Lijntjes

Verhaal door René van DensenZe keek me met een bezorgde blik aan. Of haar jas mij niet in de weg hing. Ik zat tegenover de vrouw, haar jas hing aan mijn raamkant. Ik schudde nee. Haar jas hing mij niet in de weg. Opgelucht vroeg ze de conducteur hoe laat we in Antwerpen zouden aankomen. En nog wat aanvullende vragen die helder maakten dat haar laatste treinreis een tijdje terug was geweest. De conducteur stond haar geduldig maar zakelijk te woord.
Uit haar reiskoffer pakte ze een boek met mandala afbeeldingen. Per maand. Ze sloeg het boek open op Januari. Te vroeg, dacht ik nog. Maar toen viste ze uit haar binnenzak een blikken doosje.
Ze opende het doosje en griste de potloden erin bijeen. Vervolgens bestudeerde ze uitgebreid elk potlood. Uitvoerig. Op sterkte. Na wat een eeuwigheid leek. viste ze er één potlood uit en plaatste die op een specifieke positie in het blikje. Vervolgens studeerde ze op een volgend potlood. Na nog een eeuwigheid ging die ook in de juiste plek in de formatie.
Zo ging ze één voor één de potlodenbulk te lijf. Ik staarde. Hoe kon ik anders ? De geur van vers geslepen potlood kroop in mijn neus. Even raakte ik licht ontroerd. Ik vroeg me af of ik de vrouw moest opschrijven. Of andere mensen over haar zouden willen lezen. Wat die uit het bestaan van deze vrouw zouden putten.
En toen ging ze haar mandala inkleuren. Keurig binnen de lijntjes. Ik staarde het raam uit, waar de natuur zich enkel naar haar eigen wetten schikte.
Onwillekeurig zwaaide mijn blik terug. Op haar plichtmatige potlootpunt. Die keurig de kringeltjes kleurde. Alles aan de vrouw straalde symmetrie af. Ze had nog net geen twee horloges aan. De tijd, de tijd had haar dit verdrijf gegeven. Altijd die ellendige tijd weer.

Slaperig knuffel ik mijn rugzak en
de woorden komen

Ik open mijn laptop en

de woorden zijn weer weg.

Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *