Alcoholvrij

Verhaal door René van Densen

“Is dat blik houdbaar tot 2099, knikker,” vraagt de Opperpater. Hij kijkt met een vieze blik naar het bierblik. Over zijn lijk, bedoelt hij, dat de Opperpater, godverdomme dé Opperpater, ooit een alcoholvrij bier gaat drinken. De Opperpater drinkt écht bier, knikker, en dat weet je toch verdomme onderhand wel ?

Stilletjes denk ik aan het leven dat mijn vriend, de Opperpater, leidt. Hij drinkt steeds meer. En bij een ander had ik allang geprobeerd in te grijpen. Maar bij de Opperpater snap ik het ergens wel. Er is geen rooskleurige toekomst op de horizon geschilderd. De maatschappij wordt alsmaar hardvochter naar lieve maar economisch ongeschikt bevonden mensen toe. En hoewel de Opperpater ooit hard op weg was een der hoog opgeleide economen in dit land te worden, val je hard af als je niet in zijn vakgebied meer kunt functioneren. Of in elk ander vakgebied. Mensen die niet in het tegenwoordige plaatje als uitbuitbaar ingepast kunnen worden, zijn parasieten.

De Opperpater staat op het lijstje van de door mij meest gekoesterde parasieten. Zelf was ik ook een tijd een parasietje. Maar ik was weer monetair inzetbaar en sindsdien draai ik weer mee in het grote looprad dat een leugen perpetueert. De Opperpater is een vrij mens. Of vrij, vrij. Hij houdt zich een groot deel van de week bezig met activiteiten waar geen economisch rendabele mensen zich voor willen lenen. Maar toch is hij een parasiet.
Ik wil dat de Opperpater nog lang van mij kan parasiteren. Dus op de vrijdagavond zijn nu alcoholvrije biertjes gratis. De Opperpater hapt niet. Hij weet dat deze wereld mensen als hem niet meer wil. Dat ik mensen als hem nog wel wil perpetueren, doet er niet toe. De Opperpater wil de afgrond in, en met een stevige dronk. Er rest hem geen waardering meer.

Ik opper nog eens dat de Opperpater misschien het alcoholvrije biertje probeert. Niks ervan. Na de film vraag ik of de Opperpater naar huis wil gaan. Er schuilt verdriet in mijn hart. De Opperpater vind het best en waggelt onstabiel de deur uit.

Het toilet staat blank met de pis van de Opperpater. Onder de toiletdeur naar buiten is het eruit gesijpeld, de gang in. Ik wil alle mensen die iemand als de Opperpater niet kunnen koesteren, door de urine heen slepen. Maar ik heb enkel velletjes toiletpapier ter beschikking.

Vind ik niet leuk

Verhaal door René van DensenDe Opperpater zit sinds een tijdje op Facebook. Daar heeft hij inmiddels de vindikleuk-functie ontdekt. Eerst klikte hij overal op vindikleuk. Iemand heeft 11 km gerend. Vindikleuk. Een plaatje dat roept dat ‘ze’ van ‘mijn’ pensioen af moeten blijven. Vindikleuk. Weer iemand anders meldt, tranen in de ogen, dat diens vader overleden is. Vindikleuk. Je kunt met recht spreken van de korte maar consistente Vindikleuk-periode in de ontwikkeling van de Opperpater.

Maar toen bedacht hij zich dat hij niet alles leuk hoeft te vinden. Dus reageert hij nu overal onder ‘Vind ik niet leuk’. Bij alles en bij iedereen. Vind ik niet leuk, vind ik niet leuk. De mensen zijn het aardig beu inmiddels, maar dat weerhoudt dat natuurfenomeen genaamd De Opperpater niet. Niets weerhoudt De Opperpater van de doelen die hij zichzelf stelt, en als hij als missie aanneemt dat hij alles in de hele wereld moet vindiknietleuken, dan zal hij alles in de wereld vindiknietleuken.

Maar eerst moet De Opperpater langs De Supermarkt. In de supermarkt is het bier weer een beetje duurder. Vind ik niet leuk, roept De Opperpater. Het bier blijft even duur, maar het is mooi wel gezegd. De Opperpater bromt tevreden. Er is wel goedkoper bier, maar dat is niet te zuipen, knikker. Vind ik niet leuk ! Hij roept het zo hard, dat een gang verder een jonge vrouw geschrokken omkijkt. Om vervolgens de verpakking theezakjes verder uit te lezen.

Bij de kassa is het totaalbedrag iets meer dan waar De Opperpater op gerekend had. Vind ik niet leuk, brult hij naar de geïntimideerde caissière, die bang naar achteren hangt. Er vliegen spuugdruppeltjes in haar gezicht. De Opperpater geeft haar een vuile blik, knalt zijn muntgeld op haar toonbankje, grist zijn bier mee. Brommend loopt hij de deur uit, die niet snel genoeg open gaat naar zijn zin. Vind ik niet leuk !

Ook de groep donker geklede mannen die hem buiten omsingelt, vindt hij niet leuk. En dat brult hij ze volmondig toe. En dat mes, dat er één trekt, dat vindt hij ook al niet leuk ! Boos steekt hij een omlaagstekende duim uit. Daar hebben ze niet van terug, het schorriemorrie. Want De Opperpater vindt het niet leuk, zo ! Verbaasd doen ze een stap achteruit, naar zijn duim starend. De Opperpater loopt er met krachtige maar haastige stap vandoor. Hij moet op tijd thuis komen, want anders mist hij Eastenders. En dat vindt hij niet leuk !

Zes

Verhaal door René van DensenVanavond drinkt de Opperpater exact zes halve liters. Daarnaast hebben we tijd voor exact één film. En hij wil straks ook de herhaling van Eastenders nog even kijken. De Opperpater is bij mij thuis te gast maar stelt de regels. Het geeft niet, want de Opperpater is een fijn mens. Als u de Opperpater nog niet kent, bent u hier nieuw. Dus even een korte introductie.

Als je vraagt hoe het met de Opperpater gaat, is het altijd stabiel en soepel, knikker. De meeste mensen zijn knikkers, een zeldzaam gekoesterde inner circle bestaat uit Paters. De Opperpater discrimineert daarin zelden: slechts af en toe zijn aanwezige vrouwen knikkerinnen. Als iemand zegt dat het bier lekker is of de film een goeie, dan zegt de Opperpater: ‘Dank je,’ en rookt van zijn sigaret. Alle complimenten zijn immers voor de Opperpater, of hij er debet aan had of niet.

Mijn kat vecht met de andere kat die in huis woont en springt gillend over de tafel. Daarbij sneuvelt de asbak die de Opperpater gebruikte. Ook zijn halve liter valt, maar behendig vangt hij die nog net. Echter ondersteboven, en het duurt meerdere seconden voor hij ziet dat zijn blik leegloopt. De Opperpater doet daar niet moeilijk over, hij drinkt desnoods minder. Terwijl ik het glas opruim en het bier opdweil, zegt hij dat hij tenminste dit keer niet de schuldige was. Hij wacht geduldig tot er een andere asbak komt en tikt zijn lange askegel af.

Vanavond is hij in een goede bui. Dat we een film kijken die de meeste aanwezigen nog niet kennen, maar hij wel, vergeeft hij ons gul. Straks kan hij immers Eastenders kijken, dus het is allemaal in orde. Ik vertel de Opperpater een mop. Hij keurt hem goed en vraagt of ik mijn camera paraat heb. Ik zeg dat ik die boven moet pakken. De Opperpater zegt dat hij wel wacht. Hij rookt rustig verder, drinkt uit zijn halflege blik en kijkt de film die hij al kent. Ik loop naar boven, pak mijn camera en film hoe de Opperpater de mop herhaalt.

De mop gaat niet ineens goed. De laatste tijd gaan de moppen van de Opperpater wel vaker niet ineens meer goed. Er zit klad in zijn natuurtalent. Bij de tweede take is de mop wel goed, al zal de oplettende fan straks wel op YouTube merken dat hij de kloppende punchline opvallend benadrukt. Tevreden steekt de Opperpater een nieuwe peuk aan en vertelt de overige aanwezigen op joviale toon moppen die ze al kennen. Iedereen lacht. Zonder de Opperpater is er geen feestje.

Dan is hij het zelf beu, die aandacht. Hij brult: “Watch the fucking movie, knikker !” En dan grinnikt hij eventjes en zegt: “Oh.” Voorzichtig drukt hij zijn sigaret uit in de nieuwe asbak. Even deze niet breken, nu mijn kat nog de zondebok is. Die heeft zich schuldbewust boven verschanst. De Opperpater vraagt of hij toch zeven, in plaats van zes halve liters mag drinken, want die ene telde niet echt mee.

Muiterij

Verhaal door René van DensenDe Opperpater is, naast een natuurtalent en een literaire sleutelfiguur, ook wel eens jarig. Maar vanavond eigenlijk niet meer. Hij was gisteren jarig maar viert het vandaag. De Opperpater blijft het, in een vrolijke basstem, benadrukken als iemand hem feliciteert: dat was alweer een dag geleden, knikker. Als onopvallend middernacht is gepasseerd, zijn het plots al twee dagen.

Het feestje wordt voor het eerst ooit niet bij de Opperpater thuis gehouden. De benedenbuurvrouw die doorlopend geluidsoverlast meldt, belt inmiddels al de huurbaas als de Opperpater zijn toilet doortrekt. We zijn benieuwd wanneer de adem van de Opperpater boven de door haar gestelde geluidsnorm uit komt. Het geeft niet, een gemeenschappelijke vriend heeft zijn woning voor het feest beschikbaar gesteld.

Er is acht man. Ik had me voorgenomen dit hele jaar naar geen enkele verjaardag te gaan. Morgenavond ben ik ook alweer de klos. Misschien moet ik als regel stellen dat mensen me niet op verjaardagen uitnodigen als ik al gedronken heb. Nuchter kan ik mijn ‘nee’ veel makkelijker vinden. Acht man valt echter mee. Ik hoop dat ik hierna niet te moe ben.

Opperpater, zeg ik tegen de Opperpater. Ja knikker, zegt de Opperpater. Ik vertel de Opperpater dat de komende tijd Club Blini niet open zal zijn. Oh, zegt de Opperpater. Ja, zeg ik, want ik heb een expositie en daarna ben ik in Gent. Jamaar knikker, zegt de Opperpater en hij wijst naar mijn huisgenoot – je huisgenoot is gewoon thuis. Die schiet even in de lach.

Ik knipper beduusd met mijn ogen. Dus dan houden jullie Club Blini zonder mij ? vraag ik de Opperpater. Ja, haalt hij zijn schouders op, dat kan prima knikker. Ik zie ook de striptekenaar beamend lachen. Mijn huisgenoot vindt het ook prima. Muiterij ! Ik drink stilletjes mijn bier en neem mij voor om mijn kat zo snel mogelijk af te richten op het aanvallen van indringers. Dat was ik toch al lang van plan.

een Brits arbeidersdrama, daar heb ik echt zin in

Verhaal door René van DensenDe Opperpater zegt dat er weer een brief op zijn mat lag. Weer geluidsoverlast. Zijn benedenbuurvrouw heeft de oorlog verklaard en meldt overlast bij het minste kuchje of iets te luidruchtige spelletje Songpop. De boodschap is helder en bijna bereikt: de Opperpater moet weg.

Dat de Opperpater daar al enkele decennia langer woont, en zij er pas korte tijd, doet er niet toe. De Opperpater is de overlastpleger dus die moet weg. Dus zorgt zij dat hij bestookt wordt met brieven van de woningbouwvereniging, en telkens opnieuw op het matje geroepen wordt. Omdat hij één gast over de vloer had waar hij een film samen mee keek en facebookspelletjes speelde. Stilletjes vraag ik me af wie de overlastpleger is.

De striptekenaar vindt het ook schandalig. Hij was de gast in kwestie. De striptekenaar kan heel hard en aanwezig praten. De Opperpater trouwens ook. Maar die avond spraken beide heren zachtjes. De laptop stond op 20% volume tijdens de spelletjes, en Songpop speelden ze met de koptelefoon op. Een muis, slapend achter een plint, zou meer geluidsoverlast veroorzaakt hebben. Maar goed, derde en waarschijnlijk laatste waarschuwing. De Opperpater moet misschien zijn huis uit.

Hij kijkt naar mij en zegt, jij ook trouwens, knikker. Ik knik, knikker die ik ben. Gelukkig heb ik heel vers nieuws: op het nippertje kan ik op een nieuw adres terecht. Ik kan er twee dagen voor ik dit huis uit moet, heen verhuizen. En het is tweehonderd meter van dit huisje af. Het valt dus te voet te doen. Maar dat alles wou ik niet vertellen, want de Opperpater begon direct bij binnenkomst over zijn slechte nieuws. Het voelde ongepast om daar mijn goede nieuws tegenover te zetten.

De tekenaar roept dat we een film moeten gaan kijken. Hij kan volgende week, de laatste gelegenheid voor onze wekelijkse ‘Club Blini’ in dit huis, niet aanwezig zijn. Dus dit is de allerlaatste keer dat hij op bezoek kan komen hier. Ik zeg dat hij dan de film mag uitkiezen. De tekenaar vraagt: Heb je een Brits arbeidersdrama, daar heb ik echt zin in. Ik kijk verbaasd over mijn schouder naar het tweetal. De Opperpater steekt een nieuwe sigaret aan.

Allebei dood

Verhaal door René van Densen“Ja, Van Densen en de striptekenaar zijn hier,” zegt de Opperpater tegen zijn moeder. Zijn moeder belt op steeds onvoorspelbaardere tijdstippen op de avond, maar wel elke. Ze bespreken dan Eastenders. Allebei kijken ze het, en dan bespreken ze het. Al 25 jaar. Bij hoge uitzondering neemt de Opperpater het op, maar dan moet hij het van tevoren weten, en zijn moeder ook.

“We kijken Armageddon, want de striptekenaar heeft die nog niet gezien.” De Opperpater vertelt altijd ronduit over zijn gasten. Zijn moeder weet meer over ons dan wij over hem. De vrienden van de Opperpater maken zich ietwat zorgen hoe het verder moet als de moeder van de Opperpater ooit dood zou gaan. Ze brengt orde in zijn leven. Hoeveel we allemaal ook van onze moeders houden, niemand heeft een moeder zoals de Opperpater een moeder heeft.

Nadat hij ophangt, kijken we een film waarin twee acteurs spelen die allebei stierven voordat de film uitkwam. De striptekenaar vertrekt. Ik benadruk hoe bizar dat is, dat we naar twee bijna tegelijkertijd overleden acteurs kijken. Ze hebben hun eigen laatste film nooit kunnen zien. Ik zeg, stel nu dat je mij voor het laatst ziet. De Opperpater zegt, ja of andersom. We zijn even stil. Gelukkig is het een grappige film. Toch lachen we niet. We roken en drinken. Waarschijnlijk zien we elkaar vrijdag weer.

Oorspronkelijk geschreven op 22 maart 2014

Zenuwen

Verhaal door René van DensenDe Opperpater kijkt voor zich uit, naar de TV. Met een blik waarvan je je moet afvragen hoeveel hij registreert. In een stabiel tempo drinkt hij zijn halveliter bier leeg en rookt hij zijn sigaret. Blik aan lippen, filter aan lippen. En nog eens. Zoals een ander gewichtheft. Of de Vierdaagse loopt. Links, rechts, links, rechts.

Dan zwaait zijn oog naar zijn linker ooghoek. Rechtstreeks kijkt de Opperpater mij aan. Ik zit te staren en ben betrapt. Hij kijkt als een wild dier. Een wild dier dat nog niet zeker weet of je prooi, vriend of bedreiging bent. Een instinctieve respons. Hij draait zijn hoofd nog niet, maar hij heeft gezien dat ik zit te kijken. Als ik blijf kijken, zal hij zijn hoofd wel draaien en er iets van zeggen.

Ik besluit te blijven kijken. De Opperpater is een interessante man, waar verhalen over te schrijven zijn. Een man met een kleurrijk verleden. En een fascinerend heden. Een Opportunist, maar wel een Lieve. Een onbeholpen bonkige vent, maar met een klein hartje. Een fenomeen, vooral. Als u de Opperpater niet kent, zou ik me haasten hem te leren kennen. Nu kan het nog. Paradijsvogels als de Opperpater blijven zelden lang onder ons.

Ondertussen heb ik last van een leeg hoofd. Ik heb verhalen en belevenissen genoeg om over te vertellen, maar ze willen even niet meer voor de geest komen. Lastig, voor een schrijver. Gelukkig is er de Opperpater. Met de Opperpater maak je altijd wat mee. Meestal toch.

Ik blijf kijken en kijken. De Opperpater kijkt zenuwachtig. Zijn hoofd is al een beetje naar mij gedraaid; min of meer mid-draai, zogezegd. Nog niet in volle overgave een gerichte terugstaar, maar wel een subtiel signaal dat hij me opgemerkt heeft. Een zeker ‘hou eens op’ spreekt uit zijn blik. Ja, hij heeft zenuwen. Ik zie het nu. Hij snapt niet waarom ik staar.

Ik verontschuldig me en zeg dat ik wacht tot hij iets spannends gaat doen. De Opperpater zegt dat hij niets spannends meer doet. De Opperpater wordt niet meer verliefd en gaat niet meer op avontuur. Als de Opperpater zich aftrekt, dan komt er poeder uit. De Opperpater moet zelfs stil zijn in zijn eigen huis. Hij heeft alwéér een brief van de woningbouwvereniging gehad. Moet alwéér op het matje komen.

Dus de Opperpater doet even lekker niks meer, knikker. Ja, bier drinken en roken. Voor de rest blijft hij stabiel en soepel. Ik moet zelf maar wat gaan beleven, knikker. De Opperpater drinkt en zuigt aan zijn schuimsnor. Dan trekt hij hard aan zijn sigaret. Vervolgens drinkt hij nog een keer. Ik zit nog steeds te kijken. Hij draait nu de volle slag en kijkt me strak aan:

“De Opperpater is geen avonturenmachine, knikker.”

Sigaretten en pis

Verhaal door René van DensenIk ben voor het eerst in lange tijd weer in Club P. De Opperpater wil het wel weer eens proberen om mensen bij hem thuis uit te nodigen. “Maar dan wel vroeger op de avond, knikkers. Club P. sluit om middernacht. Vanwege de onderbuurvrouw.” Ik begrijp het wel, het is buiten veel te koud om te fietsen en de Opperpater is een natuurtalentje in opportunisme.

De gasten van vanavond zijn ik, de tekenaar en de krullenzeeuw. Hoewel enkel ik en de Opperpater roken, staat al snel de kamer blauw van de rook. We kijken een film, maar stieken vliegen er onderzoekende blikken heen en weer. Wie is het ? Van wie komt die gruwelijke pislucht af ?

Wanneer ik een biertje uit de koelkast ga halen, valt me op dat het in de gang en keuken nog erger is. Ik loop naar de badkamer, waar het toilet is. De Opperpater gebruikt zijn toilet nooit. Hij pist in het wasbakje. Ik spoel het wasbakje, en, voor de zekerheid, ook het toilet. Dan ga ik terug naar mijn biertje.

De lucht wordt alleen maar sterker terwijl we de film kijken. We spreken er schande van. De Opperpater zegt dat hij niets ruikt. Hij zegt dat er vórige week nog, met nadruk op vórige, alles met bleek gereinigd is. Niet door hem; door zijn moeder, uiteraard. Aanvankelijk denkt de Opperpater zelfs dat we hem samen voor het lapje willen houden, met dat geklaag over die pis.

Hij rookt de ene na de andere sigaret. De kamer wordt nóg blauwer. Sigaretten en pis, dat is alles wat we nog ruiken. Elk van de gasten probeert het te blokkeren. Het is allemaal té rock ’n roll voor ons. Stiekem vermoeden we dat de Opperpater op zijn bank zit te pissen.

Monoloog

Verhaal door René van Densen“Ja, knikker. Dat is weer even geleden. Heb je wel wat te eten in huis ? Want ik heb niet echt een geweldige dag gehad. Ik voelde me al niet goed vanochtend. En dan heb ik ook nog boomstammetje met prei en gebakken aardappeltjes gegeten, maar dat was niet goed. Die gebakken aardappeltjes, die frituren ze gewoon, dus dat is al smerige zooi. En dat boomstammetje was helemaal verschrikkelijk. Dus toen kreeg ik ook nog op het werk diarree, heb ik heel mijn broek volgescheten. Dus ik na het werk naar huis, onderbroek en broek verwisselen. En wat denk je ? Ja hoor: moest ik ook nog eens een partij kótsen, niet normaal.”

“Oja, weet je nog die vrouw, waar ik verliefd op ben ? Ja, die blijkt dus al vijfentwintig jaar getrouwd te zijn. En nog steeds, dus. Dus ik weet niet of ik daar zoveel kans bij maak. Waar is die asbak, die mooie delftsblauwe keramieken asbak die je van mij gekregen hebt ? Ah, dank je. Ja, want dan wil de Opperpater hem ook gebruiken ook he. Bier, knikker ? Oh, je hebt nog, okee.”

“Ja en ik ben weer op het matje geroepen bij de woningbouw, knikker. Ik mag nu helemaal niks meer na tien uur. Ook geen Stapelwoord spelen met mijn moeder. De buurvrouw heeft zelfs gezegd dat ze last heeft van mijn laptop. Maar daar zitten 2 Watt speakertjes in, knikker. Acht jaar geen ellende gehad in die woning, en nu dit. Ze zegt dat haar werk eronder lijdt. Maar ik mag dus nu na tien uur geen kik meer geven. Laatst belde ze ’s avonds omdat ik zo moest hoesten. Maar ik was verkouden, daar kan ik toch ook niks aan doen dan ? Maar ja, we zien wel. Ik heb trouwens nog een nieuwe mop, zullen we die opnemen ?”

Verliefd

Verhaal door René van DensenDe Opperpater drinkt uit zijn blik. “Ik ben verliefd, knikker,” stelt hij. Ik hef mijn eigen blik en feliciteer hem. “Ja, knikker,” zegt hij en drinkt. “Ze eet elke dag bij het minima-restaurant.”

Ik laat de Opperpater graag praten. Bij de Opperpater is het nooit nodig om te vragen om informatie, die komt er vroeg of laat wel uit. “Ze is vierenzeventig, knikker,” vult hij direct aan. Ik ben een tikje verbaasd. Niet dat de beschrijvingen van de andere vriendinnen van de Opperpater verrassende topmodellen schetsten, maar toch.

“Ze is zo broos,” zegt de Opperpater. “ik heb echt een zwak voor vierenzeventigjarige vrouwen. Ze zei tegen mij, ik ben vierenzeventig. Ik zei: mijn moeder is bijna tien jaar ouder. Meteen zei zij dat ze hoopte die leeftijd nog te halen. Ik zei bijna: en mijn moeder ziet er wel even veel beter uit dan jij, maar dat heb ik toch maar niet hardop gezegd.”

Maar je bent wel echt verliefd dus, vraag ik. “Jazeker, knikker,” zegt de Opperpater terwijl hij een blik verkreukelt. “Tegen dat zij honderd is, ben ik vierenzeventig.” Ik grap dat hij dan een jong vrouwtje van zijn eigen huidige leeftijd kan scoren. De Opperpater lacht.

“Maandag ga ik vragen of ik haar mag knuffelen,” zegt de Opperpater. Hij staat op om zijn met zijn hand platgeknepen halveliterblik weg te gooien. “Moet er nog iemand bier ?”