Zeemeermin

Zeemeermin
Katerig word ik wakker door de deurbel. De striptekenaar staat in mijn voortuin. Hij zwaait. Ik denk, oh ja. Die had ik gisteren bij Club P. uitgenodigd om langs te komen. Ik kwam aan bij Club P na een afpeigerende week met beduidend wat overuren. Volgens mij heb ik zes biertjes gedronken. Zeker negen uur muurvast geslapen. Ik zie dat mijn kat een speeltje in mijn schoen heeft gelegd. Ze hoopte waarschijnlijk dat ik die weggooide. Dan brengt zij hem terug. Mijn kat apporteert. Maar niet als ik niks weggooi. Ik heb dwars door het spelletje heen geslapen. Ik zeg dat de striptekenaar door de achterpoort binnen mag komen, dan kan hij zijn fiets even stallen.

We drinken wat koffie en meteen erna bier. Het is weekend en zonnig. Het leven is mooi. Ik kijk met slaperige ogen om me heen. De striptekenaar geeft me mijn boek over burnout terug. Het boek heeft me door mijn zwarte jaar heen gesleept en hij had recent hetzelfde euvel. We kijken een serie die de striptekenaar nog niet kende. Dan plots breekt er een zwik lawaai door de stilte. Een drumgroep loopt langs mijn huis. Er dartelen danseresjes over de straten en op een grote houten praalwagen zit een zeemeermin. Ze zwaait sierlijk. Ze is mooi. Iedereen is mooi.

Niet al mijn verhalen zijn waar. De waarheid is soms te mooi om glashard op te schrijven. Een kinderlijke fantasietwist aan de realiteit maakt alles behapbaar. Maar vandaag is het niet nodig. Met een biertje in mijn hand zie ik een zeemeermin. Nooit heb ik om dit leven gevraagd, maar je leeft het toch maar.