Zeventien

Verhaal door René van DensenTweeduizend zeventien. Zeg het. Zeg het hardop. Dan blijft het misschien hangen. Tweeduizend zeventien. Twee duizend zeven tien. Twee. Duizend. Zeven. Tien. Ze. Ven. Tien. Ze. Ven. Niet zes. Ze. Ven.

De ballpointpen zweeft boven het formulier. Dit is de eerste keer dit jaar dat ik het fout kan doen. Er volgen nog wel gelegenheden. In voorgaande jaren duurde het soms tot goed eind zomer voor ik eindelijk zonder nadenken het nieuwe jaartal kon invullen. Want afgezien van één avondje net wat dronkener worden dan de meeste andere avonden, verandert er voor mij op Nieuwjaar niet veel. Wellicht dat dat voor andere mensen anders is. Maar het wil maar niet wennen, zo’n nieuw jaar.

Ik kijk naar de kat. Zou het voor haar een nieuw jaar zijn ? Voor zo’n kat is natuurlijk elk moment zo ongeveer een nieuw moment. Weer een. En weer een. Niet bij te houden. Maar die kat hoeft geen formulieren in te vullen. Of cheques. Of boekjes te signeren. Beetje de halve dag slapen, dan kan ik het ook, dat alles steeds nieuw is. Met haar platte wang en half open ogen. Schrijf maar eens een boek, denk ik stilletjes naar de poes toe.

En zo’n zeventien, dat is net wat erger dan de zestien. Als je in plaats van zestien vijftien invult, valt het nog wel een beetje bij te prutsen. Zie je nét niet. Zo’n vijf die stiekem een zes is gemaakt. Valt best mee. Gewoon een lelijke zes. Zo’n zes die ’s avonds alleen naar huis gaat. Of die een dronken, waggelende vier mee kan snaaien, als alle mooie zesjes al weg zijn. De vier is het lelijkste getal van alle cijfers. Hoek, kruispunt, alles rechtlijnig en venijnig. Zelfs de zeven is niet zo’n gedrocht als de vier.

Verstoord sta ik naar de tweeduizendzestien die ik ingevuld heb terwijl in gedachten verzonken. Dit wordt weer zo’n jaar.

Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *