Een

Verhaal door René van DensenEen lange, maar écht verdomd lange dag. Een kantoor waar het veel te warm is geweest en waar het nu muf en zweterig ruikt. Een verrukkelijke klik van het slot. Een straal in de ogen van de ondergaande zon. Een plaagwindje – toch maar de jas dicht. Een vermoeide tred naar het station.

Een groep lachende toeristen. Een frons. Een setje oortelefoontjes en een prettig muziekje. Een veel te vol hoofd om er ook nog buitenwereld in te laten. Een weerspiegeling in een winkelruit – ben ik dat écht ? Een zucht. Een kromme rug en een ferme vervolgpas.

Een graai in de binnenzak wanneer het incheckpaaltje bereikt is. Een leegte. Een verschrikte leegte. Een koude hand om het hart. Een voorzichtige controle van de andere zakken. Een vloek. Een vertwijfelde blik in het rond. Een luidere vloek. Een sjacherijnige tocht over de zojuist betreden paden terug.

Een grimas wanneer weer het station terug opdoemt. Een lege jaszak, nog steeds. Een loket. Een stel mensen met veel te langdurige vragen. Een blik op de stationsklok, maar ja. Een vrij loket, een bediende, een vertwijfelde vraag. Een vrolijke lach en een triomfantelijk gepresenteerde treinkaart met mijn naam erop. Een mededeling dat mijn naam ook nog omgeroepen was terwijl ik vertwijfeld langs de weg aan het zoeken was.

Een opgeluchtte tocht de fietsenstalling uit. Een terras in de ondergaande zon, en een goede vriend. Een tussenhalte, een koud bier. Een heel koud bier. Een welverdiende slok. Een klok, in de verte, als verdrongen waarschuwing.

Een kater. Een vroege zonnestraal. Een in alle windrichtingen piekende puinhoop op mijn kop en een klotsende stroop vanbinnen. Een diepe zucht, en daar gaan we maar weer.

Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *