De vaste conducteur

Verhaal door René van DensenBekend gezicht, meteen bij openschuiven van de coupédeuren. Petje, kniptang, de semi-professionele netnietgrijns. Ja, hij is het weer, net als bij elke keer Antwerpen-Gent de laatste maanden. Lopen zijn diensten gelijk met mijn reizen ?

Ik knik en zeg maar, daar zijn we weer. Hij lacht wat en kijkt naar mijn laptopscherm. Ik ben niet aan het schrijven. Hij ziet mij nooit schrijven. In feite komt hij controleren wanneer ik niet schrijf. Ik schrijf heus wel op deze tripjes, maar hij weet precies wanneer ik een film of serie kijk. De laatste tijd zijn het series.

“En welke serie kijken we deze week ?” vraagt hij grinnikend. Ik geef toe dat ik middenin Black Mirror zit. “Ah, dat vinden er meer plezant. Ik zou daar zot van komen, zo lang wachten.” Ik verzeker hem dat het mega goe is. Hij knipt mijn kaartje. “Als je nog moet piesen, we komen zo bij Dampoort.” Hij heeft me ooit met hoge nood meegemaakt drie minuten voor Sint-Pieters arriveerbaar was.

Ik hijs mijn broek op en spoel door. Krakende stem over de intercom. Voor de vorm in een imitatie-plat-Gents. De conducteur zegt dat we aankomen bij Sèint-Pieters. Dat we hier massa’s mogelijkheden hebben om over te stappen. Maar dat het computerschermpje van zijn apparaat er maar één toont. Brugge. Spoor 11. “Voor de rest moet u even op het groot bord in de inkomsthal kijken want ik sta hier ook maar met beperkt materiaal dat ik gekregen heb. Alé ja, we doen wat we kunnen hè, mijn verontschuldigingen. Denk bij het uitstappen aan alle bezittingen en personen die u wellicht vergeten zijt, en als het kan eens aan hoe schoon uw leven is.” Iedereen grinnikt.

Een man spreekt me in de coupéhal dat hij het tof vindt dat deze conducteur wat humor heeft. “Er zijn er teveel meneer, die geen plezier meer in hun job hebben.” Ik vraag of dat anders is buiten de trein. Hij is even stil en loopt daarna door naar een andere coupé met een bedrukt gezicht.

Ik waarschuw een instappende jonge kerel met een baard dat ik hem alvast veel plezier wens. Hij vraagt hoezo. Ik zeg dat de conducteur er zin in heeft. Hij zegt enkel ahja. Ahja. Ik vraag me af wat de conducteur nog zal omroepen waar hij bij is en voel een steek jaloezie. Maar ik ben er en kan niet meer meereizen. Thuis wacht mijn kat op mij.

Huppelend ga ik de trap af. Blij met mijn vertrouwde conducteur.

Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *