Vrijdagavond op Droef Aid !


Ik heb heel het jaar nog niet opgetreden. Had ik ook gewoon geen zin in. Ik wou in April, schoorvoetend, wel weer eens op Droef optreden in het Volkshuis maar stond met alle liefde mijn plek op het affiche af aan Sven De Swerts die een nieuwe bundel te presenteren had die jullie allemaal moeten kopen, nu meteen, want het is een zeer fijne bundel en ik zou het super vinden als hij schrikt van het grote aantal bestellingen. Dus hop, allemaal jullie vakantiegeld aan hem overmaken, komop.
Maar dat liet nog de kwestie van ‘nog eens op Droef optreden’ en dat komt komende vrijdag goed ! In een line-up met allemaal vriendjes. Zoals de fenomenaal grappige Wouter van Peer, de fenomenaal grappige Gust Peeters, de fenomenaal grappige Joke Van Caesbroeck en de fenomenaal grappige Wim Paeshuyse. Ik beloof werk te brengen dat niet fenomenaal grappig is.

Droef Aid, boven Trafiek in het Pierkespark te Gent, steeds na 21u (3 dagen lang, mijn optreden is op dag 2 dus 11 mei).

Elk

Elk gevecht
is een dag, het mag
een nederlaag kosten

De strijd
is bereid, het smaakt
naar minder van meer

Elk woord
commandeert, soms verkeert
er een ander

Misverstaat
elk gevecht, de strijd,
elk woord, een eik
groeit stil en slaat gade

Hij zag er al
duizenden eerder
en ooit staan

Deze woorden
op wat rest
van zijn vel.

Veil

Verhaal door René van DensenAls het nu nog was om een openstaande drankrekening, maar het ging om zoiets stoms als mijn internetverbinding. Dat nekte me. Nu zit ik hier en men zegt te zwijgen. Had ik maar meer cijfers van de ene inlog naar de andere kunnen verschuiven. Dan waren mijn woorden gewoon vanouds de mijne gebleven. Nu kan het niet anders meer. Of de mensen rijzen tegen me op. Ik moet alles veilen.

Een voor een lopen mensen met beter gevulde portemonnees binnen en bekijken mijn letters, betasten mijn leestekens, strelen mijn woorden. Laagje stof hier en daar dat kritisch bestudeerd wordt en dan weggeblazen. Ik weet het beschaamd. Sommige woorden zijn wat oud en minder gebezigd. Stil kuch ik het stof mee weg.

Toch voelt het ontkrachtigd. Zoals al die vreemde vingers zomaar aan mijn letters mogen voelen. Ineens niet meer van mij. Ook niet van hen. Maar kan nu net zo goed wel zijn. Van me los. Frummel tast frut aai. Ontheemd. Waar zijn mijn heemde woorden ?

Aldoor houd ik mij kalm. Deze maatschappij vraagt het van mij. Beschaafd ondergaan. Ik wil schreeuwen dat de woorden van mij zijn maar het mag niet. Had ik maar geen schuld moeten maken. Er is geen woord meer in de zaal van mij. Ik ben woordeloos. En tot gulle bieders mij verlossen van de woorden tegen voldoende prijs blijf ik schuldrijk en woordarm.

Iemand inspecteert een neologisme van mijn hand. Nostalgische steek in borstkas. Ik nostalsteek. Stil kuch ik en verstop het woord nostalsteek onder mijn bips. Niemand hoeft het te weten. Nieuw neologisme. Het was een accidentje. Ik wou niks maken. Het gaat hier om de woorden die ik gemaakt héb, niet om de nieuwe woorden, houd ik mezelf voor. Maar dan kruisen nieuwsgierige ogen de mijne en de mijne kunnen niet liegen. Schuldig staar ik terug. De pupillen worden groot en de vrouw roept: “Hij heeft een vers woord gelegd !” In drommen komen de bezoekers op mij af. duwen me terzijde, plukken het woord onder mijn bipspartij uit. Het woord gilt het uit in alle prilheid maar niets kan het meer redden. Hongerige tengels grijptasten de nostalsteek. Het prilsterft bijna onmiddellijk. Schierkreetjes. Niks kon het meer reddelen. Alles hier is veil.

Bruut en fluks

Bruut en fluks
kwikt de koudte
tot het talg

Wanneer je het
gelijk begrijpt,

– het gelijk
dat ze
toch wéér hebben –

Bruut en fluks,
daar zit de crux

als dalende
kristaldeken
bij kraakhemel

Fruut en bluks
dans je een
weghuppel rondom

en neusknijpt
– toet toet –
tot het gelijk

het jou
toch weer
moet nageven.

Sitespeed

Toen het internet een highway was
een van cyber bovendien
Stond er ook heus wel wat nonsens op
en was lelijk om te zien

Je surft, klik klik
Je surft, klik klik
Maar het internet was clean
We wisten best wat Fake News was
En telden al voor tien

Toen onze klik een euro werd
werd-ie razendsnel verdiend
En werden sluwe plannetjes
geslepen uitgekiend

Je chat, klik klik
Je koopt, klik klik
En soms werd er eens gegriend
Maar we kochten er wat slimmer door,
Werden pienterder gepiend
Continue reading “Sitespeed”

Rol

Verhaal door René van DensenOp een gemiddelde werkdag, en ze zijn vrijwel nooit gemiddeld, komen veel collega’s met vragen naar me toe over hoe ze hun werk moeten doen. Ik vertel ze dan hoe ze hun werk moeten doen. Al het uitleggen hoe mensen hun werk moeten doen kost me makkelijk driekwart van mijn eigen werkdag.

Om tussen alle vragen door af en toe even mijn hoofd te legen, surf ik gekke dingetjes op Wikipedia. Zo heb ik inmiddels op een gemiddelde werkdag ontdekt wat een Tom Swifty is. Ik weet nu ook wat de Fermiparadox inhoudt, dat er ooit een lachepidemie was in Tanganyika, weet ik dat Mike de kip zonder kop achttien maanden doorleefde, weet ik wat Charles Martinet voor de kost doet, las ik met rode oortjes over de Mbielu-mbielu-mbielu, ontdekte ik het bestaan van de Dickin Medal en weet ik dat er botox-schandalen zijn bij beauty contests voor kamelen. Gemiddeld is het daarna tijd om vruchteloos huiswaarts te keren en me af te vragen wat mijn werk ook alweer inhield.

Er wordt een mail naar alle medewerkers gestuurd om de opleidingswensen, dus de behoefte om cursussen te volgen, in kaart te brengen. Ik loop de wc in. Aan de wand hangt een toiletrolhouder. Het simpelste model: een afdakje en een dun staafje waar je de rol om schuift. De rol is leeg. Op de grond ligt een nieuwe toiletrol waar al velletjes van afgescheurd zijn.

In de trein naar huis drink ik meestal een frisse halve liter bier.

Wonde

Auw. De tijd
kerft een diepe ronde wonde
in mijn onbestaan,
vernietigt mijn nietigheid.

Draadt de dagen ongevraagd
aaneen, met brute bajonetsteken.
Wondvocht waait
uit mijn ogenhoek.

Dagen worden dagen, vervaagd,
worden verdaagde weken.
Toekijkend, kraait
een scherpogige roek.

Met poreus krijt
kerf ik elke verbaasde stonde
er achteraan,
noem het gezelligheid.

Rauw rouwt het vlees
maar de dood zal het helen.
Rest ons de maan en de
zon, die stralend met ons lachen.

Geklonterd onverschillig sterrenstof
verschillende schil, dat wellicht wel.
De twaalf kerven tellen af
in elk zijn eigen tempo.

En hier en daar is het wel tof
al gaat alles steeds meer, sneller snel.
Verdwaald dwaal je nog eens af
in een mooie dag, een cadeau.

Plots klontert het spleets
en sleets tot een geheel van delen.
Rest ons nog enkel wat we
in rust mogen verwachten.

Hoe Leven Mensen Dit


Graten in het wier
En botten in het gras
Lijkenpikken wat allang,
niet breed, verloren was

Zijn adult moviestars odolen, vraag ik
En weer had ik het beter de wind verzocht
Maar je lacht vergevingsgezind,
verzacht

Enfin Terrible
die ik ben en was en blijf
Maar we bladeren onze boom vol
met zo min mogelijk aan’t lijf.

Geen eindejaarsvideo

Het zal een aantal mensen niet ontgaan zijn: ik heb het dit afgelopen halfjaar superdruk gehad met vooral Droef (er zijn al vier edities achter de rug en komend jaar komen er nog minstens zeven – we kunnen voorzichtig spreken van een bescheiden succes). Hier zijn een aantal andere dingen bij ingeschoten, inclusief de eindejaarsvideo. Nu kan men moeilijk spreken van een traditie als je het pas twee jaartjes op een rij doet, maar ik merk ook dat het dit jaar eerder als een verplicht nummertje begon te voelen dan als een geïspireerde uiting van iets, en ik ben niet zo van de verplichte nummertjes. Simpel gezegd: ik had geen goed concept in mijn hoofd dat afdoende aansloot bij de eerdere twee video’s, waar ik beduidend trots op ben. De videogedichten zullen dus heus wel terugkomen, maar nu even niet. Hetzelfde geldt voor het 360-graden poëzievideoproject en verschillende andere performances die in de koker zitten. Ook komen er nog zes boeken aan. U hoort het goed: nog zes (drie dichtbundels, twee vervolgen op Prozacstad en die ene roman die ik al jaren aankondig, ze komen er uiteindelijk echt heus wel). Daarnaast ben ik bezig met voorbereidingen voor een tweede uitgeverijtje voor iets publieksvriendelijkere boekjes, waarin ik ook enkele boekjes zelf nog ga uitbrengen natuurlijk, en een online boekjeswinkel voor zelfstandige indie uitgeverijtjes. Ik som dit allemaal even op voor wie denkt dat ik een luie donder ben en niks uitvreet. Dus ik hoop dat u me begrijpt: geen eindejaarsvideo dit jaar !

Geeft niet, de afgelopen twee jaar waren er twee mooie. Hier zijn ze nog een keer voor wie ze gemist heeft:

Beet

Verhaal door René van DensenZe kijkt me verbaasd aan als ik de keuken inloop. “Kon je niet meer slapen ?” Ik schudde nee: “Het werd zó slecht, lieverd.”
Zij, verbaasd: “Wat werd zo slecht ?”
“Hij werd dan dus eigenaar van die aasfabriek-”
Ze lacht: “Oh djiez, je hebt het over dat filmverhaal dat je aan het dromen was ?”
“Ja, dat ging nog even door, en het werd zo’n hollywoodcliché, vreselijk.”
“Oké vertel op.” Ze smeerde ondertussen boterhammen en schudde met de honingfles.
“Nou die ene kerel dus, zo’n echt Jason Bateman type-”
“Die uit Ozark, dat zei je ja.”
“Ja precies die. Dat is dus de eigenaar van een klein viswinkeltje. Typisch zo’n net drijvend blijvend zaakje, geen echte toekomst, en op een dag merkt hij verbaasd dat het aas dat enkele van zijn vaste klanten het fijnst vinden, niet binnengekomen is.”
“Ja, de doos was leeg, geen aas, hij vraagt zijn medewerker hoe en wat. Dit vertelde je net halfwakker toen ik opstond.”
“Die medewerker, echt zo’n laconiek Jeffrey Wright-figuur-”
“Wie is dat ?”
“Uit Broken Flowers.”
“Heb ik niet gezien.”
“Niet ?? Oh, die moeten we echt een keer samen kijken.”
“Maar vertel verder. Viswinkel, en dan ?”
“Ja, dus die vraagt zijn medewerker hoe dat allemaal kan. Die medewerker zegt ‘heb je het niet gehoord ? Die fabriek is failliet’ waarop onze Jason zoiets heeft van waaaat failliet hoe dan. Zegt die medewerker heel droog dat het aandeel stabiel was. Dus Jason verbaasd: maar is dat dan niet een goed ding, stabiel investeren ? En onze Jeffrey: ‘Niet in deze economie, iedereen wil actie in zijn investering, hoger rendement bla bla.’ Dus Jason even verbaasd, en dan ineens: ‘Kunnen we dat bedrijf kopen ?’ En zijn medewerker al even verbaasd: ‘Bij de huidige stand van de aandelen ? Waarschijnlijk kun je je net inkopen, ja.’-”
“En hij denkt natuurlijk: euj, dat gaan we doen, lekker mijn eigen bedrijf, visaas maken.”
“Ja, dat dus. Hij denkt vooral, superleuk, romantisch visaas maken met je handen of zo. Maar dat blijkt natuurlijk allemaal machinaal. Toch vindt hij het leuker dan de viswinkel en omdat hij feeling heeft met de klandizie, duikt hij er enthousiast in. Maar ondertussen is er ook een golddigger-”
Ze kreunt mopperend: “Sorry, ga door.”
“Geen golddigger ?”
“Nee, ik krijg de honing er niet uit. Die is gekristalliseerd.”
Ik probeer in de fles te knijpen maar het lukt inderdaad niet. “Laat mij maar even.”
“Maar vertel door, de golddigger ?”
“Ja die golddigger dus, zo’n Katherine Heigl karakter, met dure zonnebril en dure drankjes op zonovergoten terrasjes en zo-”
“Help me even.”
“Ja, dat probeer ik, maar ik krijg die honing er niet uit.”
“Nee, ik bedoel, Katherine wie ?”
“Heigl. Knocked Up.”
“Oh ja, die. Ga door.”
Ik pak een groot glas en zet de honingfles erin. “Die komt dan via alimentatie, nee, het was via een erfenis, de oude eigenaar van de fabriek is doodgegaan door de stress over het aandeel en zo, enfin, zij wordt mede-eigenaar van die visaasfabriek.”
“Oeeeeeeeeh…”
“Ja, je voelt hem al he ? En hij kan haar natuurlijk eerst helemaal niet uitstaan, en zij vindt die fabriek verschrikkelijk, maar ze moeten er allebei zijn, bladiebla. Oh en de titel was helemaal verschrikkelijk, ik noemde het ‘Bait’.”
“Beet ?”
“Ja, maar dan in het Engels. Dat het ook ‘aas’ heet. Super clever natuurlijk.”
“Wat ben je aan het doen ?”
“Nou, als ik dit warm water erover laat lopen, dan gaat die honing… kijk, daar zakt hij al.”
“Oh. Handig !”
“Maar goed, het hele verhaal klinkt kortom als iets wat we even luchtig zouden wegkijken zo van, nou, hebben we die ook weer gezien, next.”
“Ja oke maar zo slécht is het toch ook dan niet ?”
“Ja maar ik ga het echt niet opschrijven lieverd.”
Ze kust me. “Hoezo niet ?”
“Ik heb die roman al twee jaar stil liggen lieve schat. Die wordt ooit, ooit, echt serieus goed.”
“Waarom schrijf je die niet verder dan ?”
“Ja ik zit muurvast op het plot omdat alles niet meer klopt.”
“Dan schrijf je het toch gewoon kloppend ? Had je niet ook hulp van die ene schrijver ?”
“Dat klopt, maar die leest alleen maar na wat ik schrijf en geeft dan comments. En na twee jaar radiostilte kan ik nu alleen aankomen met een roman die af is.”
“Nou schrijven dan.”
Ik sputter: “Ik heb nog niet eens een eerste koffie op.”
Ze kust mijn voorhoofd: “En nú al een prima verkoopbaar cliché-hollywoodscript geschreven in je droom. Dus hop.”

Tien minuten later staar ik naar een laptopscherm. De knipperende cursor begroet me met een zacht giecheltje en vraagt waar ik al die tijd gebleven ben.