Gloren

Verhaal door René van Densen“Je zult maar gloren. Ik bedoel, stel, iemand stelt jou te gloren, in al je glorie, aan zijn horizon. Wat moet jij ondertussen dan ? Het kan lang duren voordat hij zijn horizon bereikt, en jij maar gloren. Het lijkt me niks, zo dag in dag uit erop los gloren. Maar misschien ligt dat aan mij.”

Zo prevelde Karel stilletjes, starend naar de einder. Hij had niets in het verschiet en vond dat wel zo prettg. Niemand had ook Karel op de kimme, althans, daar ging hij maar van uit. Als dat wel zo was, had hij alvast geen greintje zin in gloren. Hij zou lekker actief doordobberen en koersloos continueren. Dat zo’n horizonpersoon maar lekker telkens de koers bijstelt. Want dat doen ze he, die horizonpersonen. Telkens de koers bijstellen. Op hun doel af. Gedoe, allemaal.

Hij wist zo zeker dat hij niet zou gloren, dat hij onbemerkt benaderd werd. Plots bleek daar een vrouwpersoon naast hem op de bank te zitten. Ze zat met haar arm op de rugleuning gestrekt en de benen over elkaar gevouwen. Een toonbeeld van zelfverzekerdheid. Uitdagend grijnsde ze hem aan, maar dat zag hij slechts vanuit zijn ooghoek. Ook dat nog, dacht hij. Licht zenuwachtig begon hij tabak te plukken uit zijn buidel.

Nu durfde Karel niet goed meer voor zich uit te prevelen. Prevelen is prima met wat privacy. Maar deze vrouw zat erg dichtbij. Ze zou hem kunnen horen. Karel had liever dat mensen lekker hun eigen gedachten hadden, en hij de zijne. Hier moest hij helemaaal niks van hebben. Haar aanwezigheid censureerde hem.

Teder streelde het avondgloren over zijn vingers. Ja, zo kan ik het ook, avond, dacht hij. Maar hij zweeg.

Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *