Blijveling

Verhaal door René van DensenJa maar, zei hij. Maar de gezichten keken onacceptabel. Hij wou nog een jamaar uitspreken, maar ja. Zacht sputterde hij tegen dat hij helemaal niet weg wou. Hij was bang voor de zee, allereerst al. En ook geen ruzie. Niet dat het regime hem zinde. Maar dat kon je wegslikken. Daar was bier voor uitgevonden.

Prozacstad wou hem echt ook niet kwijt, verzekerden ze hem. Maar ja. Hij zat met zijn huis op het midden. En een historische locatie moet voor het nageslacht bewaard worden. Jamaar, sputterde hij nog maar eens. Al zijn spullen lagen in dit huis. Zelfs wat herinneringen. De Prozacstedelingen waren onvermurwbaar.

Prozacstad is op dit moment niet in verbouwing, stelden ze. Altijd, al zolang mensen zich heugden, was Prozacstad in herverherverbouwing. De straten lagen open, de huizen lagen in puin. Hier had geen oorlog gewoed, maar dat maakten de Prozacstedelingen zelf wel goed.

En hier woonde hij. Middenin een natuurdeel van de stad, wat toevallig door een festival tot modderpoel gereduceerd was. Onmiddellijk had het gemeentebestuur besloten: dit gaan we preserveren. Want historie. Anders krijgt men het verkeerde beeld van deze stad.

Zijn huis was onberispelijk. Dus moest het kapot. Jammer voor de blijveling. Prozacstad heeft geen plek voor blijvelingen. Hij diende verdomme maar te vluchten.

Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *