Fout, fout, fout

Verhaal door René van DensenWillem met de WK trauma’s komt met twee bier aangelopen. “Wel goedkoop,” verduidelijkt hij de drankkeus. We zitten in een café zoals er gelukkig te weinig zijn. Tien mensen met verlopen dromen hangen aan de toog. De toog is ook een juweeltje: hij lijkt wel uit steigerhout gebouwd. De voorraad schone glazen was kleiner dan die van een gemiddelde bedrijfskantine en de barman keek telkens verbaasd als we weer een bier bestelden. Wat gek: iemand die in dit café bier komt drinken.

Het was overal in de stad veel te druk. Dus gingen we op zoek naar een alternatef. We hebben er eentje gevonden hoor. Deze legendarische aanlegplaats was al fout voor het gebouwd werd. En nu is het net weer herverbouwd. Half. Geld was halverwege op, zo te zien. Er was een brand geweest. En sindsdien is er ook geen overdreven poging gedaan iets van de cult-allure te herstellen. Het café is als zijn bezoekers: simpelweg een opbergbak voor geknakte zielen.

De geluidssprekers – van speakers wil ik hier niet spreken – waren uit de jaren ’70 ontsnapt en met veel te zware bas kwam er de ene na de andere smartlap uit gedreund. Het was helder: we zaten in het zwarte gat van het uitgaansleven. Alles was prachtig: de tafeltjes en geïmproviseerde gordijnen zouden niet misstaan in een gekraakte basisschool. Omdat er toch zo goed als niemand kwam, werd hier het rookverbod aan de laars gelapt. Roken bij een biertje maakt alle cafés in orde, zelfs deze.

Willem en ik lachen. Om de mensen, om de muziek, om het krakkemikkige dranklokaal. Hij slaat op mijn schouder en zegt: Van Densen, vroeger, hier, in de jaren ’80, daar, daar, daar – hij wijst in wat windrichtingen – tak, tak, tak, elk café, ik zweer het je, fout, fout, fout. Nu: leuke tent daar, leuke tent daar, maar dit hier, precies zoals het toen was. Ja, ja, ja, lacht Willem nog even na. Ik ben al blij dat hij een keer niet over zijn WK trauma’s praat.

Nog een nummer knalt uit de luidsprekers. Ja ja jaaaa meisjes, met rooie haaaaren, brullen we mee. En dan komt er een nog fouter stukje kitsch. We lachen al een beetje minder. En er knalt nog een nummer dat we liever nooit meer gehoord hadden door de ruimte. Langzaam kijken we bedrukt. Een half uurtje was dit lollig, maar we zitten hier nu een uur. De uitgang blijkt op slot. Paniekerig rukken we aan de klink, maar ons lot is bezegeld. We zetten ons aan de bar en laten onze dromen verwelken. We komen hier nooit meer weg. Maar het bier is wel goedkoop, is de laatste optimistische uitspraak van Willem.

Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *