Hoera

Verhaal door René van DensenOp een bus hoefde ik voorlopig niet te rekenen. Uit verveling stak ik een sigaret op en probeerde niet in te schatten of ik op tijd op het station zou zijn. De wind speelde loom met mijn rookwolk.

Als ik dit opschreef, vroeg ik me af, zou dan iemand het geloven ? Dat er een volkje zou zijn, dat het bestaan van hun leider zou erkennen door dodelijke hoeveelheden alcohol binnen te gieten, hun oude troep te verkopen, snoerharde muziek te draaien en vooral zo primitief en eenlettergrepig mogelijke klanken uit te stoten, terwijl ze zich hullen in felgekleurde, volslagen smakeloze prullaria die nog voor de dag om zou zijn, in grote getale door plassen bier, pis en kots zouden drijven, en met wat geluk minimaal één nieuwe geslachtsziekte op te lopen ?

Voordat ik zelf kon inschatten of ik het zou geloven als het op papier gedrukt stond, stopte er een auto. Een jonge kerel met gouden ketting en zwart stekeltjeshaar boog over zijn blonde vriendin naar mij toe en riep ongevraagd: “Leve de Koning ! Hoera ! Hoera ! Hoera !” Hij toeterde en lachte en liet zijn auto doorrazen naar het stoplicht.

Het stoplicht was tien meter verderop. Met brullende motor bleef hij toeteren en joelen. Het duurde zeker vijf minuten voor het licht op groen sprong.

Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *