Kaarten

Verhaal door René van DensenZe lacht, wanneer ze de tekst leest die ik op de kaart geschreven heb. Om die lach deed ik het. Toch alvast één lach gewonnen deze avond. Het duister valt razend voorbij het treinraam, dat haar lach weerspiegelt. Stiekem tel ik daarom de lach voor twee. In speelkaarten wordt immers ook alles gespiegeld.

Ik zeg dat speelkaarten allerlei betekenissen hebben. Voor een van mijn romans – ik begin altijd aan romans en maak ze nooit af – raapte ik speelkaarten op van de stoep wanneer ze mijn pad kruisten. Dan zocht ik de bijbehorende spirituele betekenis op en verwerkte ik zowel de kaart als de betekenis in het plot van mijn verhaal. Ik ben blijkbaar in vorm: ze vindt het interessant. Voor haar neus ligt de ruiten vier, dus nu is het zaak uit te leggen wat die kaart betekent. Het is een heel materiële kaart, die gaat over geld, zaken en status. Over kantooromgeving, een kluis, of gegeven juwelen in een mooie doos.

Dit alles weet ik uiteraard niet, zoek ik natuurlijk later op. Loos maar zo onopvallend mogelijk wijzig ik het onderwerp en praat over de speelkaartenstad die Turnhout was. Ik hou toch nog wat van haar interesse vast, dat wel. Toch zwaaien haar mooie ogen naar de speelkaart terug. Ze vist haar mobiel uit de handtas en begint te prikken. Het mobieltje weet altijd meer dan ik, daar valt niet tegenop te bluffen.

Een conducteur brengt redding. Hij vraagt of hij onze kaartjes mag zien. Ik wijs naar de speelkaart, en vis nog twee zwerfkaarten uit mijn binnenzak. Kijk, daar liggen ze, zeg ik. Wat ben ik gevat. Maar de conducteur pikt de grap wat droogjes op en wil gewoon mijn treinkaartje. Ook bij haar kan er enkel een flauw glimlachje af. Ze streelt het scherm dat antwoorden kan geven.

De ruiten, dat zijn kooplieden, weet ze te vertellen. Dan kijkt ze naar mijn andere twee kaarten. Tot onze beider verbazing ligt er nóg een ruiten vier naast. En een klaveren negen, maar drie keer dezelfde kaart zou ook wel té toevallig zijn geweest, dus daar slaan we minder acht op. De getallen betekenen niks, zegt haar scherm, en de klaveren staan voor boeren. Twee kooplieden en een boer. Zit je dan, met je kaarten. Afgetroefd door een speelkaartvormig toestel.

Ik geef haar een ruiten vier (hallo, dat is dus wel even een boel juwelen in een mooie doos dus, blijkt achteraf) en zeg dat ze van de rest van haar avond een eigen betekenis moet maken. Ze lacht weer wat. Dan buigen we ons nog over de opdrukken op de achterkanten van de kaarten. En zo komen we over enkele ogenblikken aan op. Einde reis. Tot de volgende keer, zegt ze.

Als ik even later het station in mijn eentje uitloop, spieden mijn ogen rond op zoek naar zwerfkaarten. Het verhaal zou wel af zijn als nu een bijzondere kaart op mijn pad kwam. Maar natuurlijk vind ik niks. Je probeert te hard, kerel, zucht ik. Het moet gewoon op je afkomen.

Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *