Langszij

Verhaal door René van DensenBijna alle mooie meisjes zijn best stom, en deze twee dus ook. Ze hebben viesvettig ruikend eten bij zich en keuvelen boven mijn muziek uit. Ik prik het volume omhoog maar weiger te vluchten. Ik zat eerder in deze coupé dan zij. Als je niet kunt vluchten, dan kijk je maar uit het raam. Ik zie mezelf gespiegeld. En ik zie een trein langszij.

De trein rijdt iets trager dan de onze en dus passeren er, traag, raampjes met mensen. Ik zie iemand met een kleurige spreadsheet op zijn laptopscherm. Een man kijkt heel uitgeblust. Een jong meisje met een bril en haar haar in een vlecht kijkt naar onze treinraampjes. Een olijke man bijna vooraan in de trein, in de eerste klasse, heft een halveliterpul bier naar ons. En dan zijn we bijna vooraan.

Maar onze trein vertraagt. Of de ander versnelt. Wie zal het zeggen. En ineens trekt dezelfde stoet in omgekeerde volgorde voorbij. Bierpul, vlechtmeisje, blusman, kleurtjes. En dan kijk ik ineens pontificaal de staart van de trein in. Daar zit een machinist. Hij rijdt niet. Uiteraard niet, want dan zou de trein de andere kant op gaan. De machinist kijkt langszij naar mij omdat hij ziet dat ik kijk. Even voel ik de neiging om te zwaaien.

De meisjes stinken en kletsen vast nog, maar ik ben gefascineerd naar de niet-machinist aan het kijken. Hij zit lui achterover te niksen. En dan trekt de trein ineens weer achteruit. Komen ze weer hoor. Spreadsheet, blus, bril. De bierman zit in gedachten verzonken. Of op een mobieltje te lezen, dat kan ik zo niet zien. En weer gaat de boel terug. Tot ik opnieuw de staart zie.

Ik kan net de luierende machinist niet meer zien. Mijn raam hangt nog net te schuin er langs. En dan schuift hij weer terug naar links. Maar ik krijg niet de hele zwik meer te zien, de treinen rijden ongeveer gelijk op. Ik vraag me af of de machinist klaar is voor vandaag en nu in feite de trein naar huis neemt. Je weet het niet. Alleen van de bierman heb ik het vermoeden dat zijn werkdag er wel op zit. Tenzij proosten naar treinen langszij zijn werk is.

En dan versnelt de trein, koerst omlaag en rijdt onder mijn spoor door. De mensen gaan naar Amsterdam. Toch een aantal mensen in de trein gaan naar Amsterdam. Er gaan vast ook mensen in de trein niet naar Amsterdam. Ik ben blij dat ik niet naar Amsterdam ga. Maar als ik er toch zou moeten zijn, zou ik een bier willen drinken. Met biermans en de machinist.

Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *