Ficus

Verhaal door René van DensenDe klok tikt.
Wijzers strelen de minuten.
Een blad bladdert van de ficus.
Hij was een cadeau.

Haar rimpels zijn harder vandaag.
De klok tikt.
Als oud behang dat niet meer wil wijken.
Wijzers strelen de minuten.
Zou ze gemist worden ?
Een blad bladdert van de ficus.
Stil in de stoel bij het raam.
Hij was een cadeau.

Hij spreekt ferm zijn kudde toe.
Haar rimpels zijn harder vandaag.
De klok tikt.
De preek staat bol van de zondes.
Als oud behang dat niet meer wil wijken.
Wijzers strelen de minuten.
Een lege plek op de eennalaatste kerkbank.
Zou ze gemist worden ?
Een blad bladdert van de ficus.
Vaag herinnert hij zich haar nog.
Stil in de stoel bij het raam.
Hij was een cadeau.

Meneer Pastoor merkt niet dat hij een schaap mist.
Hij spreekt ferm zijn kudde toe.
Haar rimpels zijn harder vandaag.
De klok tikt.
Lichtjaren tussen haar flat en de kerk.
De preek staat bol van de zondes.
Als oud behang dat niet meer wil wijken.
Wijzers strelen de minuten.
Haar geprevelde biecht bereikt zijn oor niet meer.
Een lege plek op de eennalaatste kerkbank.
Zou ze gemist worden ?
Een blad bladdert van de ficus.
Met deze herder moet ze het maar doen.
Vaag herinnert hij zich haar nog.
Stil in de stoel bij het raam.
Hij was een cadeau.

Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *