STEMMEN

Vier keer
per dag passeren
kindjes in bulk mijn deur

Naar school / van school
druk, in gesprek

Vier keer
per dag gaat mijn kat
ontspannen verliggen

De massa beangstigt haar
maar ze vindt de stemmen mooi.

Snuiten


Die poes daarbuiten
moet je niet buiten sluiten
want dan krijg je snuiten
op je ruiten

Zolang hij kan kiezen
is er niets te verliezen,
maar eens in de smiezen,
pak je biezen

Dan jankt dat schattig dier:
zet die deur op een kier !
Want nu zit ik plots hier
stomme klier

Maak die deur snel open
of je zult het bekopen
dan zal ik weglopen
naar de tropen

Dus bezie die neuzen op je raam
die getuigen van jouw blaam
bedenk dat ik me ook schaam
onbekwaam

Maar ik krijg wel wraak
morgen is het weer raak
dat ik binnen de hele zaak
onderbraak

Even wijfel je wat
maar het blijft toch je kat
en ’t is buiten zo nat,
zie je dat ?

Snel naar binnen poes, kom
dan lachen we erom
het oogt wel wat dom
als een vissenkom

Maar dan andersom.

LAAT

Zagen ze maar
dat bloot, dat rauw, dat zeer, die kou, dat stil, elk woord, verstopt, gesmoord, de moeite, de sleep, gebrek aan greep, de strijd, onmacht, gebrek aan kracht, de smelt, de traan, voorbij en gedaan, wat je deed en wat je doet, wat zo hoort en wat moet, de huid, de schram, het zweet, de klam, herpak en door, je hart ervoor, het woelen, monoloog, hoe je jezelf leegzoog, die minuut, die seconde, je vieze gedachten, elke zonde, hoe je jezelf opvrat, hoe je jezelf vergat, elke haar die je verloor, elke keer dat je weer door, elke zucht die werd gelaten,

Maar ze horen je enkel praten
zien je drinken, zien je vallen, horen je weer clownesk lallen, je bent er weer niet in geslaagd, niemand ziet je als gelaagd, enkel gefaald en stomverloren, gelukkig kan ze dat bekoren, je bent een lieve imbeciel, een koddig gefaalde halfdebiel, geen gevaar, nooit echt gelukt, een dronken druif te vroeg geplukt, je mag er zijn, want zonder doorn, geen tand geen klauw, geen mes geen toorn, een cartoonesk platte plaat,

het is potdorie alweer laat.

Elk

Elk gevecht
is een dag, het mag
een nederlaag kosten

De strijd
is bereid, het smaakt
naar minder van meer

Elk woord
commandeert, soms verkeert
er een ander

Misverstaat
elk gevecht, de strijd,
elk woord, een eik
groeit stil en slaat gade

Hij zag er al
duizenden eerder
en ooit staan

Deze woorden
op wat rest
van zijn vel.

Bruut en fluks

Bruut en fluks
kwikt de koudte
tot het talg

Wanneer je het
gelijk begrijpt,

– het gelijk
dat ze
toch wéér hebben –

Bruut en fluks,
daar zit de crux

als dalende
kristaldeken
bij kraakhemel

Fruut en bluks
dans je een
weghuppel rondom

en neusknijpt
– toet toet –
tot het gelijk

het jou
toch weer
moet nageven.

Sitespeed

Toen het internet een highway was
een van cyber bovendien
Stond er ook heus wel wat nonsens op
en was lelijk om te zien

Je surft, klik klik
Je surft, klik klik
Maar het internet was clean
We wisten best wat Fake News was
En telden al voor tien

Toen onze klik een euro werd
werd-ie razendsnel verdiend
En werden sluwe plannetjes
geslepen uitgekiend

Je chat, klik klik
Je koopt, klik klik
En soms werd er eens gegriend
Maar we kochten er wat slimmer door,
Werden pienterder gepiend
Continue reading “Sitespeed”

Wonde

Auw. De tijd
kerft een diepe ronde wonde
in mijn onbestaan,
vernietigt mijn nietigheid.

Draadt de dagen ongevraagd
aaneen, met brute bajonetsteken.
Wondvocht waait
uit mijn ogenhoek.

Dagen worden dagen, vervaagd,
worden verdaagde weken.
Toekijkend, kraait
een scherpogige roek.

Met poreus krijt
kerf ik elke verbaasde stonde
er achteraan,
noem het gezelligheid.

Rauw rouwt het vlees
maar de dood zal het helen.
Rest ons de maan en de
zon, die stralend met ons lachen.

Geklonterd onverschillig sterrenstof
verschillende schil, dat wellicht wel.
De twaalf kerven tellen af
in elk zijn eigen tempo.

En hier en daar is het wel tof
al gaat alles steeds meer, sneller snel.
Verdwaald dwaal je nog eens af
in een mooie dag, een cadeau.

Plots klontert het spleets
en sleets tot een geheel van delen.
Rest ons nog enkel wat we
in rust mogen verwachten.

Hoe Leven Mensen Dit


Graten in het wier
En botten in het gras
Lijkenpikken wat allang,
niet breed, verloren was

Zijn adult moviestars odolen, vraag ik
En weer had ik het beter de wind verzocht
Maar je lacht vergevingsgezind,
verzacht

Enfin Terrible
die ik ben en was en blijf
Maar we bladeren onze boom vol
met zo min mogelijk aan’t lijf.

Kluts

Gevonden: kluts
niet mijn keus,
maar modieus

Zorgvollig
verzorgd, zo goed
als beter

Betweter

Met een klats
klist mijn kluts
mijn klots

Dus tegen elk
aannemelijk
mag hij weg

Betweener

Echt geen klets
deze kluts is
een klus

Maar wie weet:
weet hij wel
bij jouw wil

Beweter.

Lach

Bezie de huizen
als tenten, barakken
kwetsbaar, wankel
tijdelijk vergankelijk

Bezie de straten
als paden, loopgraven
vergraafbaar, te verbuigen
weer een straatplan in duigen

De etalages als kampen
de snackbars als rampen
de draaideur als barricade

Bezie de planeet
als maar een wereld
met maar een mensheid
en wie weet wat dán

Maar ik bezie jouw lach
en zeg je

Dat je tanden kunnen vergaan en
je mond schrompel kan rimpelen en
je ogen in kunnen vallen en
zelfs jij er niet meer zou kunnen zijn

maar die lach,
die overleeft, wellicht
zelfs mij.