Tranen

Verhaal door René van DensenEr zwellen tranen in mijn ooghoeken op. Van die goeie, stevige biggelaars. Tranen moeten stevig zijn, net als regen. Gelukkig kunnen ooghoeken niet miezeren.

De mensen zien het. Ze zeggen: “Erg he, van Parijs ?” Ik beaam het allemaal maar. Het is heel erg. Mensen die zichzelf en anderen doodmaken om overtuigingen, om ideeën, dat is heel erg. Dat is altijd heel erg. Dat er naast deuren nu schoenen staan die nooit meer gevuld zullen worden, is heel erg. Er worden honden niet uitgelaten, geliefden niet gekust en toekomstplannen niet gesmeed omdat een handvol wanhopige gekken lood op een denkbeeldige vijand wilde afvuren.

Ik wil zeggen dat het heel erg is. En niet dat mijn ogen tranen omdat ik veel te vroeg wakker was vanochtend. Dat mijn vriendin op TV het binnendruppelende laatste nieuws wilde zien. Mijn vriendin is een betrokken mens. Ik ben voornamelijk vermoeid. Ik hoorde nevelig woorden mijn geest binnenglippen. Woorden als oorlogsdaad, beveiliging, grenscontroles. Ik lag in bed en voelde me heel moe. Als een vrij individu waar nu al veel te lang stukken uit gehakt zijn. Ik heb niks meer over.

Maar dat zeg ik niet tegen de mensen. De tranen in mijn ogen zijn in hun ogen voor de doden. En dat laat ik zo. Anders doen de mensen mij wellicht nog iets aan. Ik laat de mensen in hun waan en mis de mijne. Ook mijn eigen waan is verwaaid. Ik vraag me af wat er van mij mag overblijven. En wat er nu nog resteert.

Enkel nog tranen voor mijn ontglipte dromen. Zacht streel ik het beddegoed. Het is klam. Ook mijn slaap is nachtonrustig.

Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *