Ver zwelgen

Gat in de grond
Op het eind zijn ze verdwenen. Niemand weet waar ze heen zijn. Maar eerst zit Charles op een bankje. Je schrijft Charles maar spreekt zijn naam uit als Sjarrel. Sjarrel zit wat voor zich uit te staren. Hij zou het liefst verzwolgen worden. Niks ziet hij meer zitten. Ook zichzelf niet. Ondanks het bankje. Sjarrel zit er doorhéén. Hij wil niet meer, hij kan niet meer, en het enige dat hij kan denken is wat er na dit leven gebeurt. Hoe je lijf verteerd wordt en weer onderdeel uitmaakt van alle andere leven. Dat zou hij nu wel willen. Zo zit Sjarrel te zwelgen over verzwolgen worden.

Een vrouw gaat naast Sjarrel zitten. Ze kijkt zijdelings naar hem. Hij merkt er vrijwel niks van. Sjarrel zwelgt intens. Wanneer de vrouw spreekt, breekt ze dan ook zijn concentratie. “Wat heb jij mooi haar,” zegt ze. Sjarrel’s schouders worden flauwtjes opgehaald. “Echt hoor, je hebt heel mooi haar,” houdt ze aan. Sjarrel reageert niet. “Zou ik jouw haar mogen aanraken ?” vraagt de vrouw. Weer flauwen de schouders. Ze strekt haar hand uit en streelt Sjarrel’s haar.

Aanvankelijk vindt hij het enorm irritant. Zit je daar te zwelgen. Komt iemand je strelen. Dan sluit hij zijn ogen. Zacht begint hij te spinnen. Dan luider. De hele bank trilt ervan. Sjarrel spint en spint. En plots trilt de grond mee. En alles gaat ineens hard. Het bankje en de twee zitters storten in een gat. Maar Sjarrel merkt niks. De vrouw streelt door. Sjarrel spint. En de aarde verzwelgt hem.

Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *