zaradi Tebe

Zaradi Tebe 2014Het was leuk dit weekend, in Gent: Zaradi Tebe. Ondanks het vroege tijdstip op de zaterdagmiddag mocht mijn optreden toch op wat belangstelling rekenen. Niet in het minst van een charmante verslaggeefster van AVS, de regionale televisie in Gent. Ze deed een item over Zaradi Tebe waar ik even in vermeld wordt. Ze had ook een kort interviewtje afgenomen, maar dat blijkt er toch uitgeknipt. Ik ben ook niet zo goed in interviews dus ik begrijp dat wel.

Er zijn, naar het schijnt, opnames van mijn optreden gemaakt. Zodra ik daar meer van weet, leest u het uiteraard hier. In het item ziet u een fragmentje.

Zaradi Tebe 2014

Wamoetje

Verhaal door René van DensenHebt u dat wel eens, dat u ’s ochtends pas negentien minuten op bent ? Zo’n blik geef ik de poes wanneer die moeiijk komt doen. De poes wil iets. Ik kijk morsig terug. Mijn blik zegt: wacht nog maar even, poes. Over korte tijd ben ik beter aanspreekbaar. De poes trekt zich er niets van aan. Miauw, zegt ze. Ik kijk nog wat morsiger want inmiddels is het nog steeds pas twintig minuten. Ik kan beter niet aan rumoer blootgesteld worden. De poes schat mij veel veerkrachtiger in en miauwt indringend.

Wamoetje, brom ik naar de poes. Miauw, zegt de poes. Ik trek een gezicht alsof dat geen antwoord is. Maar de poes snapt de regels van intermenselijke communicatie niet zo goed. Ze trekt een kop alsof het ongelooflijk is dat ik nog niet weet wat zij wamoetje. Zij weet wat ze wamoetje, waarom begrijp ik niet direct wat zij wamoetje ? Miauw, idioot ! Ze draait wat rond mijn benen.

Ik hul mij in veelzeggende stilte. Een bubbel van rust vormt zich en strekt steeds verder uit. Mijn kat deinst er van weg. Ze vertrouwt de stilte niet. Zo te zien miauwt ze paniekerig, maar ik hoor haar niet. Alles valt stil. Ik hoor geen vogels, behoeftige katten of rinkelende telefoons meer. Duister en zwijgend omhelst de leegte me. Ik geniet. In feite zou ik nu dit moment moeten vieren. Ik blaas op een toeter, maar er komt geen geluid meer uit. Potver, denk ik. Sommig geluid is nog wel oké. Ik vraag me af of ik de stilte kan omkeren, of dat alles voorgoed stil zal zijn. Ik vraag aan de zichtbaar maar in stilte miauwende kat: wamoetje. Maar de klank komt niet meer over mijn lippen. Alles is kwijt.

Het barmeisje

Mooi en diep
Dat zijn haar glazen
Rond en vol
Zijn ze geblazen
Fonkel vol blink
Staan ze gesteld
Fier maar toch breekbaar
Onder geweld

Is ze halfvol
Of wellicht half ledig
Is ze wat dol
Of is ze onzedig
Krullen die haren
Enkel voor mij
Of zit er geen enkele
lok voor mij bij

Mooi en diep
Dat zijn haar glazen
Bollen en shotjes
Fluitjes en vazen
Zelfs al zou je het willen
En zet je ‘m op
Ze blijft ze maar vullen
En nooit in je leven
Krijg je ze allemaal
Op.