Krassen

Verhaal door René van DensenOf ze niet wou wachten tot thuis, stelde ik voorzichtig voor. Want stel dat. Dan zouden we een reden hebben om terug te komen. Naar dit land. Naar dit gevoel. Naar dit moment. Maar nee. Zij wou het meteen weten. Dus ik gaf haar een muntje en nam er zelf ook een. En daar gingen we.

Het laagje kraste simpel weg. Het bood geen merkbaar verzet. Alles was onvermijdelijk. Ik wist al van tevoren dat er op dit lot geen prijs zou zitten. Soms voel je dat. En dan kun je enkel het laagje wegkrassen en je gelijk constateren. Zie. Je. Wel. Kras kras kras, voila. Zoals verwacht. Ze vraagt welke symbolen ik heb. Ik slik een cynische grap in en meld braaf welke plaatjes er op mijn lot staan. Zij zegt die van haar.

Het zijn zonnige plaatjes die mensen vrolijk maken. Andere mensen. Niet mij. Zeker niet nu. Daar staan we, buiten de winkel, allebei te krassen. Zoals verwacht is mijn lot prijsloos. Het hare ook. Ik haal mijn schouders op en grap dat we tenminste geluk hebben in de liefde.

Eigenlijk is dit het moment dat alles al voorbij is. Kon ik het maar onder een kraslaagje bewaren. Ik zou het nooit meer wegkrassen. Gewoon daar houden. Weten dat het is zoals het is. En gewoon voorzichtig opbergen. Stil verfrommel ik het kaslot en gooi het in de vuilnisbak.

Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *