Welcome in the House Of Filth

Verhaal door René van DensenZe heeft nog het lef om het te zeggen: Welcome in the house of filth. Ik kijk rond en zie één plukje haren ronddwarrelen. Alles is verder spotschoon. Of toch minstens vergeleken met mijn eigen woning, die schoon is vergeleken met mijn vorige woning, die schoon is vergeleken met de vorige zolder waar ik verbleef, die schoon was vergeleken met het vierkoppig mannen- en driekoppig kattenhuishouden waar ik woonde.

In vergelijking tot al die plekken is deze woning zo ongeveer medisch minimum. Ik zou hier geopereerd kunnen worden aan mijn lever en dan nog zouden de tegels schoon zijn. De kat kijkt me vanaf een leeggezogen hoekje uit haar kattenhuisje aan. Ik leg mijn bagage bij de tafel en zie de gepijnigde blik van de gastvrouwe: voor ik slaap, ligt dat vuile ding naast mijn logeerbed, vooral niet in de woonkamer meer.

Ik kom net uit een wereld waar pijn de grote gemene deler is. Waar bedrukte velletjes papier of geslagen schijfjes metaal een reden tot het verlaten of verraden van de medemens zijn. Waar een auto of zelfs een mooiere jas een scheve, beangstigende blik oplevert. Ik stap uit een universum vol hebzucht een plek binnen waar een biertje koud staat en waar één dwarrelend vlokje kattenhaar de woning The House Of Filth oplevert.

Ik drink mijn biertje. Ik zeg niks van de dwarrelende vlok. Ik kijk uit het raam. Ver uit het zicht slaan mensen elkaar de koppen in, in opdracht van anderen die denkbeeldige lijnen op een kaart willen verschuiven, want daardoor worden ze zelf rijker. Uit het zicht worden oude vrouwtjes voor dood achtergelaten om een paar flappen die ze uit een muurautomaat haalden.

Ik zeg niets omdat dit het huis is van mijn beste vriendin. Ze schaamt zich voor de toestand waarin ze mij ontvangt. Ze beseft niet in welke toestand de mensheid mij elke, maar echt élke, dag ontvangt. Ze schaamt zich echt kapot. Ik slaap verrukkelijk op een vers verschoond logeerbed. Als ik ’s middags het huis verlaat, ruik ik in haar gang de drie flesjes bier die ik leeggedronken heb. Ze stinken overwelmend.

Ik vraag me af of een woning, waarin vier flesjes bier de boel kunnen overheersen, überhaupt een titel verdient. Misschien de hemel. Ik haal diep adem en stap de deur uit, naar buiten.

Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *