Kaas nummeren

Verhaal door René van DensenHet kilgele koelkastlicht spat in mijn gezicht. Slaperig zoek ik even, maar ik kan toch echt maar drie soorten vinden. Met vermoeide nijlpaardogen spied ik over het aanrecht, maar daar ligt ook geen vierde soort kaas. Met mijn vingers woel ik wakkerdronken door mijn haardos.

Ze zei het echt. Mijn wekker ging af, want ik kan op werkdagen niet tot ’s ochtends blijven slapen. Als ik niet vanuit mijn eigen bed opsta, loopt heel de ochtend in de soep. Ik drukte de wekker op snoezelen, ze nestelde zich tegen me aan en zei: “Lieverd, je moet zo niet vergeten de kaas te nummeren.”

Ik moet haar aangekeken hebben met die blik die ik trek wanneer ik bluf dat ik nog weet waar we eerder over gesproken hebben. Of dat ik heus niet vergeten ben wat we afgesproken hebben. Dus ik knik. Stellig vervolgt ze: “Vooral de vierde kaas is heel belangrijk.”

Zou het nog uitmaken welke kaas kaas één is ? Zelf zou ik voor die frisse jonge Goudse gaan op de bovenste koelkastplank. Maar die is natuurlijk wel heel alledaags. Zij gaat denk ik meer voor de blauwe stinkkaas bijna onderin. Dat is echt haar kaasje.

Of toch de knoflookkaas. Ik twijfel. Even wil ik terug de gang in lopen, naar de slaapkamer. Vragen welke kaas nu kaas 1, kaas 2 en kaas 3 is. En waar die kaas 4 dan is. Die zo belangrijk moet zijn.

Dan sluit ik de koelkastdeur. Ik besluit dat zij en ik allebei nog dromen. Even lach ik. Kaas nummeren. Dwaze meid. Zometeen gaat de wekker. Dan ploffen er weer bommen, zinken er weer boten en hebben er weer vliegenkindjes geen eten. Laat staan genoeg kaas om te nummeren.

Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *