Oorlogscorrespondent

Verhaal door René van DensenDe oorlogscorrespondent zit op het terras in Prozacstad, op zoek naar oorlog. Hij is een van de beste oorlogscorrespondenten ter wereld, al zegt hij het zelf. Maar nu moet hij een tijd de kost verdienen bij de Prozackrant. Dat geeft niet, ook hier moet hij oorlog kunnen vinden. De laatste weken is duidelijk geworden dat er in heel Schrikland wapens te koop zijn, liquidaties plaatsvinden, corruptie en propagandaverspreiding plaatsvindt, dus de oorlogscorrespondent maak je niks wijs. Ook, nee, zéker in Prozacstad moet er oorlog woeden.

Eerst heeft hij zich in het echte strijdgewoel gestort: hij heeft een reusachtig volksfeest bezocht. Maar dat bleek niet zijn verstandigste zet. Het volk was vooral dronken en handtastelijk. Zijn kleren zitten nu onder de biervlekken en hij is zijn cameralens kwijt. Op het terras zit hij uit te puffen. Even weg van de dronken graaimenigte. Het was dom, geeft hij meteen toe. Beginnersfout, van het soort dat hij echt niet meer zou mogen maken. In een strijdgebied ga je immers ook niet tussen de soldaten naar voren stormen. Nee, je bekijkt de strijd vanaf overzichtelijkere, rustigere plaatsen zodat je het hele verhaal krijgt.

De oorlogscorrespondent nipt van zijn bier en probeert een plan de campagne te bedenken. Hij zou naar een voetbalwedstrijd kunnen gaan kijken. Waarschijnlijk zijn de supporters van FC Prozacstad één grote broeihaard van geweld, criminaliteit en ongeregeldheden. Maar of hij daar nu van moet verwachten dat de oorlog er losbarst… Uiteindelijk zijn die supporters enkel in voetbal en vandalisme geïnteresseerd. Dus propaganda hoeft hij daar verder niet veel te verwachten. Alsof je dolle stieren zou ronselen voor een surgical strike.

Hij bestelt nog een glas. En nog een. Het is hier wel aardig, in de zon, geeft hij toe. Nog maar een bier. De oorlogscorrespondent besluit langzaamaan dat de oorlog waarschijnlijk het beste vanachter deze terrastafel te observeren is. Hier ziet hij immers alles, en messcherp. Ja, als de stront aan de knikker komt, zal het hier onder zijn neus zijn. Het zal niet aan zijn aandacht ontglippen. Waggelend en met een rode neus strompelt hij naar het toilet.

Prozacjugend

Verhaal door René van DensenOoit zat er een groep wijze oude mannen aan een tafel in Prozacstad. Die zaten daar elke week zichzelf te beraden over de toestandindewereld en na een lang, vloeibaar beraad waren alle toestandindewereldproblemen voorgoed opgelost. Deze week echter was er slecht nieuws voor de toestandindewereldproblematiek.

De oude man die meestal als laatste kwam, zag het als eerste. De rest was namelijk onderworpen aan een keur van andere verplichtingen. De een moest zus. De ander zo. Enkel de laatkomert had geen andere plannen en was als zodanig, bij hoge uitzondering, de eerste.

Maar bij binnenkomst zag hij geen lege tafel waar de Prozactafel-raad aan kon plaatsnemen. Neen. Hij zag een groep jongeren. Erger, een groep jongeren die op een bepaald alcoholpromillage de toestandindewereldploblemeratie aan het oplossen zat. Verbaasd ging de Late Man een tafeltje verder zitten. Hij luisterde stilletjes mee.

Het tafeltje beviel hem alleszins niet. De Prozactafel was een grote, imposante tafel. Maar als luistervink moest hij het hiermee doen. En bovendien. de Prozacjugend had de Prozactafel ingepikt. Daar kon hij in zijn eentje bar weinig tegen doen. Ze zouden hem verslinden. Hij was niet schokkend veel waard zonder de rest van zijn Prozactafelraad. Dus nu zat hij aan het Luistervinktafeltje, op te pikken wat de Prozacjugend wel eventjes aan de wereld zou doen als zij maar.

Een ander lid van de Prozactafel liep binnen, bezag de Jugend verbaasd – zij hem niet – en daarna de Luistervink. Hij schoof aan. Even later liep er nog een verrast lid van de groep binnen, en schoof aan. Fluisterend bespraken ze de Prozacjugendopkomst. Ze wilden er aanvankelijk iets aan doen, maar ja. Jeugd, toekomst, enzovoort. Daar bovenop zaten er mooie jongedames tussen de Prozacjugend. Dat hadden zij met hun Prozactafelraad nooit voor elkaar gekregen.

Het was de heuglijke dag dat ineens de Prozactafel van een andere groep werd, en de leden van de oude groep nooit meer in het café zouden opduiken.

Verhuisbioloog (3)

Verhaal door René van DensenAchteraf is iedereen te moe voor bier. In de tuin zitten we uit te puffen en alle sjouwers zitten aan het water. Iedereen zweet, behalve de tuinbioloog. Die geniet van zijn bier. De tuinbioloog draait voor zo’n verhuizinkje zijn hand niet om. Geamuseerd beziet hij de zwetende zwoegers. Sloebers, zo valt zijn oordeel van zijn gezicht te lezen. Hij staat op om een nieuw biertje te pakken. Er staan er genoeg koud.

De verhuisbioloog die nu tuinbioloog is, gaat weer zitten en vraagt of we nog verkleed naar Carnaval gaan. Niemands hoofd staat op dit moment naar Carnaval. Ik zeg dat ik niet naar Carnaval ga en de rest knikt stilletjes. De tuinbioloog zegt dat het gezond is om naar Carnaval te gaan, en zeker verkleed als iemand anders.

Ik zeg dat ik niet als iemand anders wil gaan. Ik wil gewoon het hele jaar door mezelf zijn. Dat lijkt me veel gezonder. De tuinbioloog zegt dat hij altijd als iemand anders gaat. Zo is hij al eens als terrasbioloog, wildplasexpert, verhuisbioloog en tuinbioloog naar Carnaval geweest. Dit jaar, zegt de tuinbioloog, dit jaar ga ik als Nachtbioloog denk ik.

Verhuisbioloog (2)

Verhaal door René van DensenWe zweten ons kapot, maar de verhuisbioloog houdt zich goed druk. Met commentaar. Hij meldt ons dat het zweet dat we produceren, een natuurlijk afkoelingsmechanisme is. We zijn blij om het te horen, maar het zweet stroomt er niet minder om.

We verslepen een koelkast en een wasmachine, maar daar moet de verhuisbioloog niets van hebben. Het is zo, volgens de verhuisbioloog, dat ons mensenras evolutionair erop achteruit is gegaan toen we deze uitvindingen in ons dagelijks leven integreerden. Oorspronkelijk, zo beweert de verhuisbioloog, wasten we onze kleren gewoon met spuug. De enzymen in onze spuug leverden beter én ecologisch verantwoorder resultaat dan die chemische shit, aldus de verhuisbioloog, die in de wasmiddelen zit.

De koelkast, daar is de verhuisbioloog milder over. Het heeft er ook misschien iets mee te maken dat die straks, als we klaar zijn met verhuizen, gevuld zal zijn met bier. De verhuisbioloog zal zich dan transformeren. Voormalig een terrasbioloog, nu een verhuisbioloog, zal hij zich ontpoppen tot een tuinbioloog. Daartoe heeft hij, zo zegt de verhuisbioloog, het volgende nodig: een koud bier; een tuinstoel; een leuk muziekje helpt ook.

Al zwetend vraagt iemand zich hardop af wie de verhuisbioloog uitgenodigd heeft.

Verhuisbioloog

Verhaal door René van DensenIk heb niet heel veel bekenden dus vraag ik ze allemaal of ze willen helpen bij mijn verhuizing. Zelfs de terrasbioloog vraag ik. De terrasbioloog heeft normaal toch niets anders te doen dan een beetje terrasbiologen. Daar kan hij prima even tussendoor pauzeren en een paar doosjes sjouwen. Schat ik in.

Maar de terrasbioloog zegt dat hij niet kan. De terrasbioloog organiseert namelijk weer een wildplaswandeling en kan niet op twee plekken tegelijk zijn. Ik baal. Geïrriteerd mopper ik dat de terrasbioloog toch ook de wildplaswandelaars mee kan nemen en doosjes laten sjouwen. Dan mag de terrasbioloog ondertussen wel vertellen over alle biologische eigenschappen van het hele verhuisverhaal.

Daar denkt de terrasbioloog even over na. Hij nipt stil en bedachtzaam van zijn glas. Dan knikt hij langzaam. Ja, zegt hij. Dat kan zelfs heel goed. Er zijn veel interessante biologische kanten aan een verhuizing, zegt de terrasbioloog. Hij wordt razend enthousiast en kondigt luidkeels aan op het terras: morgen word ik verhuisbioloog !

De overige terraszitters drinken rustig door.

Prozacstad Komt Inactie

je-suis-charliePROZACSTAD – In Prozacstad, de zesde grootste stad van Schrikland, is een uniek protest ontstaan tegen de gruwelijke aanslag bij het satirische Franse blad Charlie Hebdo. Waar in verschillende andere grote steden mensen massaal de straat op gingen in protest, organiseert Prozacstad de actie “Prozacstad Komt Inactie”. Massaal blijven de Prozaccers thuis en zwijgen in alle toonaarden. “Het enige juiste antwoord op deze gruwelijkheden,” aldus een inwoner. Ook werd er een facebook actie gestart, “De Andere Kant Opkijken”, die nu al ruim tienduizend likes heeft.

Inactie
Een groep bewoners startte de Inactie actie: “Niks doen, dat is nu het beste. Door je boos te maken of allemaal acties te organiseren geef je deze gruweldaad alleen maar erkenning. We moeten juist laten merken dat ze ons niet kunnen raken, hoe hard ze ook willen. Kom maar op. Andere wang toekeren. Wij zijn onkwetsbaar ! Sterker, als we ons in inactie wentelen geven we misschien het goede voorbeeld. Stel dat de daders besloten hadden tot inactie, dan was heel deze Inactie niet eens nodig geweest. Konden we gewoon in actie komen, zeg maar.”

Een werkeloze bewoner voegt laconiek toe: “Ik ben werkeloos, dus ze kunnen mij alvast niet op mijn werk komen opzoeken. Kijk, zo hadden die Fransen dat ook gewoon moeten doen. Als ze je niet kunnen vinden, kunnen ze je niets maken. Daarom zit ik hele dagen in het café. Ik draag zo mijn steentje bij aan een vrije maatschappij.”

De Andere Kant Opkijken
De initatiefnemers van de facebook-actie koesteren een soortgelijk gedachtengoed. “Iedereen geeft nu heel veel aandacht aan de kwestie. Dat is nu net wat de daders wilden. Angst zaaien, zich erkend voelen, serieus genomen voelen. Je moet ze juist laten voelen dat het volstrekt zinloos is, wat ze doen.” Op de facebookpagina prijken nieuwtjes over álles behalve de Franse gruwelijkheden. Zo staan er instructies over het resetten van uw televisie, en is er enorme ophef over de verhuizing van een huisartsenpost. “Dat is óók heel erg hoor,” reageert iemand er verontwaardig onder.

In de straten is het heel stil. Op sommige terrassen zitten, opstandig, wat mensen in dikke jassen met een bourgondisch glas bier op tafel. “Jèh, dèh is ammel heul erg natuurlijk,” reageren ze desgevraagd. “Woar was dah ? Ow. Dès toch kei ver weg man. En daar spreejke ze ammel Fransozisch en alles.”

Een organisator voegt toe: “En als mensen toch zonodig moeten protesteren, dan moeten ze dat maar in een andere stad gaan doen. Wij doen het in Prozacstad zó.” Geen van de ondervraagden gaf aan ooit het satirisch blad gelezen te hebben.

Kerstmensen

Verhaal door René van DensenDat het de langste dag van het jaar is, dat voelen we niet, want alcohol. En luide gesprekken en bruinhouten muren. Het bier wordt nauwkeurig getapt en klotst vervolgens bij elke proost. Decorum, dat heeft mijn land nooit onder de knie gekregen.

En ineens staat het café vol met kerstmensen. Jonge kerstmannen, die ironisch over hun hipsterbaard een witte wattenbaard hebben hangen. Vrouwen, die een rood nauwsluitend roodwit kerstkostuum dragen waar hun kont goed in uitkomt, en een koddig kerstmutsje dat pront andere prontigheid belooft.

Ze hebben buiten de kettingdrinkende muzikanten aan de bar gerekend. Één van hen begint. Hij brult luid naar een van de kerstmensen, die eigenlijk echt maar op een leuke avond uit zijn: “Halloooo !” En hij herhaalt: “Hallooooo ! Hallooooooo ! Hallooo !” Al snel vallen andere muzikanten hem bij en allemaal brullen ze hetzelfde woord. Het wordt een chorus van brute, bijna vijandige welkomstwoorden.

De kerstmensen kijken geïntimideerd. Dit ontvangst is anders dan bij de andere cafés. Een jongen die normaal met ze mee zou feesten, in een kek kostuum met kerstboomprints erop, brult ook lustig mee. Het hele café jouwt al hallooooooënd de kerstmensen eruit. Natuurlijk zouden we graag op kosten van de strakgegelde kerstjongentjes willen drinken. En natuurlijk willen we de wulpse konten van de kerstmeisjes grijpen. Maar dit is een bruin café verdomme, en bruin en rood vloekt.

De kerstmensen vluchten de straat over, een disco in. Daar horen we een enthousiast verwelkomende massale kreet. De barman ritst demonstratief het gordijn dicht. We zijn weer onder elkaar, in al onze brute gevoeligheid. Één van de halloooo-roepers laat een harde scheet.

Die ene hele goede grap van Willem

Verhaal door René van DensenWe stonden er eigenlijk een beetje van versteld. Niet dat Willem nooit grappig was, maar dit was wel heel erg spitsvondig. Wat een grap ! Spontaan associeerden we erop door en iedereen lachte zich een kriek rond de terrastafel. Het was nat en koud maar ons gelach was warm. En de grap was droog genoeg.

Ja, en daar zit je dan de volgende dag. Wat was de grap ook alweer ? Hij was echt, écht enorm lollig. Die ene hele goede grap van Willem. Het ging voor de verandering eens niet over de drie verloren WK’s. Dat maakt het wel lastig om me te herinneren waar de grap wél over ging. Want Willem met de WK trauma’s heeft het normaal gezien bijna alleen over zijn WK trauma’s. En niet over waar die ene hele goede grap van Willem over ging.

Ik krab wat aan mijn schedel. Weet het echt niet meer. Ik kan het natuurlijk Willem even vragen, via een mailtje of zo. Willem onthoudt alles. Willem weet ongetwijfeld nog die ene hele goede grap van Willem wel. Maar ik ga het niet vragen. Het is suf om naar die ene goede grap te gaan lopen vragen. Zo goed kan hij niet zijn geweest. Anders wist ik hem nog wel. Die ene goede grap van Willem. Wat een kutgrap was dat zeg. Laat maar hoor.

Varken van het Vrije Woord

Verhaal door René van DensenMijn vriend vraagt wat ik wil drinken. Koffie, zeg ik. Hij zegt dat zijn water afgesloten is, maar koffie moet nog lukken. Terwijl zijn apparaat een bakje koffie ratelt, laat hij zien wat hij gekregen heeft, ter compensatie van de werkzaamheden waardoor hij zonder water zit: één plastic voorraadzak water. Genoeg om van te drinken, dat wel, maar een spoelbak vullen of douchen lukt daar niet mee.

In Prozacstad was er een nijpend tekort aan waakhonden. Van de democratie. Dus werd er een avond georganiseerd, met een Initiatief. Dat moest het vrije woord weer aanmoedigen.

Hij zet de koffie op tafel en even zwijgen we. Is wel lekker. Er wordt al zoveel gezegd. Ik vraag hoe het nu gaat. Ik heb mijn vriend zeker een maand niet gezien.

De avond werd ingeleid door voor te lezen uit een Boos Boek. In dat boek krijgen achterkamertjespolitiek en de huichelachtige katholieke mores er fors van langs. Daarna was er gelukkig muziek.

Mijn vriend zit middenin een rechtzaak. Hij werd onlangs onterecht ontslagen en vecht nu voor zijn gelijk. “Het lijkt erop dat ze het gaan afkopen,” zegt hij. Jammer, zeg ik. “Ach,” zegt mijn vriend, “zo heb ik ook weer een jaar huur.”

De zaal mocht vervolgens in discussie, over het vrije woord. Er klonken Boze Woorden over en weer. Maar geen stemverheffing. Iedereen vond het vrije woord heel belangrijk. En iedereen was overigens ook al met een intiatief bezig om het vrije woord te ondersteunen. Ondertussen moest iedereen nog maar zien wat er uit het Initiatief komt.

“Ik heb waarschijnlijk geen toekomst meer buiten het dwars zijn,” zegt mijn vriend. “Inmiddels kleeft aan mijn naam dat er altijd gezeik met mij is. Niemand neemt mij meer aan. Jammer genoeg zijn zelfs de steunbetuigingen daardoor in feite schadelijk. Grappig, eigenlijk.”

Een enorm goeie en over de hele wereld bekende muzikant mocht vervolgens optreden. Iedereen begon er luid doorheen te praten. Er waren hapjes en er was drank. De muziek verdronk in het gekakel.

Ik vraag of mijn vriend het zwart in ziet. “Ach, we moeten ons ook niet zo aanstellen,” zegt hij. “Net als dat afgesloten water: twee daagjes, dat valt toch prima te doen ?” Hij neemt een slok van zijn koffie.

De gitarist vertelde dat de burgemeester, toen hij na jaren internationaal ploeteren, grote aandacht en zelfs enkele prijzen kreeg, hem een lintje aan wou bieden. Hij weigerde, want “waar was jij vóór die tijd ?” Je kon zijn krachtige verhaal amper verstaan, door al die vrije woorden die er per se uit moeten.

“We hebben langzaamaan een generatie van watjes, die niets meer kunnen hebben,” meent mijn vriend. “Bij het minste geringste is het paniek, en van pure angst heeft bijna niemand nog aandacht voor elkaar. Gevaarlijke geluiden moeten daarom weg, wég.”

Ondanks de muur van praatlawaai speelde de gitarist dapper door. Een stylistisch breed doorwrochten lied. Een gevoelig lied over zijn kinderen. Een lied dat jazz maakt van Bach. De paar mensen die nog wilden luisteren, hoort de helft van de noten niet, want de anderen moeten praten, praten. Het zijn de waakvarkens van de democratie.

Ik zeg dat nonconformisme in de DSM-5 officieel als een geestesziekte gezien wordt. Dus misschien kunnen we ons ziek laten verklaren, opper ik. Volgzaam, kritiekloos gedrag, dat is nu de norm. Zelfs in de psychiatrie. Mijn vriend gelooft me niet en zoekt het op. Verbaasd leest hij het na. Het is wáár, verdomme. Nonconformisme is een geestesziekte.

Ik sta op. Ik sta op. Ik sluit de deur van de zaal. Ik schud mijn vriend de hand. Ik ga terug zitten. Ik loop naar de voordeur. Ik voel me blij dat ik de muziek kan horen en de stemmen niet meer. Ik trek mijn jas aan. Toch praten ook in de zaal nog mensen. Ik moet ons gesprek afkappen, want ik moet ergens heen, zeg ik tegen mijn vriend. Ik roep sssst naar de mensen. Waarheen dan, vraagt mijn vriend. Het is niet tegen te houden: iedereen praat, zelfs de mensen die luisterden. Een of ander Initiatief, zeg ik. Ze praten over hoe schandelijk het is dat iedereen praat. Is het wat, vraagt mijn vriend. Ik erger me kapot en bal mijn handen tot vuisten terwijl ik als Laatste Luisteraar me poog te concentreren. Het is weer iets over het Vrije Woord, haal ik laconiek mijn schouders op. De gitarist zet het laatste nummer, vurig, in. Oh, zegt mijn vriend. Ik ben nu zelf een varken tegen het vrije woord, besef ik ineens. Gelukkig zal er muziek zijn, zeg ik tegen mijn vriend. Ik snap het gebrek aan respect voor de prachtige muziek niet. Muziek maakt alles goed, zegt mijn vriend.

Dierenbeulen

Verhaal door René van DensenDe dierenbeulenvereniging in Prozacstad is blij. Ze ‘mogen weer’. Eens per jaar organiseert de stad iets, speciaal voor hen. Want ook dierenbeulen zijn mensen en iedereen moet mee kunnen doen. Een dierenbeul heeft ook een moeder, zegt men in Prozacstad.

Het zijn, uiteraard, amateur-dierenbeulen in de amateurdierenbeulenvereniging. Professionele dierenbeulen zijn al enkele eeuwen terug afgeschaft. Dieren zijn niet strafrechtelijk meer te vervolgen: ze hebben enkel rechten. Dat komt door de Partij van de Dieren. Tot groot sjacherijn van de dierenbeulen.

“Wij zijn geen dierenbeulen uit sadistische wreedheid,” antwoordt één lid desgevraagd. “Dat is een wijdverspreid misverstand. Dieren moeten gewoon hun plék kennen: ze zijn niet gelijk aan mensen. En bovendien,” zo put hij dankbaar uit maatschappelijke argumenten van anderen, “moeten we niet hypocriet doen. Dierenliefhebbers eten vaak ook vlees of dragen ook leer, leg dat eens uit.”

Een paar jaar geleden was dan ook een kunstenaar uitgenodigd die ‘iets met varkensbloed’ kwam doen. Meer details had de dierenbeulenvereniging niet nodig. Massaal togen ze erheen. Zó massaal zelfs, dat het kunstproject ontaardde in chaos. De kunstenaar vluchtte in de eerste trein terug naar zijn woonplaats, terwijl de dierenbeulen zich uitleefden met het bloed en de ingewanden waar eigenlijk een kunstwerk mee gemaakt moest worden.

In een poging meer balans te brengen tussen dierenliefhebbers en -beulen, organiseerde Prozacstad het jaar erop iets anders bijzonders. Een stel vleesvarkens werd een half jaar lang vertroeteld, in de open lucht de ruimte gegeven, gezond gevoerd en intellectueel uitgedaagd.
De dierenliefhebbers waren er blij mee, maar het andere deel van het project: na dat half jaar moesten de beestjes wél echt heus absoluut op de barbeque. De dierenbeulen stonden joelend te wachten bij het slachtmoment; sommigen hadden zelfs in slaapzakken hun plek tot wel twee dagen eerder veilig gesteld.

Het draaide op een knokpartij uit. Prozacstad meent dat beide partijen schuldig zijn aan het handgemeen en houdt vooralsnog de amateurdierenbeulenvereniging het hand boven het hoofd. “Soms lijkt het het hele jaar door wel Dierendag,” sprak een wethouder zich recent uit in een interview, “en we realiseren ons onvoldoende hoe kwetsend en stigmatiserend dit werkt voor de Dierenbeulen. Hier in Prozacstad willen we een maatschappij voor iederéén, waar iedere bewoner het gevoel heeft erbij te horen.”

Dit jaar is de keus weer gevallen op een kunstenaar. Officieel komt ze een lezig houden over wereldverbeteren. Maar de dierenbeulen zijn grote fan van haar, omdat ze ooit haar kat in een handtas heeft veranderd. Uiteraard juist als protest tegen de hypocritie van dierenliefhebbers.

Dat het deels een spel was, en de kunstenares in de verste verte geen dierenbeul is, wil er bij de leden van de vereniging niet in. Dat veel van haar ‘wapenfeiten’ later door andere mensen zijn verzonnen om haar zwart te maken, dringt ook niet door. De kunstenares is een held, in dierenbeulenkringen. Fijn, roepen ze, eindelijk wordt er weer iets voor ons georganiseerd !

De dierenbeulen hebben dikke schedels en knokige vuisten. Ook nu liggen ze alweer dagen van tevoren in slaapzakken te wachten. Het belooft knokken te worden. Gelukkig heeft de politie ondertussen andere prioriteiten en staat snelheidsboetes uit te delen. Politie maakt het alleen maar lastig, zo’n vrije uiting van je cultuur. Dierenbeulen hebben ook moeders.