Wonde

Auw. De tijd
kerft een diepe ronde wonde
in mijn onbestaan,
vernietigt mijn nietigheid.

Draadt de dagen ongevraagd
aaneen, met brute bajonetsteken.
Wondvocht waait
uit mijn ogenhoek.

Dagen worden dagen, vervaagd,
worden verdaagde weken.
Toekijkend, kraait
een scherpogige roek.

Met poreus krijt
kerf ik elke verbaasde stonde
er achteraan,
noem het gezelligheid.

Rauw rouwt het vlees
maar de dood zal het helen.
Rest ons de maan en de
zon, die stralend met ons lachen.

Geklonterd onverschillig sterrenstof
verschillende schil, dat wellicht wel.
De twaalf kerven tellen af
in elk zijn eigen tempo.

En hier en daar is het wel tof
al gaat alles steeds meer, sneller snel.
Verdwaald dwaal je nog eens af
in een mooie dag, een cadeau.

Plots klontert het spleets
en sleets tot een geheel van delen.
Rest ons nog enkel wat we
in rust mogen verwachten.

Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *