Festivalding (1)

Verhaal door René van DensenZe is nogal eigenwijs, dus dat ik zeg dat ik niet van feestjes en festivals ben, wil er niet in. Ik moet mee. Naar een festival dat door gigantische hoeveelheden mensen bezocht wordt. Ik word al zenuwachtig in een kleine bruine kroeg zonder lege stoelen. Dus dit gaat goed aflopen.

We zitten in een volgepropt oud Lelijk Eendje en denderen over modderige wegen. Het regent. Op dit festival schijnt het altijd te regenen. Hittegolf ? Zolang dit festivalding er middenin valt, valt het wel mee. Het voorwiel van ons Eendje glibbert in een slijkput. Geen cliché blijft me bespaard, bedenk ik me, als ik achter de wagen sta te duwen en de modder zich spattend op mijn kleren slingert.

We laten de auto ergens achter waar andere vierwielers ook droevig en eenzaam voor zich uit staren. Natuurlijk is er geen praktische ingang. Het is nog een flink eind stappen. En dan volgt er een controlepost waar we moeten wachten terwijl alles gecontroleerd wordt. Want het festivalding heeft tachtigmiljard regels voor wat wel of niet mag. We hebben overal rekening mee gehouden maar gaan er toch maar van uit dat we een grootse controle krijgen. Ik heb schijnbaar een drugssmoel.

We sjokken vooralsnog door een onherbergzaam modderig woesternijlandschap. Beiden zwaar bepakt, al ben ik iets zwaarder bepakt. Met mijn grote voeten plomp ik me vooruit in de dras. Ik kan enkel denken dat ik nu warm op de bank zou kunnen liggen. Met de kat op schoot. Een biertje op tafel. Mijn vriendin vermeldt dat, trouwens, het bier op dit festival sinds dit jaar Heineken is.

Ik sta stil. De regen striemt mijn gezicht, mijn haren, de bagage. Verbaasd kijkt ze me aan. Ik kijk om. De terugweg is lang. Maar het overwegen waard. Zo sta ik er minstens vijf minuten voor ze me verder doorgesleurd krijgt. Plomp, plomp. Ik hoop dat mijn kat lekker ligt. Op die warme bank.

Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *