Fictie

Verhaal door René van DensenMijn kat gromt luid. Ze startte de dag met spinnend mijn gezicht likken. Als ze niet gespind had, gespind gesponnen gespond, had ik wellicht nog getwijfeld of ze wel een kat was. Nu gromt ze naar de voordeur en bekruipt mij de twijfel alsnog.

Voor de deur, die een grote glazen ruit is met een randje, staat mijn buurman. Hij kijkt wild en verward. Hij geeft me een sleutel en zegt dat hij dit afgelopen weekend van de trap is gevallen. Dat er nu een vertraagd soort hersenschudding is ingetreden. Dat hij zo gaat liggen, in feite moet liggen, maar dat hij dat niet kan, hij moet en wil nog dingen doen. Maar voor de zekerheid is er hier zijn sleutel. Zijn zus komt zo ook misschien nog want die is bezorgd. Of ik die dan wil binnenlaten. Ik zeg dat dat goed is en sluit de deur.

Ik heb amper een volgende verhuisdoos geopend of er wordt op de deur geklopt. Het is de buurman. Hij geeft me nog een sleutel en zegt dat hij afgelopen weekend gevallen is. Ik neem de sleutel maar aan en knik begrijpend. Ik sluit de deur.

Ik gooi wat plakband in een prop weg naar de vuilniszak. Mijn kat rent erachteraan en komt die terugbrengen. Ik gooi de prop nogmaals. Weer brengt ze de prop terug. Ik zucht.

De buurman klopt op de ruit. Ik open de deur en ontvang nog een sleutel en hetzelfde verhaal. Ik vraag me af hoeveel sleutels de buurman heeft. Direct besluit ik dat ik misschien ook een reservesleutel moet regelen. Je weet nooit of ik eens van de trap val. De kat gaat op de bank liggen en begint luidruchtig te hijgen met de tong uit haar bek.

Voor ik een sleutel kan laten maken ga ik een rekening openen voor de waarborg. Maar dat gaat niet. De man zegt dat ik, naast mijn legitimatie en het geld voor de borg, ook mijn huurcontract moet voorleggen en een bewijs van woonst. Hij bedoelt een bewijs van inschrijving in de gemeente. Ik fiets naar de gemeente. Na lang wachten ben ik aan de beurt. Ik zeg dat ik me wil inschrijven in de gemeente. De vrouw zegt dat ik mijn huurcontract moet tonen. Ik bel mijn huisbaas. Die zegt dat hij het huurcontract pas kan regelen als ik mijn waarborgrekening geregeld heb. Ik grinnik en denk, ik ben in België.

Bij thuiskomst staat de buurman bij mijn andere buren zijn verhaal te vertellen. Als ik mijn huis binnenga, klampt hij me aan en geeft nog een sleutel. Binnen zet ik een koffie en staar naar de bewolkte lucht. Ik vraag me af waarom schrijvers nog fictie zouden bedrijven. Mijn kat blaft zachtjes.

Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *