Dromen

Verhaal door René van DensenCommotie in de ooghoek. Daar woelen, in een kroet, al mijn geaborteerde dromen. Ik kan ze natuurlijk de hoek uit wrijven, maar daar is het woelen niet mee opgelost. Dus laat ik de kroet waar hij is, en de woelboel ook.

Mijn kat, zij, zij is klaarwakker. Ze rent rond als een opgewekt klein kind en springt op alles. Kunst, denk ik. Als ik zo makkelijk kon slapen en dromen als zij, zou ik nu ook wakkerder zijn. Slaap is voor haar wat geld is voor rijke mensen: iets vanzelfsprekends. Voor ons normale stervelingen is dromen gewoon keihard werken. Ik zeg het haar, maar ze is intensief bezig met een touwtje.

De dromen roeren zich flink vandaag. Ik kan natuurlijk de wekker de schuld geven, maar die doet ook maar zijn werk. Ik was erbij, ik heb hem zelf ingesteld, zelf met hem afgesproken op welk tijdstip hij mijn natuurlijke slaapritme mag afkappen. Ik vraag de dromen om een beetje meer begrip. Minstens voor de wekker. De dromen hebben me niet merkbaar gehoord.

Met een zucht wrijf ik ze dan toch maar uit mijn ooghoek en flak ze de kamer door. Ik hoor ze verdorie nóg. Even strek ik me uit op de bank en staar naar het plafond. Terugdenkend aan de helse periode dat ik ook vroeg opstond, maar daar eigenlijk geen goede reden voor had. De dromen mogen niet klagen, vind ik.

Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *