Festivalding (2)

Verhaal door René van DensenOp het festivalding zijn heel veel optredens en andere gekke activiteiten te bezoeken. Teveel om allemaal te zien en te horen. Daarom rennen de lokale campingkindjes rond en jengelen rond me als ik katerig naar het toilethok sjok. Ze bieden aan om dingen voor me te bezoeken en te beluisteren. Voor een klein bedrag kunnen ze zeker zes bands voor me gaan luisteren, of een workshop bergklimmen in de sauna volgen, wat ik maar wil.

Ik sta stil. Het is eigenlijk pas dag een van het festivalding en ik heb nu al geen zin meer. De kindjes roepen nog wat extra aanmoedigingen. Ze hebben honger naar geld. De deal klinkt me niet gek in de oren. Mijn vriendin is ergens zich al uitgebreid in het feestgedruis aan het storten. Ik ben nog lang niet zo ver. Als de campingkindjes alles voor me bezoeken, kan ik lekker bij de tent een boek lezen en een biertje drinken. Of toch in de tent, want het regent verdomme alwéér. Ach. Slechte ogen heb ik al.

Ik ben blij met de regen. In de zomer loop ik erbij als een wildeman. Waanzin in de ogen, zweet in gutsen langs mijn kaken, strompelend als een zombie. Warm weer en ik boteren niet. Althans, warm weer trekt zich natuurlijk weinig van mij aan, maar andersom ik wel. De regen is welkom dus. Maar de tent lekt. Al vier van de negen boeken die ik meegenomen heb, zijn nu onleesbaar door de lekkage. Ik heb zes pagina’s gelezen sinds ik hier ben. Van twee verschillende boeken.

Terwijl de campingkinderen verdwaald lopen in reusachtige massa’s voor de luidruchtige podia, luister ik naar de vogeltjes die de regen fluitend trotseren. Ritmisch tikt het tentlek mee op pagina dertien. Tik, tik, tik. Veertien.

Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *