Mraw

Verhaal door René van DensenDe kat komt de trap op en praat. Ze praat en praat. Korte geluidjes. Mraw mraw mraw. Ze draait langs mijn bed, staart in de lucht, en loopt heen en weer. Mraw mraw. Als ik mijn arm uitreik om haar te aaien, weer een mraw en een luide brrrr brrrr brrrr erachter. Zo luid zelfs dat ze licht piept in haar ademhaling.

Tijd en ruimte voor mijn levenstwijfels zijn duidelijk voorbij, er moet geknuffeld worden. Met nog enkele mraw mraws springt ze op het bed. Bij mijn voeten. Waarom springen katten altijd op bedden en zetels, pal op de overzijde van waar ze willen gaan liggen ? Is het om de catwalk loop die ze, met bochtend zwaaiende staart in de lucht, per se willen maken ? Ook nu weer. Parmantig, mraw brrrr brrrr mraw. Zwaai, bocht, zwaai.

Ze plompt zich op mijn bortstkas. Kijkt mij vragend aan en mrawt. Waarom ik haar nu nóg niet aai, ze ligt toch al bijna een seconde. Ze likt mijn neus als aanmoediging. Wanneer ik haar, afwezig, wat krabbel gaat ze nog verder op mij liggen. Pal tussen mij en de muur waarnaar ik staar in. Ik moet haar vacht zien want daar moet aandacht aan, verdomme. Mraw ! Nu ! Wanneer ik haar intensiever begin te aaien, voel ik de huid niet. Er is haar, en nog meer haar, en nog meer haar, Mijn hand glipt een enorm bos haar binnen en voor ik het weet volgt mijn arm. Zonder houvast val ik er zelf achteraan. Ik tuimel de diepte in, een universum van haar. Terwijl ik eindeloos val, hoor ik buiten de vachtmassa een tevreden mraw.

Oorspronkelijk gepubliceerd op Facebook, 21/10/13

Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *