Pet

Verhaal door René van DensenIk leg een pet voor mij op het trottoir en ga gehurkt zitten. Dan kraak ik mijn knokkels en begin te schrijven. De mensen lopen door, naar hun werk, druk in de weer met prikplankjes voor hun neus. Sommigen praten tegen de prikplankjes, vertikaal op hun hand. Niemand beweert dat wat ik doe geen werken is, maar hun wegkijken spreekt boekdelen.

Al dagen achtereen schrijf ik me hier suf, maar de opbrengsten vallen tegen. Een zeldzame lezer gooit soms net genoeg in mijn pet dat ik ergens een bescheiden broodje kan halen, daar houdt het mee op. Toch zit ik hier flinke werkdagen te schrijven. Sommige mensen stoppen en kijken even toe, mompelen dan dat hun zoontje van acht dit ook kan schrijven en lopen door. Ze lopen opvallend vaak een friettent twee deuren verderop binnen en komen dan met een frietje met mayonaise naar buiten. Ik vraag me af of hun zoontje van acht ook een frietje mayo kan maken.

Een heel blije man komt een euro in mijn pet gooien. Ik knik dankjewel en schrijf verder. Maar zo makkelijk kom ik er niet vanaf. Hij vraagt of ik ook verzoekjes schrijf. Iets van Kluun of zo. Of Joubert Pignon. Of Toon Hermans. Ken ik Toon, vraagt hij. Ik knik maar zeg dat ik alleen mijn eigen verhaaltjes en gedichten kan schrijven. Hij snoeft. Dan pakt hij zijn euro uit mijn pet en stampt verontwaardigd weg. Hij roept tegen voorbijgangers dat ze mij geen geld moeten geven, dat ik een charlatan ben, dat ik mijn beloften niet nakom. Dan loopt ook hij de friettent in.

Een man in stropdas kijkt toe. Hij werpt een schaduw over mijn schrijven wanneer hij mij ongevraagd advies toebromt. De man blijkt bij de NS te werken. Hij ging over de omroepen. De man zegt dat hij het woordje ‘en’ geautomatiseerd heeft. Dus als u hoort: “De trein naar Breda en Rotterdam Centraal en Den Haag Centraal,” dan was hij verantwoordelijk voor het woordje en. De man klinkt erg trots. Hij zegt dat hij de Spoorwegen minstens achtendertig miljoen euro bespaard heeft met de automatisering van het woordje en.
Hij schraapt zijn keel en kijkt me aan. Ik kijk terug. De man zucht even en zegt dat ik misschien ook aan automatiseren moet denken. Dat ik daar enorm kostenbesparend mee kan werken. Als ik bijvoorbeeld alleen het woordje en al automatiseer, zegt de man, zou ik schrikken van de hoeveelheid geld die me dat uitspaart.

Ik geef niet automatisch antwoord.

Schouderophalend loopt de man ook naar de friettent. Even later stapt hij weg met een frikadel speciaal.

De dag zit er weer op. Ik pak mijn pet op en stof hem af. Twee euro veertien cent. Voor elf uur schrijven. Ik heb slechtere dagen.

Als ik weg wil lopen, tikt iemand op mijn schouder. Een gitarist. Lang haar. Hij wil weten wat ik voor mijn pet wil. Hij biedt tien euro.

Ik twijfel. Eventjes. Dan geef ik de gitarist een en, knik hem vriendelijk aan, zet mijn pet op. De zon schijnt nog net als ik huiswaarts slenter.

Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *